'De stad is mijn woonkamer'

Leontien van Engelen
haarlem

In de 31 jaar die ze bij Haarlems Dagblad werkte, werd Renee de Borst (IJmuiden, 1956) hét gezicht van de redactie in de stad. Dinsdag nam ze afscheid van haar collega’s. ,,Nu moet ik ontkranten.’’

Ze verlaat Haarlem zelden of nooit. ,,Behoefte aan vakantie heb ik gewoon helemaal niet. Ik woon dan wel in het centrum, maar het voelt ook vaak als Noordoost-Groningen. Luister maar. Het is hier doodstil.’’

Weldadige rust

Inderdaad, zelfs met openslaande deuren heerst in haar benedenwoning aan de Lange Wijngaardstraat een weldadige rust. Alleen wat vogelgefluit is te horen, en het gerinkel van de telefoon uiteraard, die net overgaat. ,,Wacht even, de telefoon belt op.’’ Tegen degene die belt: ,,Ik zit net midden in mijn afscheidsinterview met een collega. Inderdaad, heel curieus. Ik bel je met een half uurtje terug.’’

Ze steekt de zoveelste sigaret op. ,,Mijn huis is mijn slaapkamer, de stad is mijn woonkamer. Ik wóón in de stad. Daarin ben ik trouwens tweeledig. Ik kan heel goed dagen achtereen alleen thuis zijn zonder de stad in te gaan. Maar het komt ook wel voor - zoals ik ooit achteraf aan de hand van mijn agenda kon vaststellen - dat ik een hele maand niet één avond thuis ben.’’

Mensen

Ze deed in de loop der jaren van alles, van politiek verslaggever tot eindredacteur. Ook stelde ze wekelijks de boekenpagina samen. De laatste jaren was ze de vaste horeca-verslaggever. ,,Dus geen culinair journalist, let op hè, dat is een belangrijk verschil. Mijn verhalen gingen nooit over eten, of iets duur is of goedkoop, maar over mensen. Koks bijvoorbeeld, die trouwens altijd zeggen dat ze met passie koken. Dat heb ik nooit opgeschreven. Het is uitholling van de taal om je zo uit te drukken. Je vindt gewoon iets leuk of je bent ergens enthousiast over. Als je elke avond met passie werkt, heb je na een week ’n hartaanval.’’

Dorpspomp

,,Ik ga weg op precies het goede moment, het is gewoon klaar. Ik heb het allemaal een keer gedaan. Niet dat ik er genoeg van heb, want natuurlijk ga ik mijn werk missen. Even hier naar binnen lopen, even daar langsgaan. Bij de dorpspomp rondhangen, dat idee. Dat krijgt straks uiteraard een ander karakter. Ze hebben geen belang meer bij me.’’

,,John Jansen van Galen schreef ooit een column in Het Parool over de sjofele stadsverslaggever. Een man die veel mensen kent, die hart en ziel van de stad proeft, die zijn stukkies tikt, en dat allemaal met een iets andere attitude dan een nieuwsjager. Dat sprak me enorm aan. Natuurlijk, je moet altijd kritisch blijven. Maar ook betrokken. Een voorbeeld. Er ging een nieuw café open, net toen ik binnenkwam, had een van de financiers de eigenaars de duimschroeven aangedraaid en nieuwe eisen gesteld. Dus dat was janken en woede. Dat heb ik niet opgeschreven, want daar heeft de lezer geen bal mee te maken.’’

Dat Haarlemse gevoel

,,In Haarlem lopen mensen rond die honderdduizend keer meer van de stad weten dan ik, dan jij, dan welke collega dan ook. Die hier op de lagere school hebben gezeten, op sport- en muziekverenigingen, kortom, die heel erg ingebed zijn in het sociale leven hier. Die dat Haarlemse gevoel zijn. Daar mag een journalist nooit als betweter naast gaan staan.’’

Met weemoed denkt ze terug aan de tijd dat de krant nog in de Waarderpolder van de pers rolde: ,,Ik liep wel eens de drukkerij in om te zien dat ik niet één stukkie had geschreven, maar 45 duizend. Als journalist besef je niet altijd hoe gigantisch je die stad binnenkomt.’’

Bij een reorganisatie heeft ze gekozen voor een vrijwillige vertrekregeling. Maar ze blijft Haarlems Dagblad promoten. ,,Ik zeg altijd: je leest wat er in de stad aan de hand is, je krijgt agenda’s en mooie verhalen en je bent op de hoogte. Voor één euro per dag.’’

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.