De knagende onzekerheid van oude en nieuwe polderpioniers

Pionier Johannis Bus, geboren op 12 - 02 - 1831 in Oud Gastel en overleden op 8 - 10 - 1909 in Haarlemmermeer.

Adriana Maria Bus-Hack, geboren op 11 - 1 - 1839 in Oud Gastel en overleden op 20 - 11 - 1906 in Haarlemmermeer.

1 / 2
Paul van der Kooij
Hoofddorp

Het zijn bijzondere dagen voor Nico Bus. Normaliter bekommert hij zich bij Vluchtelingenwerk Haarlemmermeer over de nieuwkomers van nu. Komende donderdag mag hij ze in een speech linken aan de nieuwkomers uit de begindagen van de polder. In het Historisch Museum Haarlemmermeer gaat dan een tentoonstelling van start over de oude en de nieuwe pioniers in de polder. En het museum zag in Bus de ideale kandidaat voor de openingswoorden. De man van de vluchtelingen stamt namelijk af van polderpioniers, lui dus die tussen 1852 en 1870 de net drooggevallen polder ’koloniseerden’. Hoe leuk hij de opdracht ook vindt - ’het maakt je extra bewust van je eigen achtergrond, je eigen roots’ - tegelijk vindt hij het moeilijk. „Want wat zijn nu precies de verschillen en overeenkomsten tussen de oude en nieuwe pioniers?”

Dat de overgrootvader en -moeder van Nico Bus polderpioniers waren, was geen geheim thuis. In de woonkamer hadden de portretten van Johannis en diens Adriana Maria een prominente plek. „Als eerbetoon.”

En toen Nico’s oudste zus eind vorige eeuw stamboomonderzoek deed, zag ze zwart op wit waar de twee vandaan kwamen - het Brabantse Oud Gastel - en wanneer ze in Haarlemmermeer arriveerden. Overgrootvader Johannis kwam in 1861 over, zijn kersverse echtgenote volgde twee jaar later. Veel gepraat werd er niet over die twee. Bij sterf- of geboortedagen werden geen kaarsjes gebrand. „Net als veel andere mensen hier, leefden we vooral in het nu. We hadden thuis ook zoiets van: ’Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’.”

Omdat Johannis en Adriana dag- noch logboeken bijhielden, is niet precies te zeggen hoe leven en werk verliepen. In zijn algemeenheid is bekend dat je tot je enkels in het water kon staan als het flink geregend had in de slecht afwaterende polder. Maar er valt moeilijk terug te halen of dat ook in hun geval tot mislukte oogsten heeft geleid. Wel is duidelijk dat ook huize Bus een aanzienlijke kindersterfte kende. Van de tien kinderen, stierven er twee in hun eerste levensjaar. Oudste dochter Elisabeth verdronk op 5-jarige leeftijd.

Maar goed, hoe kom je van hun levens op die van de nieuwe pioniers? Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen, ook bij nadere beschouwing? Neem de reis. De 110 kilometer die de Bussen aflegden lijkt niet veel, zeker afgezet tegen de drieduizend kilometer van een moderne vluchteling. „Maar het moest wel met paard en wagen of boot. En, wat een misschien nog wel een belangrijkere overeenkomst is: na de reis wachtte in beide gevallen een onzekere toekomst in een hele andere samenleving.”

Van een eeuwenoud, katholiek dorpje in Brabant, voorzien van eigen abdij, kwamen de Bussen terecht in een splinternieuwe polder. En die vulde zich ook nog eens met mensen uit zo’n beetje alle andere delen van Nederland.

Ook was de nieuwe betrekking niet te vergelijken met het oude werk. In Oud Gastel was Johannis een simpele landarbeider geweest, afkomstig uit een eenvoudig en dus arm arbeidersgezin. In Haarlemmermeer werd hij ’zetbaas’. Iemand die het boerenbedrijf draaiende moest houden voor de eigenaar, maar niet onder diens leiding. Een soort bedrijfsleider dus. Omdat de mechanisatie nog op gang moest komen, waren er op het zestig hectare tellende land veel vaste en ingehuurde krachten om aan te sturen. Een hele overgang voor iemand die, toen hij op zijn dertigste huis en haard verliet, gerust een economische vluchteling kon worden genoemd.

Steun in de rug

Volgens sommige politici zijn ook veel vluchtelingen van tegenwoordig eigenlijk economische vluchtelingen. Bus blijft graag buiten die discussie door te stellen dat de mensen die zijn organisatie tegenwoordig bijstaat – vluchtelingen met een verblijfsstatus - ’vooral slachtoffer van vervolging zijn of proberen te ontsnappen aan een oorlog’.

Vluchtelingenwerk probeert deze mensen een steuntje in de rug te geven, net als het verre familielid Jan Mastboom dat dik anderhalve eeuw geleden deed bij pionier Johannis. „Die Jan - die zeker tweeduizend hectare grond en een bierbrouwerij bezat - zag toen blijkbaar in dat mijn overgrootvader veel in zijn mars had. Anders had hij hem nooit één van de twee landerijen die hij in Haarlemmermeer bezat toevertrouwd, toen de man die daar als eerste had geboerd het financieel niet kon bolwerken.”

Hoewel Vluchtelingenwerk daar wel projecten voor heeft, ziet ze keer op keer hoe moeilijk het is om werk te vinden voor nieuwkomers. En dus moet de organisatie vooral helpen bij het aanvragen van een uitkering, het uitzoeken van een huis- en eventueel tandarts, een basisschool voor de kinderen, een ziektekostenverzekering en energieleverancier. „Op alle manieren maken we mensen wegwijs in ons land. Er is wel een sociaal stelsel, maar daar kun je als buitenstaander lelijk in verstrikt raken.”

Hoe moeilijk het is om op een nieuwe plek te wennen, hoorde hij laatst van een Nederlander die naar Australië was geëmigreerd. „Toen die na enkele jaren remigreerde, zei hij dat ’pas de tweede generatie ergens tot bloei komt’.” De woorden zetten Bus niet alleen aan het denken over zijn ’klanten’, maar ook over zijn voorouders. Geweldig toch hoe de zoons Ko, Piet, Kees en Goof, met hulp van pa, allemaal een pachtboerderij van veertig hectare wisten te bemachtigen in de polder? En hoe de beide dochters een boer met veertig hectare pachtland in Haarlemmermeer trouwden?

In 1910, een jaar nadat pionier Johannis op 78-jarige leeftijd was overleden, kocht zoon Kees de boerderij aan de Bennebroekerweg waar Nico zou opgroeien. Door de komst van de Schiphollijn mochten zijn ouders er vanaf 1983 niet meer wonen, in 2001 ging de boerderij helemaal tegen de vlakte. Dág Brabantse stijl. Dág deuren en kozijnen, met liefde in elkaar gezet in Oud Gastel.

„Mijn boer Jan – vernoemd naar zijn overgrootvader - boert er nog wel.” Nico was meer van het mensen helpen. Hij dacht dat te kunnen doen op een afdeling personeelszaken. Werkend voor PTT Telecom – voorloper van KPN Telecom - merkte hij vooral bezig te zijn met het volgen van procedures. „En dat stond me al snel tegen.”

Rondhangen

Zoekend naar ’mensenwerk’ dacht hij terug aan de Iraanse gezinnen die hij achter de douane op Schiphol had zien rondhangen in een tijd dat hij vakantiewerk had bij een tax-freewinkel. „Want ze mochten het land niet binnen en een opvang was er in 1985 nog niet.” Toen hij bij het handen wassen tegen één van de mannen zei dat hij ze erg vaak zag, ontspon zich een gesprek. „Alles kwam toen heel dichtbij. Want dit waren de mensen die ik in een tv-reportage had gezien met doeken over hun hoofden. Als tegenstanders van Khomeini, waren ze doodsbang om herkend te worden.”

Toen Bus dezelfde man later in Nieuw-Vennep tegenkwam, werd hij uitgenodigd om bij hem in de Rustende Jager een kopje koffie te komen drinken. „Goh wat luxe, zo’n kamer in een hotel”, was Bus’ eerste gedachte. Eenmaal op de kamer, ergens achterin het complex, merkte hij dat dingen ’niet altijd zijn wat ze lijken’: „Want de pensionafdeling waar ze waren ondergebracht, was verre van luxe.”

En dus zei hij tegen de gemeente: „Die opvang kunnen wij ook doen, zodra we een eigen afdeling van Vluchtelingenwerk hebben opgericht en jullie ons een huis geven.”

Ook zocht hij, als lid van Amnesty International, contact met de research afdeling in Londen. Centrale vraag: „Zijn jullie bekend met de bewijsstukken die ze bij zich hebben over de vervolging van de tegenstanders van het Khomeini-regime?” Want, zo redeneerde hij: „Deze mensen moeten een organisatie achter zich hebben staan.”

„Zo is het balletje gaan rollen”, kijkt hij terug. „Al snel had de polder de 45ste Vluchtelingenwerkgroep van het land. Dat daar een baan uit zou voortvloeien, had ik nooit gedacht. Het was eigenlijk pionierswerk.”

Meer nieuws uit HD

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.