Sporen: zand op de weg, wie had dat verwacht in Zandvoort?

Wim Wegman

Na de sluiting van de allereerste elektrische tramlijn in 1882 kwam een flinke reeks gebreken en missers naar voren. Ten eerste was de dienst in Zandvoort veel te klein opgezet. In de tram konden per rit slechts twintig mensen mee, terwijl de belangstelling aanzienlijk groter was. Geld om uit te breiden was er echter niet.

Ondanks die belangstelling was het tracé niet bepaald een schot in de roos. Op papier zag het er misschien leuk uit, badgasten van het station naar een wandelpark brengen, maar in de praktijk bleken ze gewoon naar het strand te willen. En als ze niet naar het strand gingen, wilden ze naar het oude dorp.

De baan bleek ook voortdurend onder te stuiven. Op zichzelf een te voorziene tegenvaller, want er waait wel eens wat zand rond in een badplaats. Daar hoe je niet echt een tramgeleerde voor te zijn. Maar het was wel een heel lastig probleem. Zeker voor een tramlijn die zijn spanning van de tramrails haalt. Het opruimen van dat zand joeg de kosten voor de maatschappij nog verder op.

Hoewel de tram in de 89 dagen dat ze reed 15.000 reizigers had vervoerd – wat nog een heel aardig aantal was – leed ze een enorm verlies. Tegenover 1700 gulden aan inkomsten stond ruim 5000 gulden aan uitgaven, een verlies dus van ongeveer 3300 gulden. Omdat snelle verbeteringen er niet in zaten, liet de maatschappij elektrische tractie voor wat die was. In 1884 ging het trambedrijfje verder als Tram-Maatschappij Zandvoort en vormde de dienst om tot een paardentram naar het oude dorp.

De verhalen in deze serie zijn gebundeld in het boek Sporen 4

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.