Schouten zet de lezer aan het denken over recht en onrecht

Hanneke van den Berg

Een veelschrijver is hij bepaald niet, Jan Schouten (1940). Begin 2009 verscheen zijn eerste boek, ’Onland’, en pas nu, dik zes jaar later, ligt er een opvolger. Maar de tijd die hij nam, was goed besteed: ’De aanjagers’ is evenwichtiger van compositie en bondiger van stijl.

Hoofdthema in de roman is de rol van ’aanjagers’. Bij een misdrijf is er altijd, naast dader en slachtoffer, ook een aanjager, iemand die de dader ophitste of stilzwijgend het gevoel gaf zijn daad te moeten en mogen plegen.

Dat is de mening van Maria, een advocate. Zij baseert zich daarbij op een ingrijpende gebeurtenis uit haar eigen leven, iets waar zij meer dan dertig jaar over gezwegen heeft.

Dan, na de dood van haar man, laten de wroeging en zelfhaat zich niet langer onderdrukken door drank, pillen en een boordevolle werkagenda.

Heel geleidelijk geeft Schouten bloot wat er gebeurd is, hoe noodlottige daden uit 1947 hun lange tentakels over de jaren heen hebben uitgestoken en tot even noodlottige daden in 1968 hebben geleid die op hun beurt Maria nog steeds achtervolgen.

Nauwkeurig weet de schrijver de feiten te doseren en zo de lezer aan het denken te zetten over recht en onrecht. Zijn stijl is bij vlagen ietwat archaïsch, met woorden als bezwadderen en lapzwans en barokke metaforen. Maar storend is dat niet, het past bij het verhaal.

Fictie

Jan Schouten: De aanjagers. Uitg. Van Gennep, €18,90

Vier sterren

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.