Uit de Tijd: Inlijving Schoten bij Haarlem onvermijdelijk

Uit de Tijd: Inlijving Schoten bij Haarlem onvermijdelijk
Schoten in lang vervlogen tijden
© Illustratie NHA

Vanaf 1815 groeide de Nederlandse bevolking van 2 naar 17 miljoen; de Haarlemse van 17 naar 155 duizend. Om al die mensen te herbergen, moest er op grote schaal worden gebouwd. Dat eiste zijn tol.

Tot de late negentiende eeuw hadden de landhuizen aan de Brouwersvaart op de plaats van de huidige Leidsebuurt een beschermd uitzicht op de molens langs de Zijlweg. Iets soortgelijks gold voor de landhuizen die over het Spaarne op het dorpje Zuid-Schalkwijk uitkeken. Door de bevolkingsdruk kwamen zulke afspraken te vervallen.

In 1643 was geconstateerd dat de stad met 50.000 inwoners vol was. Feitelijk stonden er toen al honderden huizen buiten de stadsmuren en -wallen. Er moet iets gebeuren. Er kwamen plannen om richting noorden te bouwen.

De architect Samuel de Bray wilde eigenlijk aan alle kanten de stad uitbouwen en van Haarlem een ronde stad maken met de Grote Kerk als middelpunt. Rondom moest de stad dan worden afgesloten met verdedigingswerken. Slechts een kwart van De Bray’s plannen werd uitgevoerd. Niettemin groeide de stad daardoor met een derde. De Bolwerken werden aangelegd en de St. Jans- en Kruispoort, gelegen op de plek waar de Jansstraat en Kruisstraat overgaan in de Jansweg en Kruisweg, werden vervangen door de Kennemerpoort, achter het huidige station.

Doordat de textielnijverheid vanaf de late zeventiende eeuw verliep, daalde het inwonertal echter en kwam er niet veel terecht van de uitbouw van de stad. Rond 1820 waren er nog maar 17.000 Haarlemmers. Terwijl overal elders het station buiten de oude stad ligt, kon dit in Haarlem binnen de poorten worden gebouwd. Het gebied rond de Nieuwe Gracht en Parklaan lag nog goeddeels braak. Met de industrialisatie die vanaf 1870 zijn beslag kreeg, vulde dat gebied zich echter snel. Waren er rond 1820 nog geen 20.000 inwoners, rond 1900 waren dat er viermaal zo veel.

Zelfs nieuwbouw buiten de stadsmuren werd noodzakelijk en wijken als het Rozenprieel en de Leidsebuurt werden uit de grond gestampt. Het was onvoldoende. Op de grens met Schoten werden daarom de Transvaal- en Indische Buurt ontwikkeld. De gemeente Schoten kon zulke projecten niet kon financieren. Daarom werd dit gedaan door exploitatiemaatschappijen, projectontwikkelaars.

Er wordt de laatste tijd gedaan alsof er iets moois verloren ging toen Schoten verdween. Maar voordat op het oude landgoed het Klooster de Transvaalbuurt en Indische buurt werden gebouwd, bestond Schoten echter nauwelijks.

Volgens de volkstellingen woonden er tot 1900 slechts 500 mensen in de gemeente, waarvan het grondgebied enige malen groter was dan dat van Haarlem. Ze leefden verspreid in boerderijen en landhuizen. Een echte woonkern was er niet. Pas met de bouw van de Haarlemse volkswijken groeide de bevolking tot ruim 13.000 in 1919.

Aangezien in Schoten Haarlemse arbeiderswijken werden gebouwd en Schoten geen geld had, werd dit een probleem. Welvarende inwoners die bijdroegen aan de kosten woonden er nauwelijks.

Dat werd vooral een pijnpunt toen na de Eerste Wereldoorlog de werkloosheid groeide. De oplossing, inlijving bij Haarlem, was dan ook, mede omdat de meeste inwoners Haarlemse industriearbeiders waren, de enige oplossing.

Meer nieuws uit Haarlem

Keuze van de redactie