Barmhartigheid

Thijs Kettenis

Ad Heesbeen

Het leek een van mijn minder vervelende opdrachten: checken of het klopt dat het toerisme dit jaar booming is in Griekenland.

Ik ging daarvoor naar Mykonos, feesteiland voor bemiddelde jongeren en de Griekse jetset. „Ik heb de leukste baan ter wereld”, zei ik voor vertrek tegen jaloerse vrienden. Ik weet niet of zij hem hadden ingefluisterd, maar Zeus strafte vrijwel onmiddellijk toen ik eenmaal op Mykonos was.

Op weg naar het drukste strand van het eiland, Paradise Beach, maakte ik een geweldige schuiver op mijn  huurscooter. Het wegdek was glad van steentjes, stof en hitte. Verdwaasd en verdoofd door de klap ging ik op het muurtje zitten waartegen de scooter en ik tot stilstand waren gekomen. Vrijwel direct stopten er drie Amerikaanse meiden, helemaal hip gekapt en opgedirkt voor het feest op het strand. „Are you okay?” vroegen ze. Net toen ik wilde antwoorden, wendde een van de meiden haar lijkbleke gezicht af en begon over te geven. Pas toen merkte ik dat ik eruit zag als een monster, helemaal onder het bloed door de schaafwonden. Terwijl haar twee vriendinnen me probeerden wakker te houden in de brandende zon, sprong het meisje dat zojuist nog had overgegeven op haar quad om hulp te halen. Een paar minuten later kwam ze terug met Haris van strandtent Tropicana. Haris ontsmette mijn wonden met betadine, koelde mijn pijnlijke schouder met ijs en belde een taxi om me naar het ziekenhuis te brengen. Maar op dat moment stopte er een auto met drie Israelische toeristen. „Wij weten waar het ziekenhuis is, natuurlijk brengen we je erheen.” Ik zat versuft op de achterbank, terwijl één Israeli me rechtop hield en de ander een zak ijs tegen mijn arm drukte. Haris nam mijn scooter mee.

In mijn hoofd kwamen allerlei beelden terug van Griekse staatsziekenhuizen. Dit voorjaar had ik in Athene nog in de hitte vier uur op de eerste hulp gewacht om, na de zoveelste keer afgesnauwd te zijn, van pure ellende maar naar een privéziekenhuis te gaan. Op Mykonos echter werd ik meteen geholpen, bleken de dokters vriendelijk en spraken ze Engels. Ze lapten me op en hechtten mijn wonden. Helaas bleek op de röntgenfoto’s dat mijn schouder gebroken was.

De volgende ochtend was het topdrukte bij de receptie van het hotel. Maar de receptioniste kwam direct naar me toe. „Je kunt met één arm niet naar het buffet. Zeg maar wat voor ontbijt je wilt. Ik ben nu je moeder.” Later die dag haalde ik samen met de verhuurder mijn scooter op bij Haris in Tropicana. Hij onderbrak zijn bestelronde in de loeidrukke strandtent en zette onmiddellijk een cocktail voor mijn neus. Van het huis.

Wat me van deze opdracht is bijgebleven: barmhartigheid bestaat. Je vindt het op Mykonos. In het hoogseizoen.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.