Fascinerende biografie Adrianus

Het portret opp de cover van ’De Nederlandse paus’ is van de hand van Jan van Scorel, een van de vele noordelingen rond Adrianus VI.

Bertjan ter Braak

Hij zat als enige Nederlander op de pauselijke troon. Maar Adrianus VI hield het slechts 600 dagen vol. Voor velen bleef de Middeleeuwer een onbekende, maar de fascinerende biografie ’De Nederlandse paus’ van Twan Geurts verandert dat.

Het zijn woelige tijden waarin de Utrechter Adriaan Florisz leeft. Hij is 58 jaar als Luther zijn stellingen naar buiten brengt, dit jaar 500 jaar geleden. Die zouden geestelijk Europa compleet verdelen. Maar het zijn ook jaren van jonge vorsten: in 1517 is de 26-jarige Hendrik VIII acht jaar koning van Engeland. Aan de andere kant van Het Kanaal zit de renaissancevorst Frans I (dan 23 jaar) twee jaar op de troon. Hij is net zo oud als Süleyman, die drie jaar later sultan van het Ottomaanse Rijk zal worden. En Karel van Habsburg, met zijn vijftien lentes, is net een jaar ook koning van Spanje.

Houtbewerker

Ze zullen allemaal een rol spelen in het leven van Adriaan. Maar vooral de laatste, Karel V. Want de zoon van een redelijk welgestelde houtbewerker ontpopt zich als een briljant theoloog aan de universiteit van Leuven. Hij correspondeert er onder meer met Erasmus, die een paar jaar jonger is. Auteur Twan Geurts beschrijft de dagelijkse gang van zaken daar levendig.

En Leuven is een van de steden waar zich het Habsburgse hofleven afspeelt. De zeer geziene wetenschapper wordt er in 1506 raadsheer van landvoogdes Margaretha van Oostenrijk en, belangrijker, een jaar later belast met de opvoeding van de dan zevenjarige prins Karel.

En daarmee krijgt Adriaans leven een beslissende draai. Want de latere paus is nu echt in het Habsburgse kamp beland. Dat zal zo z'n consequenties hebben. Want vóór Habsburg betekent tegen Frankrijk, zeker sinds Karel koning van Spanje is geworden en de Fransen zowat omcirkeld zijn door de Habsburgers.

Met frisse tegenzin wordt Adriaan vervolgens naar Spanje gestuurd. Karel wil zelf nog niet gaan en iemand moet hem vertegenwoordigen. Hij belandt in het land van de Katholieke Koningen. Het is nog niet zo lang geleden (1492) dat Ferdinand en Isabella de Moren het land hebben uitgejaagd en Columbus op pad hebben gestuurd. Hun schoonzoon, de vader van Karel, Filips de Schone is pas overleden, maar Karels moeder, Johanna de Waanzinnige, leeft nog.

Labiele Johanna

Vooralsnog krijgt Karel weinig krediet, velen zien de labiele Johanna als de rechtmatige koningin. Met de vreemdeling Adriaan en de ascetische Ximenes de Cisneros aan het bewind groeit het verzet. Ondertussen is Adriaan al in 1516 ook Grootinquisiteur. Ondanks zijn over het algemeen gematigde en soms aarzelende natuur kan hij in zijn rol bij de Inquisitie soms bikkelhard uit de hoek komen. Een jaar later al wordt hij door paus Leo X tot kardinaal benoemd. Als Karel uiteindelijk ook in Spanje arriveert, toont Adriaan zich dan wel weer erg begaan met het lot van de indianen in de Nieuwe Wereld.

De ontwikkelingen gaan in ijltempo door. In 1520 overlijdt Karels grootvader, keizer Maximiliaan. En hij moet naar Aken om de keizerstitel zeker te stellen. De achtergebleven Adriaan, inmiddels stadhouder, omringt zich met noorderlingen, wat veel kwaad bloed zet. Als Karel vervolgens extra belastingen gaat heffen, is de boot aan. De Spaanse edelen – de Grandes – verzetten zich en de burgerij al evenzeer. Het komt tot een verbond tussen deze groepen en daarmee tot een burgeroorlog. In april 1521 worden de opstandelingen bij Villalar in de pan gehakt.

Pamplona

Maar rust is er niet. Want behalve dat Adriaan in de weer moet tegen de groeiende invloed van Luther – ook in Spanje – neemt de Franse koning de Baskische stad Pamplona in. Dat is waarom Adriaan zich in het nabije Vitoria vestigt, waar hij in januari 1522 te horen krijgt dat hij, onverwacht voor iedereen, tot paus is gekozen.

Geurts beschrijft de toestanden en inspanningen om vervolgens naar Rome te komen. Traag langs de Spaanse steden. Dan de zee op, beducht voor de talloze piraten, maar ook voor de Franse koning. Om uiteindelijk dan toch de pausenstad te bereiken.

Verpest

En daar belandt hij in een omgeving die grondig verpest is door zijn voorgangers, de renaissancepausen Alexander VI, die acht kinderen had, Julius II (,,voor de spirituele dimensie van zijn ambt had hij geen aanleg”, schrijft Geurts; hij zou een affaire hebben gehad met Michelangelo) en Leo X, die van het goede leven hield, bankroet ging en openlijk met zijn schandknaap Solimando verscheen.

De ingetogen noorderling Adrianus VI wil de zaak opschonen in een sfeer van afgunst en facties die pro-keizer zijn of de Franse koning steunen. Baantjes voor familieleden behoren tot het verleden en Adrianus pakt de aflatenpraktijk aan.

De pest heerst ook in Rome, wat alles vertraagt, omdat zowat alle notabelen – behalve de paus – de stad verlaten. Als dan ook nog de Turken, die Belgrado al veroverd hebben, de kruisridders van Rhodos verjagen, speelt de zwakke gezondheid de paus parten. Hij overlijdt op 14 september 1523, waarschijnlijk aan nierfalen. Geruchten over vergiftiging worden nooit bewezen.

Pas veel later, in 1563, krijgt de Kerk het op het Concilie van Trente voor elkaar om op één lijn te komen tegen de Reformatie. Dan heeft de neef van de Medici-paus Leo, Giulio, als Clemens VII inmiddels de oude gang van zaken hersteld. Maar vlamt de ruzie met de keizer weer op. Die mondt uiteindelijk uit in de plundering van Rome door diens troepen in 1527, waarbij 10.000 burgers het leven verliezen.

Meer nieuws uit HD

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.