Kastanje

Marja van Spaandonk

Soms. Moet je je verlies nemen. Ik ben daar niet goed in. Zeker niet als het om favoriet gaat: mijn paardenkastanje.

Zou verplicht moeten zijn op elk dorps- en schoolplein. Schuilplaats voor kwetterende spreeuwen en fraai fluitende merels. Gouden, handvormige bladeren die je toewuiven. Groene feestelijke taart vol rode of witte kaarsen in voorjaar. Volop schaduw in zomer. Glanzend roodbruine kastanjes uit stekelige vruchten in herfst. Steek ik altijd in mijn zak (bescherming tegen reuma).

In kale, koude winters is takkensilhouet toonbeeld van onverzettelijkheid. Boom buigt hoofd niet voor Koning Winter. Geeft al in februari kleverige bladknoppen. Paar takken in vaas vol belofte voor wat komen gaat. Majestueuze boom zou te groot worden voor vorige tuintje. Blij dat ik Kareltje Kastanje, herinnering aan niet afgemaakte hoveniersopleiding, verkas naar waar ik nu woon. Voldoende plek op erf. Uit voorzorg zet ik hem op flinke afstand van huis.

Dat doe ik niet met wilgentak. Twintig jaar later vechten forse wilg en hoek van huis om voorrang. Boom komt van rechts, ben bang dat die wint. Kraaien kletteren zo van tak in schoorsteen. Wilgentakken zwaaien met beetje wind dreigend voor dakraam. Wilg moet weg. Twee stoere kerels met lege houthokken willen klus wel klaren. Kettingzaag er in, geen sentimenteel gesnotter.

Volop wilgen rond huis en mocht ik meer willen: tak in aarde en kijk, daar groeit willig wilgje. Hoe anders met kastanjeboom. Twintig jaar lang volg ik moeizaam groeiproces. Kan bijna niet wachten tot ook voor mijn huis joekel van sprookjesboom staat. Droom mij er een romantisch bankje omheen. Waar ik op zondoorstoofde zondagmiddagen plaatsneem, gekleed in gesteven katoen en ruisend kant. Thee uit porseleinen kopje met rozenmotief, die ik met pink omhoog met kleine slokjes nuttig.

Wanneer ik alvast maat opneem (stam is niet dik genoeg) zie ik tot mijn schrik grote roestbruine plekken op bast. Angstig bewaak ik mijn favoriet. Maak mij zorgen die in tegenstelling tot boom wel hard groeien. Dan gebeurt waar ik voor vrees: er druipt donkerrode, stroperige vloeistof uit vlekken. Ah, Kareltje Kastanje bloedt! Haal er toevallig passerende boomdeskundige bij. Die constateert paardenkastanjeziekte. Behalve met rust laten, valt er verder niet veel aan te doen.

Echt niet? Ook niet een warmteherapietje? Nee dus. En zo kijk ik laatste jaren lijdzaam toe hoe er zwarte korsten op wonden verschijnen. Korsten betekenen in dit geval geen genezing. Wanneer ze er af vallen, toont bast rotte plekken. Vroeg in zomer zet Karel zijn herfsttooi op. En in najaar geeft hij met veel gevoel voor drama paar kastanjes als verdrietige toegift. Volgend voorjaar bloeit hij niet meer. Karel gaat zienderogen achteruit.

Zwammen tieren welig in barsten van bast. Honing- en oesterzwammen, zoet zijn ze niet. Favoriet kwijnt weg en valt voor eeuwig in winterslaap. En dat in het voorjaar. Afbraakfase is aangebroken. Tijd voor afscheid. Wanneer stoere mannen wilg omzagen, wijs ik op Karel. Met heel veel pijn in mijn hart. Gelukkig heb ik laatste kastanjes in potjes met aarde gestopt.

Daar komen twee piepkleine stengeltjes uit. Staan bij Dochter op balkon. Opdat zij later geniet van kastanjepracht. Bel om te vragen hoe het met twee nazaten van Karel gaat. Blijft even stil. Dan zegt ze dat ze vergeten is ze water te geven. Dochter heeft niet mijn groene vingers. En gelukkig ook niet mijn lange tenen.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.