Autobom

Fernande van Tets. Foto DPD

Nanska van de Laar

De eerste keer dat ik een autobom hoorde afgaan was in oktober 2012. Ik had net een sapje gedronken op het Sassine plein, in de Christelijke wijk Achrafieh. Terwijl ik de heuvel afliep hoorde ik een gigantische knal.

Instinctief wist ik dat het een autobom was. Een grote kolom grijze rook kronkelde de lucht in. Mijn eerste reactie was om de andere kant op te lopen. Tien seconden later draaide ik me om; daar was het nieuws. Het was voor het eerst dat ik bebloede mensen zag lopen, sommigen nog in hun pyjama, en mijn eerste uitgebrande autowrak.

Twee en een half jaar later zijn de bommen normaal geworden. Vaak hoor je ze niet eens; dan gebeurt het in een buitenwijk van Beiroet, of aan de grens. Dan krijg ik een berichtje van het Libanese leger. Ook kranten hebben vaak geen interesse meer. Het oude cliché van ’dat gebeurt zo vaak in Libanon’. Jarenlang opboksen tegen het oorlogse imago van geweld, met name door middel van veel publiciteit over mooie Libanese vrouwen in korte rokjes die uitzinnig staan te dansen op tafels in nachtclubs, is teniet gedaan. In 2009 werd het nieuwe imago bekroond door de New York Times. Beiroet stond toen bovenaan de lijst van aanbevolen reisbestemmingen dat jaar.

Sindsdien is het heuvelafwaarts gegaan. De eerste jaren kreeg ik nog via via verzoeken om informatie, of het veilig genoeg was om een weekend te komen feesten met vrienden. Ik zei altijd volmondig ja, maar adviseerde hen een annuleringsverzekering af te sluiten. Je weet maar nooit. Velen kwamen, vaak hadden ze de dagelijkse problemen niet door. Een brug die was afgezet met brandende autobanden, werd bijvoorbeeld door een handige taxichauffeur omzeild.

Pas begin september vorig jaar zeiden mensen af. Amerika stond toen op het punt om Syrië te bombarderen, was de verwachting. En de golf van aanslagen was toen al begonnen.

Libanezen zelf kijken ook over de grens. Tijdens een lunch met tien Libanese vrienden in de prachtige Chouf bergen, vertellen negen dat ze het liefst zo snel mogelijk weg willen. Een gaat zich verloven met een oude schoolvriendin die hij de afgelopen maanden veel spreekt. ’Ze is knap en ze woont in Los Angeles. Dus dan kan ik daarheen’, zegt hij simpel. Allen noemen ze ’de veiligheidssituatie’ als voornaamste reden. De verslechterende economie helpt ook niet mee. Terwijl een van hen een gedicht van een geliefde voordraagt en de anijsdrank Arak rijkelijk vloeit, vraag ik me af of ze beseffen wat ze op willen geven.

Inmiddels ontvang ik geen mailtjes meer. Vrienden en familie verzeker ik dat ze echt langs kunnen komen; ik voel me hier immers nog veilig genoeg om er te blijven wonen. Gelukkig durven een paar het nog aan, de zon lonkt immers nog altijd. En de meisjes in korte rokjes.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.