Paul de Leeuw zingt 'Long'

Nanska van de Laar

Halverwege de jaren zeventig had iedereen die zich progressief, rebels en een tikkeltje intellectueel achtte in ieder geval één elpee in de kast staan: ’Vroeger of later’ van Robert Long. Long, openlijk gay, promiscue, antikerk en wars van iedere vorm van burgermansmoraal, zong kennelijk wat het hippe deel der natie wilde horen.

Deze even militante als zoetgevooisde singer-songwriter dreigde tussen de kieren van de tijd weg te sijpelen tot Paul de Leeuw besloot zestien van diens mooiste liedjes op te nemen. Onder een straalkacheltje op het buitenterras van een Amsterdams etablissement vertelt Paul de Leeuw over zijn passie voor liedjessmid Robert Long.

„Joost Prinsen vertelde mij laatst in het televisieprogramma ’Opium’ dat op de toneelacademie bijna niemand meer weet wie Ko van Dijk was: toch één van Nederlands grootste acteurs”, aldus De Leeuw. „Met Robert Long was iets soortgelijks aan de hand. Toch moet je in dit vak de geschiedenis kennen. Op Spotify staat zo goed als niks van hem. Ik vind zijn liedjes prachtig. Daarom heb ik deze plaat gemaakt.”

Rellerig

Even terug naar het verleden. Heeft Paul de Leeuw Robert Long ook persoonlijk gekend? „Ik kende hem wel. Hij kon mij wel waarderen, met name mijn zingen. Verder was Long niet wild van mij. Hij vond me te rellerig, te ordinair. Maar ik vond het toen al mooi wat hij deed.”

Verschil

„Op mijn eerste cd had ik al een liedje van hem gezet, het nummer ’Waarom huil je nou?’. Ik was gast in zijn televisieprogramma ’Fantastico’. We stonden op een gegeven moment in het Lucent Danstheater in Den Haag toen de techniek het helemaal af liet weten. Hij wist niet wat hij moest doen. Ik ben op dat moment maar een beetje met de zaal gaan improviseren. Dat was het verschil tussen hem en mij. Ik vind het wel leuk als het een beetje mis gaat. Ik geef af en toe les aan de Kleinkunstacademie in Amsterdam en dan zeg ik altijd tegen de studenten: ’Durf jezelf te laten vallen, anders kom je nergens. Ben niet bang, want je wordt altijd opgevangen’.”

Nerveus

In zijn liedjes leren we Robert Long kennen als een man met een rusteloze geest en een gewillig lijf. Paul de Leeuw heeft inmiddels een steady relatie die al twintig jaar duurt. Was het voor De Leeuw moeilijk om zich in te leven in een man die op amoureus gebied zijn tegenpool was?

„Long was natuurlijk niet voor monogamie”, zegt hij. „Terwijl voor mij een open relatie echt niks zou zijn. Ik word al nerveus als ik eraan denk. Hij viel op jonge jongens; ik heb dat niet. We hebben zelfs even getwijfeld of we het liedje ’Je bent pas zeventien’ in deze tijd nog wel konden doen. Officieel kan dat natuurlijk niet, een oudere man met een jongen van onder de achttien. Het gebeurt natuurlijk nog steeds, maar toch.”

Alle tijden

„Aan de andere kant vind ik een liedje als ’Liefste m’n liefste’ (’hoe kun je nu denken /Dat ik niet eerlijk meer ben of ontrouw/Als ik mijn lichaam aan anderen wil schenken/Zegt dat nog niet, dat ik niet van je hou’) een prachtig liefdeslied. Je kunt een hart inderdaad zien als een huis met veel kamers, maar voor mij werkt dat niet.”

Liefdesliedjes zijn van alle tijden. Maar geldt dat ook voor de meer geëngageerde songs van Long? „Absoluut!”, reageert De Leeuw. „Ik kwam erachter dat een nummer als ’Allemaal angst’ nog steeds actueel is. We maken ons nog altijd overal druk om. Nu zijn we weer bang dat we Zwarte Piet kwijt raken of dat we door het schrappen van de hagelslag bij het Nationaal Schoolontbijt onze identiteit verliezen. Angst is van alle tijden, net als de songs van Robert Long.”

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.