Zoete herinneringen

Illustratie Shutterstock

Ad Heesbeen

De kans op het krijgen van een depressie blijkt onder meer samen te hangen met hoe mensen zich dingen herinneren: positief of vooral negatief. Psycholoog Janna Vrijsen toont die samenhang als eerste aan. ,,We hopen een soort geheugentraining te ontwikkelen die depressieve mensen uit hun negatieve spiraal haalt.’’

Ieder mens onthoudt dingen op een eigen manier, afhankelijk van persoonlijkheid, karakter, kijk op het leven, ervaringen en erfelijke aanleg. Is het glas altijd half vol, dan zullen gebeurtenissen in het verleden vaker worden herinnerd als positief. Iemand die overal leeuwen en beren op de weg ziet, zal zich vaker negatieve dingen herinneren.

Uit onderzoek van psycholoog Janna Vrijsen blijkt dat vooral mensen die erfelijke aanleg hebben voor depressie en in hun jeugd ingrijpende ervaringen hebben meegemaakt, hun herinneringen negatief vertekenen. Dit vergroot vervolgens de kans op een nieuwe depressie. ,,We hebben de samenhang tussen een negatief geheugen, depressie en genen kunnen aantonen bij mensen die eerder depressief zijn geweest.’’

Voor haar onderzoek, waarop Vrijsen onlangs aan het Radboudumc in Nijmegen promoveerde, vergeleek zij de uitkomsten van 440 gezonde deelnemers met die van 340 mensen – gemiddelde leeftijd 43 jaar - die een of meer depressies hebben meegemaakt. Zij vulden een vragenlijst in over 21 soorten stressvolle gebeurtenissen, variërend van verlies van een ouder tot oorlogsdreiging, van mishandeling tot problemen met ouders of op het werk. Ook gaven zij aan wanneer ze nare dingen hadden meegemaakt: als kind, als volwassene of in het laatste jaar. Om te bepalen of iemand erfelijk kwetsbaar voor depressie is, werden bloed of speeksel afgenomen en in het laboratorium onderzocht.

Kwetsbaarheid

Kwetsbaarheid voor depressie is deels erfelijk bepaald. Van ruim honderd afzonderlijke genen is nu bekend dat zij een relatie hebben met depressie. Maar er is volgens Vrijsen niet een enkel gen als boosdoener aan te wijzen. ,,Depressie is een complex geheel van erfelijke en omgevingsfactoren: hoe groei je op, in welk soort gezin, hoe gaat het op school en met vrienden, welk karakter, welke persoonlijkheid, welke ervaringen maak je mee?’’ Anders gezegd: een nare jeugd of erfelijke aanleg betekenen niet automatisch dat je een depressie zult krijgen.

Om toch een eventueel verband te kunnen aantonen tussen genetische aanleg en depressie heeft Vrijsen gekeken naar zogeheten endofenotypen, die ze omschrijft als erfelijk bepaalde hersenprocessen en gedragspatronen die de brug vormen tussen enkelvoudige genetische mutaties en een stoornis, zoals depressie. ,,Je kunt naar die hersenprocessen kijken via een hersenscan: welke delen lichten op in welke situatie? Of je kunt deelnemers bijvoorbeeld aandachts- en geheugentaken op de computer laten doen. Dat laatste hebben wij gedaan.’’ Vrijsen had verwacht dat mensen die bij aandachtstaken veel positieve of juist negatieve dingen opmerkten, dat ook bij geheugentaken zouden doen. ,,Maar die samenhang blijkt minder sterk. Bij mensen die depressief zijn geweest, is de aandacht wel negatief, maar het negatieve geheugen staat op de voorgrond. Hieruit blijkt duidelijk hun erfelijke kwetsbaarheid. Zij vertekenen als het ware hun herinneringen op een negatieve manier.’’

Afleiding

Deelnemers kregen een via een computerscherm zowel negatieve woorden (ellende, verkrachting, droevig) als positieve (blijdschap, vrolijkheid, vakantie). Bij elk woord moesten zij zich een bijpassende situatie voorstellen. Tevoren wisten zij niet dat zij woorden moesten onthouden. Na wat afleiding moesten ze opschrijven welke woorden ze zich herinnerden uit de reeks die ze eerder hadden gelezen. ,,Mensen die depressief waren geweest, onthielden meer negatieve woorden dan gezonde deelnemers. Dit was het sterkst te zien bij mensen met een erfelijke aanleg voor depressie die als kind iets naars hadden meegemaakt.’’

Zitten zij in een negatieve spiraal en ’denken’ zij zichzelf daardoor eigenlijk ziek? ,,Ja, en dat is ook het lastige. Want het gaat automatisch: uit de krant zullen zij zich eerder berichten over oorlog en andere ellende herinneren dan over een pasgeboren olifantje. Zij doen dat niet bewust en kunnen dus niet een knop omzetten. Maar doordat ze zo zijn gericht op negatieve dingen, houden zij hun eigen kwetsbaarheid in stand.’’

Spiraal

Is die spiraal te doorbreken? Als research coördinator en postdoc onderzoeker bij de afdeling Psychiatrie van het Radboudumc hoopt Vrijsen samen met de Trinity University in Texas een soort geheugentraining te ontwikkelen die de emotionele lading van herinneringen als het ware kan resetten. ’Nu is aangetoond hoe belangrijk het geheugen is bij de kans op depressie, heb ik er wel vertrouwen in dat zo’n training er komt. Maar het duurt dan nog lang voordat je zeker weet of die werkt.’

Van de mensen die voor depressie worden behandeld, reageert volgens Vrijsen ongeveer veertig procent niet goed op de behandeling, meestal een combinatie van psychotherapie en medicijnen. ,,Je hoopt dat onderzoeken zoals dat van mij kunnen zorgen voor behandeling op maat. De ene persoon zou gebaat kunnen zijn bij medicijnen, bij de ander moet je je misschien meer richten op het geheugen. Dit soort personalized healthcare staat nog in de kinderschoenen. Maar het is wel de richting die de geneeskunde op gaat.’

Trimbos-instituut

Het Trimbos-instituut heeft becijferd dat bijna een op vijf Nederlanders tot 65 jaar ooit in het leven een depressieve stoornis heeft gehad. Uit de NEMESIS-2 studie (Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study) van het Trimbos-instituut blijkt dat in 2010 ruim 550.000 volwassenen een depressie hadden: 220.300 mannen en 328.000 vrouwen.

Bij jongeren tussen tien en negentien jaar is depressie op dit moment de belangrijkste veroorzaker van ziektes, meldt de Wereldgezondheidsorganisatie WHO in een onlangs gepubliceerd rapport.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.