Een losgeslagen laatste rit

Een deel van het publiek tijdens het afscheid van de stoomtram in 1932. Foto: archief Haarlems Dagblad

Wim Wegman

Het afscheid van de stoomtram bracht in 1932 flinke mensenmassa’s op de been. De streekbewoners wilden dat ouwe trammetje, dat een dag later zou worden vervangen door een elektrische tram, niet zomaar laten gaan.

Op vrijdagavond 30 december 1932 vertrok een speciaal afscheidscomité vanuit Hillegom met de laatste tram naar Leiden. Eenmaal aangekomen in de remise, begon het gezelschap de locomotief van de stoomtram te versieren met bloemen en kransen. Ook kreeg de loc een ‘gouden medaille’ opgespeld voor vijftig jaar trouwe dienst.

Terwijl het afscheidscomité druk in de weer was, verzamelden enkele honderden Hillegommers zich in restaurant Zomerzorg bij het Leidse station, waar ze een afscheidslied instudeerden. Even voor middernacht stapten het afscheidscomité en talloze andere uitzwaaiers in de versierde rijtuigen en begonnen aan de reis terug naar Hillegom. Een stoet van meer dan honderd auto’s volgde de tram over de weg. De allerlaatste episode in het stoomtijdperk van de NZH was begonnen.

De rit groeide uit tot een indrukwekkend afscheid. In Sassenheim steeg het hele gezelschap uit en zong daar op roerende wijze het ingestudeerde afscheidslied. Ook in Lisse was de belangstelling van de bevolking enorm, ondanks het feit dat de tram er pas tegen één uur ’s nachts aan kwam. De Lissenaren kregen niet echt een beloning voor hun vasthoudendheid. Omdat het al zo laat was, besloot het afscheidscomité niet te stoppen, maar meteen door te rijden naar Hillegom.

Daar wachtte een werkelijk ontzagwekkende mensenmassa. Onder oorverdovend gejuich kreeg de stoomlocomotief nog een krans opgehangen. Daarna ging hij onder begeleiding van tamboers en harmonicaspelers op weg naar de remise. Voetje voor voetje, want de menigte bleef de tram omstuwen. Na drie kwartier was de stoomtram dan eindelijk bij de remise gearriveerd. Terwijl het publiek het afscheidslied nog een keer zong en nadat het vele keren ‘hoera’ had geroepen, reed de loc naar zijn laatste rustplaats.

Nog waren de plechtigheden niet afgelopen, want het feestcomité bood de directie van de NZH een fraai gekalligrafeerde oorkonde aan waarin ze de stoomtram namens de burgerij dankte. Voor het publiek – het was inmiddels ver na twee uur ’s nachts – zat het feest er toen op. Het comité en de directie van de NZH gingen nog even verder in Hotel Flora, dat voor deze ene keer vergunning had om tot vier uur open te blijven.

Een geslaagd feest dus, met als enig minpuntje dat baldadige jeugd de feesttram onderweg vakkundig had gedemonteerd. Al kort na het vertrek maakten ze de verbindingsstukken tussen de rijtuigen los of zetten de remmen aan, zodat er wagens los schoten. In het begin reed de machinist nog terug om de afgekoppelde wagens weer op te halen. Maar voorbij Lisse gaf hij de moed kennelijk op en liet hij ze maar staan.

Het moet even slikken zijn geweest voor de feestgangers in die rijtuigen toen ze de feesttram met de rest van het gezelschap in de duisternis zagen verdwijnen, maar het was even niet anders. Ook tijdens de feestelijke tocht door Hillegom bleken er trouwens verschillende wagens te zijn losgekoppeld, zodat van de oorspronkelijke acht rijtuigen er nog maar één achter de stoomloc hing. Na de officiële slotrit volgde er dus nog een aller-, allerlaatste rit met stoommaterieel: om al die afgehaakte rijtuigen bij elkaar te scharrelen en terug te brengen naar de remise.

Wim Wegman

w.wegman@hollandmediacombinatie.nl

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.