Terug naar prille begin van Audi

Peter Lodewijks

Het Auto Union Museum in Bergen heeft twee bijzondere aanwinsten.

De eerste dieselwinnaar van de 24-uurs race van Le Mans, de Audi R10, is de meest in het oog springende en staat er tot eind oktober. Maar minstens zo belangrijk is een bescheiden motorblokje, dat volgens museum-eigenaar Henk Geerts het begin van alles vertegenwoordigt. Was dit motortje een mislukking geweest, dan hadden er nu geen Audi’s rondgereden, zegt hij. Het was DKW dat de 2-takt motor in 1920 ontwikkelde en op een fiets monteerde. De eerste DKW was dus een fiets met hulpmotor. De firma deed goede zaken met de 2-takten en ontwikkelde ze verder. Acht jaar later bouwde DKW 60.000 motorfietsen per jaar en werd daarmee de grootste producent van motorfietsen.

Toen nam DKW het in financiële nood verkerende Audi over en ging auto’s bouwen. In 1931 verscheen de F1, de eerste voorwielaangedreven auto in serieproductie. Het jaar daarop volgde de grote fusie tussen de vier merken DKW, Audi, Horch en Wanderer, samen AutoUnion. Als symbool bedacht men het logo met de vier ringen. DKW was lange tijd de sterkste partij, maar in 1964 maakten de 2-taktmotoren plaats voor 4-takten en ging het merk Audi heten. Onder die naam is de firma al tijden succesvol. En dat is allemaal te danken aan die eenvoudige 2-taktmotor, die te zien is in het Auto Union Museum.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.