De vreselijke, niet te harden stank van de stoomtram

De stoomtram in zijn nadagen. Foto: collectie Stichting Historisch Genootschap De Blauwe Tram

Wim Wegman

Stoomtrams en stoomtreinen roepen bij veel eenentwintigste-eeuwers buitengewoon nostalgische gevoelens op. Een ritje achter zo’n sissende, stampende loc is tegenwoordig een geliefd dagje uit, waarbij reizigers vol overgave de weemoedig stemmende geur van brandend steenkool opsnuiven.

De late negentiende- en vroege twintigste-eeuwers zouden er vreemd van hebben opgekeken. Die wisten meestal niet hoe snel ze van die kolen af moesten. Maar ja, als je de hele dag in die lucht zit, gaat het nostalgische gevoel er waarschijnlijk ook snel van af. En stinken deed die steenkool. In de gemeenteraad van Bennebroek stelde raadslid Reijdon er in juli 1907 zelfs vragen over.

Hij wees de burgemeester er op dat de stoomtram van de NZHSTM in het dorp een, zoals hij het letterlijk noemde ‘onhoudbare lucht verspreidde’. Telkens als de tram was gepasseerd, bleef er in de huizen langs het spoor een verschrikkelijke stank hangen.

Reijdon vermoedde dat dat kwam doordat de trammaatschappij een bepaald soort briketten verstookte. Hij vroeg de burgemeester of daar in de concessievoorwaarden voor het trambedrijf geen afspraken over waren gemaakt. En als dat niet zo was, moest de gemeente volgens hem alsnog onmiddellijk ingrijpen.

De burgemeester antwoordde dat de NZH volgens de voorwaarden cokes – gezuiverde steenkool - moest stoken. Hij beloofde in elk geval om de kwestie met de directeur van het trambedrijf op te nemen.

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.