Zoektocht naar Japanse herinneringen

Atoombom op Nagasaki.

Dick Buchel van Steenbergen. Foto Jurriaan Balke

Dick Buchel van Steenbergen legt onder grote belangstelling van de pers bloemen bij een herdenkingsmonument. Foto DPD

Dick Buchel van Steenbergen met zijn dochters. Foto DPD

1 / 4
Nanska van de Laar

Het zijn soms slechts triviale dingen die een mensenleven radicaal beïnvloeden. Zoiets alledaags als een wolkendek zorgde ervoor dat de Amerikanen op 9 augustus 1945 atoombom Fat Man niet boven hun eigenlijke doel Kokura konden laten vallen en uitweken naar Nagasaki. De Japanse havenstad waar Dick Buchel van Steenbergen als krijgsgevangene verbleef.

De Waalrenaar zag de bom vallen, rende in een reflex een fabriek binnen en ging – zo bleek naderhand – precies op de goede plek staan: daar waar geen puin naar beneden kwam. Toen Fat Man 1,4 kilometer verderop de grond raakte, zag Buckel van Steenbergen een flits en raakte buiten bewustzijn. Toen hij even later weer bijkwam, was de wereld om hem heen donker van het stof en ellende. Buchel van Steenbergen overleefde. Op enkele schrammetjes na mankeerde hij niets. Ook in zijn latere leven niet.

Twee maanden geleden heeft de stad Nagasaki de inmiddels 93-jarige Waalrenaar officieel erkend als slachtoffer van de atoombom. Afgelopen week keerde hij terug naar Japan. Om het bij de erkenning horende proces voor een compensatieregeling in gang te zetten, maar vooral ook om de stad aan zijn drie kinderen Patty, Frederique en Annerose te laten zien. Buchel van Steenbergen – geboren op Java – werd als KNIL-soldaat in 1942 in Indië door de Japanners krijgsgevangen genomen. Hij belandde in Nagasaki en moest dwangarbeid verrichten op de scheepswerf van Mitsubishi. Wat het verblijf in het kamp - Fukuoka 14 - echt zwaar maakte waren de bittere kou, het gebrek aan eten, het zware werk en het van je vrijheid beroofd zijn. Er zaten in totaal zo’n tweehonderd Nederlanders. Zeven van hen stierven door de atoombom, negentig overleden er al eerder als gevolg van ziektes.

Verschrikkingen

De atoombom maakte een eind aan de ellende van het kamp en werd in die zin door Buchel van Steenbergen verwelkomd. Maar Fat Man bracht zijn eigen verschrikkingen. Veertigduizend mensen stierven aan de directe gevolgen van de bom: de klap, de hoge temperaturen – op de plek van inslag liep die op tot 3000 graden –, brand en straling. De stad lag bezaaid met lijken. Zwartgeblakerd of als nog slechts een skelet waarvan het vlees was afgerukt. Van vele anderen is niets meer teruggevonden. Verpulverd en verdwenen. In de decennia erna zouden bovendien nog veel meer mensen bezwijken aan verschillende vormen van kanker.

De verhalen en foto’s zijn verschrikkelijk; het meisje dat naast het verkoolde lichaam van haar moeder wezenloos in de verte staart. Mensen die bekneld raakten onder het puin. Zoals een medegevangene van Buchel van Steenbergen. ,,Met z’n vijven hebben we geprobeerd hem los te krijgen’’, vertelt de Waalrenaar. ,,Maar dat lukte niet. Het vuur kwam dichterbij, dus hebben we hem daar achter moeten laten. Die jongen is levend verbrand.’’ In de dagen na de bom heeft Buchel van Steenbergen bovendien moeten helpen bij het opruimen. Zijn groepje zocht hout voor de brandstapels. Anderen de lichamen om op die stapels te verbranden.

Toch heeft de Nederlander er geen trauma’s aan overgehouden. ,,Bij ons liep je niet over de lijken’’, geeft hij in eerste instantie als verklaring. Na twee dagen ondergedompeld te zijn in de geschiedenis van Nagasaki, is dat moeilijk voor te stellen. ,,Ik ging ook niet staan kijken’’, geeft hij uiteindelijk toe. ,,Misschien had ik inderdaad wel oogkleppen op. Uit zelfbescherming.’’

Sowieso lijkt de hele periode in Japan hem op het eerste gezicht weinig te doen. ,,Hij heeft het altijd een beetje weggelachen”, beaamt jongste dochter Annerose. Maar al tijdens de eerste ochtend in Nagasaki blijkt dat het anders zit. Tijdens het bezoek aan de plek waar het kamp heeft gestaan, schiet hij vol. Ook al is daar tegenwoordig niets meer te vinden dan een verlaten parkeerterreintje. Maar een fysieke plek, het zicht op de heuvels die de stad omringen, de rivier vlakbij, het zijn ijkpunten die de herinneringen tot leven brengen.

IJkpunten

Voortdurend speurt Buchel van Steenbergen naar dergelijke ijkpunten. Onderweg in het busje probeert hij te achterhalen hoe hij elke dag van het kamp naar de werf liep. Vanaf een uitkijkpunt over de stad zoekt hij naar de plekken in de heuvels waar hij in de dagen na de bom heeft geslapen. In het Atoombommuseum is hij gespitst op tekens van bekenden op foto’s en prenten, gemaakt door mede-gevangenen. In het museum van Mitsubishi probeert hij uit te zoeken hoe de boten in het dok lagen en waar de dwangarbeiders hun schamele maaltijden kregen.

Maar herkenningspunten zoeken in een stad die opnieuw is opgebouwd en die bovendien worstelt met zijn oorlogsverleden, valt niet mee. De herdenkingsplaquette bij het kamp kwam er bijvoorbeeld pas na lang aandringen in 2005 en gaat alleen over de krijgsgevangen die de bom niet overleefden. Over de mannen die er eerder stierven, wordt niet gerept. De werf van Mitsubishi blijft bovendien gesloten voor Buchel van Steenbergen, bang als het bedrijf is voor schadeclaims. Het bedrijfsmuseum mag de Waalrenaar wel binnen, maar de expositie bestaat uit louter succesverhalen van Mitsubishi. Dwangarbeid past niet in dat plaatje. Wrang. Maar de familie begrijpt het wel. „In Europa zijn ook bedrijven die hun rol in de oorlog liever verzwijgen”, zegt Annerose.

Ondanks de Japanse worsteling met het onderwerp is de plaatselijke media-aandacht voor het bezoek van Buchel van Steenbergen overweldigend. De journalisten staan de Waalrenaar al bij aankomst op te wachten om twee dagen lang niet meer van zijn zijde te wijken. De vrijwilligers van POW Research Network Japan, die de familie begeleiden en het programma regelden, zijn daar blij mee. De organisatie doet onderzoek naar de 150 kampen in Japan tijdens de oorlog en wil deze geschiedenis onder een breder publiek bekendheid geven.

Buchel van Steenbergen zelf ondergaat alle aandacht gelaten. Onverstoorbaar geeft hij nog maar eens antwoord op de vraag hoe hij zich voelt en bij het bezoek aan de burgemeester draait hij onder toeziend oog van al die camera’s kalm zijn verhaaltje af. Bijgestaan door Yoko Huijs, een Japanse die in Nederland woont en deze dagen fungeert als zijn tolk.

Intimideren

,,Ik laat me inderdaad niet intimideren’’, zegt hij later. ,,Dat heb ik in Indië en Japan wel geleerd.’’

Het was een van zijn strategieën om te overleven. ,,Net als vasthouden aan een bepaald principe’’, vertelt hij. ,,Om de een of andere reden had ik me vanaf het begin gericht op augustus 1945. Dan zou het afgelopen zijn. Het kwam nog uit ook.’’

Nog zo’n strategie van Buchel van Steenbergen, was zijn neutrale houding ten opzichte van de Japanners. ,,Zij hielden me vast. Dat was nu eenmaal zo en dan heb je het makkelijker als je je overgeeft.’’ Toch geeft hij toe dat hij na het vallen van de bom dacht: ’Nu hebben jullie je straf’.

Minder neutraal is hij als het gaat om het gebrek aan aandacht dat er in Nederland altijd heeft bestaan voor het lot van landgenoten die tijdens de oorlog gevangen zaten in Azië. Het irriteert hem. ,,Wat er in Azië is gebeurd, zou onderdeel moeten worden van de geschiedenislessen op scholen’’, vindt ook Annerose.

Buchel van Steenbergen doet ondertussen in het klein zijn best om het verhaal te verspreiden: door ’zijn bloed’, zoals hij zijn dochters lachend noemt, mee te nemen naar Japan. De vier realiseren zich dat je je als buitenstaander nooit echt kunt voorstellen hoe het was.

Frederique: ,,Maar door hier te zijn geweest, kun je de verhalen beter plaatsen en ze doorgeven aan de volgende generaties.’’

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.