Eerst koken, dan een keuken

Gascomfoor. Foto PR

Nanska van de Laar

Nieuw huis? Beetje witten, gordijnen naaien, klaar. Maar een nieuwe keuken. Kopzorg.

Een keuken, zegt een keukenverkoopster, gaat twintig jaar mee. Eerder is de apparatuur een keer vervangen, na tien jaar gaat er van alles stuk. Maar na twintig jaar past de keuken niet meer bij de smaak van de tijd. Ze zegt het met z’n vanzelfsprekendheid dat je pas veel later, veilig op straat, durft te vinden dat zulks achterlijk is. Hoe lang gaat een deur mee? Een leven lang van de mens die er door moet. Een trap? Tweehonderd jaar.

Houtpulp

Een keuken is geen ruimte meer die keuken wordt genoemd, maar alles wat er in is aangebracht om te kunnen koken en af te wassen. Een gootsteen, een aanrecht, een kraan, een gasje of een stopcontact? Nee, dat was de eerste helft van de vorige eeuw, toen vader nog schollen bakte in de schuur, omdat de slaolie in huis te veel zou stinken. Een keuken uit een winkel die in keukens is gespecialiseerd, is een decor waarin vader held speelt op zondag en moeder op zaterdag de majesteit uit hangt. En geen gehaakte pannenlappen, o nee. Het is een interieur dat past bij de kleur van mevrouw haar oorbellen en mijnheers persoonlijkheid. Aan de inbouwapparatuur verdienen we niet veel, vertrouwt de keukenverkoopster me toe, de winst zit in de kastjes. Lucht dus, met plaatjes geperste houtpulp er omheen. De scharnieren zijn het duurst.

Doe ik lelijk?

Mijn verontschuldigingen. Maar het moet me van het hart. Een keuken hebben is niet hetzelfde als koken kunnen. Een importeur van dure Amerikaanse inbouwovens wist het ook zeker uit onderzoek. Zijn ovens worden nooit, of hooguit twee keer in een jaar gebruikt, vertelde hij frank en vrij. Men deinst terug voor een ovenschotel met een grote vogel, of dikke taarten van eigen deeg. Het is dat het moet met de feestdagen, anders bleef het ding dicht tot hij uit weer uit de mode was. Tweeduizend euro.

Kleine meid is groot geworden, gaat het huis uit, komt te wonen in een huis waar nog geen keuken in getimmerd is. Of ik haar aan een keuken helpen kan. Meedogenloos verstandig weiger ik de brochure van Bruynzeel te bestuderen. Koken meid, zeg ik. Eerst koken, dan zien we wel verder.

Gastoestelletje

Maar hoe kan ik koken als ik geen keuken heb? Een traan trekt een verticale streep van oogschaduw over een wang. Dan geef ik haar het koffertje. En een spuitbus waar geen verf in zit maar een wolk butagas. Uit het zwarte plastieken koffertje komt een gaskomfoortje. De spuitfles past er in. En hup, koken meteen. Niet eens lucifers bij nodig. Elektrische ontsteking. Het is een gastoestelletje uit China. Te koop in hengelsportwinkels, Chinese supermarkten en de rare winkel Action. Flesjes gas ook. Miljoen mensen in Azië en andere werelddelen koken met zo’n ding, dolgelukkig dat het eindelijk niet meer hoeft op hout. Je kan er ook mee kamperen en dan moet je weten meid, miljoenen mensen doen niet anders dan kamperen. En koken dat ze kunnen op zo’n blikken bak!

Maar wij rijken, gaan in de zomer weer belachelijk doen achter onze huizen. Met een kookkasteel op wielen dat buitenkeuken wordt genoemd. Een heel theater om een worstje warm te maken. China lacht!

Meer nieuws uit frontpage

Net binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.