Nieuwe etiketten: zoek de verschillen

Nanska van de Laar

13-12-14 is een deadline die bij veel bedrijven met grote rode letters in de agenda staat. Bij Albert Heijn bijvoorbeeld. Meer dan 15.000 voedingsmiddelen in de webshop moeten over een maand van een hoop extra informatie zijn voorzien.

Naast elk voorverpakt voedingsmiddel komt een nieuw icoontje. Als je daarop klikt, krijg je alle ingrediënten en voedingswaarden (calorieën, vetten, suikers) in beeld. Het invoeren daarvan is een enorme operatie, zegt woordvoerster Els van Dijk. „Honderden leveranciers moeten de juiste informatie aanleveren. We werken keihard om alles in december af te krijgen.”

Grotere letters

Ook geitenkaasmakerij Bettine Hoeve is al anderhalf jaar druk in de weer met de nieuwe etiketteringsregels. Die heeft de Europese Unie opgelegd om consumenten beter te informeren over wat er in hun eten zit. Stoffen die een allergische reactie kunnen veroorzaken, moeten bijvoorbeeld in opvallende letters op de verpakking worden gezet. Ook moet nu expliciet op het etiket staan hoeveel zout ergens in zit. Met het omfloerste ’natrium’ komen fabrikanten niet langer weg.

„We hebben driehonderd verschillende verpakkingen moeten laten aanpassen door een reclamebureau”, verklaart Xander van den Bos van Bettine Hoeve. „Omdat er meer informatie op moet in grotere letters, passen er minder talen op. Voor onze verschillende afzetmarkten moeten we nu dus andere verpakkingen gebruiken. De nieuwe etiketteringsregels hebben dus gevolgen voor de hele productie.”

Niet ver genoeg

Voor bedrijven mogen de nieuwe regels dan een hoop rompslomp zijn, critici vragen zich af wat consumenten ermee opschieten. De verplichte informatie over allergenen is voor mensen met een voedselallergie een flinke stap vooruit. Als vis of vlees bestaat uit aan elkaar geplakte stukjes, moet dat voortaan worden vermeld. En het algemene ’plantaardige olie’ als ingrediënt mag niet langer. Fijn voor de kritische consument die koekjes zonder palmolie zoekt, omdat daar tropische regenwouden voor worden gekapt.

Maar zulke verbeteringen gaan volgens consumentenorganisaties lang niet ver genoeg. Zo pleit de Consumentenbond al jaren voor het stoplichtsysteem in plaats van de voedingswaardetabel. Met rood, oranje en groen maakt dat in één oogopslag duidelijk of een product veel vet, suiker en zout bevat. Ondoorzichtige logo’s als het ’gezondere keuze’-vinkje zouden daarmee meteen overbodig worden.

„Onder druk van de levensmiddelenindustrie heeft het stoplichtsysteem in het Europees Parlement helaas geen meerderheid gekregen”, zegt woordvoerster Babs van der Staak van de Consumentenbond. „De etiketteringsrichtlijn is het meest belobbyde dossier in Brussel.”

Voor de strijd om stoplichten van hun verpakkingen te weren, trok de Europese levensmiddelenindustrie volgens de stichting Corporate Europe Observatory zeker 1miljard euro uit.

Misleiding

Met de nieuwe etiketteringsregels die drie jaar geleden wél zijn vastgesteld, blijft er teveel ruimte voor misleiding, vindt Foodwatch. „In de discussie over de nieuwe regels heeft de industrie op veel punten haar zin gekregen”, zegt campagneleider Meike Rijksen van de voedselwaakhond.

Neem de minimale lettergrootte. „Om te zorgen dat consumenten het etiket daadwerkelijk kunnen lezen, was in het oorspronkelijke wetsvoorstel een minimale lettergrootte van drie millimeter opgenomen. De voedingsindustrie stelde dat daarmee niet genoeg ruimte overbleef voor het merk.”

Uiteindelijk hoeven de letters maar 1,2 millimeter groot te zijn. Bij etiketten kleiner dan acht bij tien centimeter is 0,9 millimeter zelfs al genoeg. Ter vergelijking: de letters die u nu leest zijn 3,4 millimeter groot. Voor mensen die in de supermarkt af en toe een etiket inspecteren, blijft een leesbril dus geen overbodige luxe.

Nieuwe etiketten

Al het voorverpakt voedsel dat vanaf 13 december wordt geproduceerd moet een etiket krijgen dat voldoet aan de nieuwe Europese regels. Die zijn drie jaar geleden vastgesteld. Het doel van de wet is om de leesbaarheid van etiketten te verbeteren en consumenten de gelegenheid te geven om een weloverwogen voedselkeuze te maken wat betreft gezondheid, veiligheid, herkomst en milieu. Ook verkoop via internet valt onder deze wet.

Restaurants, hotels, snackbars en cateraars moeten hun gasten vanaf 13 december kunnen informeren over allergenen (stoffen in gerechten die een allergische reactie kunnen oproepen).

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit houdt toezicht op de uitvoering van de regels. Op overtreding staat nu maximaal 4.500euro boete. Hoe de NVWA naleving van de regels gaat controleren, is nog niet duidelijk.

Horeca maakt zich er makkelijk vanaf

Wil je weten of er pinda’s, gluten of eieren zitten in de hartige taart op de menukaart? Over een maand moet de serveerster of ober dat kunnen vertellen. Alle horeca en cateraars zijn vanaf 13 december namelijk verplicht hun klanten te kunnen informeren over ingrediënten die allergische reacties kunnen opleveren. Dat geldt voor grote ketens als McDonald’s, maar ook voor die kleine bistro met wekelijks wisselende menukaart en voor de shoarmazaak om de hoek.

Klinkt ingewikkeld, maar voor de horeca stellen de nieuwe regels in de praktijk niet zoveel voor. Die regels zijn de Nederlandse uitwerking van een Europese verordening. Die is bedoeld om consumenten beter te informeren over wat ze eten. Aanvankelijk was het de bedoeling dat horeca hun gasten veel uitgebreider gingen voorlichten. Zo zouden ze ook de hoeveelheid calorieën, vetten en suikers in hun gerechten moeten gaan melden. Mensen die op hun gezondheid letten, zouden het zo makkelijker krijgen.

Horecaondernemers zagen die extra regels echter niet zitten. Belangenorganisatie KHN heeft stevig gelobbyd om die verplichting van tafel te krijgen. Met succes, schrijft de vereniging in zijn ledenblad: „Door lobby van KHN werd dat beperkt tot informatie over allergenen. Ook zorgde KHN ervoor dat u uw gasten niet alleen schriftelijk of elektronisch kunt informeren, maar ook mondeling.”

’Niet uitgesloten’

Restauranthouders hoeven hun menukaart dus niet aan te passen. Als het personeel vragen van gasten kan beantwoorden, is het ook goed. Voor een snackbarhouder is dat simpel, zegt Johan Jongsma van Bureau de Wit, die allergenentrainingen geeft aan horecapersoneel. „Die kan gewoon de doos kroketten uit de vriezer pakken om het etiket te checken. Zaken met een uitgebreide kaart kunnen een ingrediëntenlijst bijhouden van hun gerechten.”

Het personeel kan zo’n lijstje raadplegen in de keuken of via de computer. Een tekstje op de menukaart als ’heeft u een allergie? Meld het ons’, is genoeg om klanten daarover te informeren. Ondernemers die zelfs dat teveel werk vinden, hebben nóg een uitweg. Zij mogen ook een bordje in de zaak hangen dat het ’niet uitgesloten is’ dat gerechten allergenen bevatten.

Allergisch

In de praktijk verandert er dus weinig, beaamt woordvoerder Joris Prinssen van KHN. „Ondernemers moeten iets bewuster communiceren. Maar in de praktijk hadden ze toch al met allergenen te maken. Mensen die ergens allergisch voor zijn, geven dat nu ook al aan.”

Zo’n twee procent van de Nederlanders heeft een voedselallergie. Allergiepatiënten vinden het jammer als horecaondernemers zich er makkelijk vanaf maken. „Mensen die een serieuze allergie hebben, durven nu nauwelijks uit eten”, zegt Erna Botjes van de Stichting Voedselallergie. „Koks vinden gasten met een allergie vervelend. En natuurlijk zijn er mensen die zéggen een allergie te hebben, terwijl ze iets niet lekker vinden.”

Ze hoopt dat er ook restauranthouders zijn die de kansen zien om nieuwe klanten aan zich te binden. „Mensen met een allergie die ergens veilig hebben gegeten, komen graag met hun hele familie terug.”

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.