Openbaar Kunstbezit leerde kleine man kijken naar Grote Kunst

1 / 2
Leonie Groen
alkmaar

De Alkmaarder Bertus Bakker, al zijn hele leven gegrepen door de ’popularisering van kunst’, probeert de gewildheid van Openbaar Kunstbezit te verklaren in zijn lijvige boek Elk zijn museum, tevens de verslaglegging van de geschiedenis van het kunstprogramma.

Openbaar Kunstbezit, gestart in 1957, telde op het hoogtepunt in de jaren zestig zo’n 125.000 abonnees. Net als nu het populaire tv-programma Kunst en Kitsch wilde het programma de kunst bij de gewone man brengen. Maar daarmee houdt de vergelijking tussen beide wel zo ongeveer op. De stichting Openbaar Kunstbezit is opgericht door de joodse beeldhouwer Johan C. Wertheim. Hij wilde kunst inzetten als een middel tot volkverheffing en als een wapen tegen de oprukkende kitsch en massacultuur. Wertheim had het idee van een radiocursus ontwikkeld tijdens zijn internering in kamp Westerbork (’43-’44). Hij wilde per se een nationaal programma in de ether brengen, maar dat was in het door en door verzuilde Hilversum vloeken in de kerk. Pas na eindeloos gelobby lukte het hem. Zelfs prinses Beatrix deed mee: die riep op 18-jarige leeftijd in een van haar eerste radiotoespraken het volk op om massaal abonnee te worden.

Openbaar Kunstbezit was volgens Bakker de voorloper van de huidige audiotour in de musea en van de online cursus, het onderwijs op afstand: de abonnees kregen thuis prachtige kleurenafbeeldingen toegestuurd. Daarmee zaten ze op de maandagavonden om tien voor zeven voor de radio te luisteren naar een deskundige die hen wees op wat er allemaal op de kunstplaat te zien was. Een radiopraatje van tien minuten, zonder onderbrekingen. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om. Achteraf kregen de abonnees ook nog eens de teksten van het radioprogramma opgestuurd. Konden ze alles nog eens rustig nalezen.,,Er werd wel meer gelezen dan geluisterd, kwam door het tijdstip van uitzending, spitsuur in de gezinnen’’, zegt Bakker.

Niet dom

Hoe kon het concept ’radioluisterkunstcursus’ zo populair worden? ,,Nederland was grotendeels nog laaggeschoold. De meesten hadden enkel de basisschool doorlopen. Maar al die mensen waren niet dom. Er was dan ook een grote behoefte aan scholing. Het was echter toch vooral de meer ontwikkelde Nederlander die luisterde’’, zegt Bakker, oud-docent natuurkunde en kunstgeschiedenis en gepensioneerd rector van het Trinitas College in Heerhugowaard. Hij wijst erop dat dit toch wel wat teleurstellend was voor de programmamakers die het hele volk wilden opvoeden en daarbij vooral het oog hadden op de arbeider. In de cursus kwam oude en moderne kunst aan de orde. De ene week Rembrandt, de week daarop Karel Appel. Die laatste vond niet iedereen geslaagd. ,,Er werd danig rekening gehouden met het commentaar van de ’beste luisteraars’. Alle brieven werden beantwoord.’’ Wertheim zelf had een behoudende smaak en zorgde ervoor dat er niet al te veel abstracte kunst werd gekozen. De meeste mensen vonden het immers aantrekkelijk dat ze de mooie platen konden samenbinden in deftige blauwe albums -eerst sjiek donkerblauw, later helderblauw- met gouden letters op de band. De blauwe band werkte als een magneet op niet-abonnees. Zag je zo’n boek staan, dan kon je de verleiding niet weerstaan: oppakken en bladeren.

Met de komst van de televisie was het voorbij met die tien minuten geconcentreerde aandacht voor het kunstwerk. Het bestuur van de stichting Openbaar Kunstbezit wilde er niet meteen aan, maar uiteindelijk kwam het er toch: het gelijknamige televisieprogramma Openbaar Kunstbezit. Het was 1963. Het voordeel: er kon een nog groter publiek worden bereikt, want je had de reproducties thuis niet direct meer nodig om alles te kunnen volgen. Het was: zitten en kijken. Bakker: ,,Op de buis kun je moeilijk tien minuten de aandacht vasthouden voor één kunstwerk.’’ Het televisieprogramma maakte hink-stap-sprongen door een hele kunststroming of pakte het complete oeuvre van een kunstenaar bij de lurven. Volgens Bakker doet deze werkwijze nog steeds opgang. ,,De Wereld Draait Door vraagt gelukkig regelmatig aandacht voor de kunst. Maar het gevaar bestaat dat het al gauw gaat over die gekke Andy Warhol in plaats van dat er wat langer wordt stilgestaan bij een van zijn kunstwerken.’’

Openbaar Kunstbezit deed het aardig op de kijkbuis. Maar volgens de oud-docent had het programma op televisie veel meer kijkers kunnen trekken als niet de stichting Openbaar Kunstbezit erop gestaan had om zelf de presentatie te verzorgen. ,,Met een coryfee als Pierre Janssen, die zijn eigen programma Kunstgrepen presenteerde, had een breder publiek aangetrokken kunnen worden. Pas in de laatste fase van haar bestaan werd het programma gepresenteerd door populaire figuren als de cabaretier Bram Vermeulen en cabaretier/presentator Kees Schilperoort.’’

Lak aan kritiek

De teloorgang van Openbaar Kunstbezit werd ingezet in de jaren zeventig. Het intussen flink verjongde bestuur koos vrijwel uitsluitend voor eigentijdse kunst. Dat waardeerde niet iedereen. Met de abonnees werd toen heel anders omgesprongen: ’Kritiek? Besteden we te veel aandacht aan moderne kunst? Nou, dan zijn we op de goede weg, er is dus nog veel zendingswerk te verrichten’. Bakker: ,,Ze vonden de abonnees eigenlijk maar een klootjesvolk. De kunst was elitair geworden.’’ Volgens de promovendus (Bakker is op het onderzoek naar het programma gepromoveerd) veranderde deze arrogante houding in de loop van de jaren tachtig weer, hoewel de focus wel bleef liggen op moderne kunst. Na drie decennia, in 1988, hield het programma op te bestaan. Het voortvloeisel ervan, het elf jaar eerder opgerichte tijdschrift Kunstschrift, bestaat nog.

De handelseditie van het proefschrift is verkrijgbaar in de boekhandel onder de titel: Elk zijn museum. Openbaar Kunstbezit 1956-1988, esthetische vorming van het Nederlandse volk. 544 pag. Rijk geïll. Uitg. WBooks. ISBN 978 94 625 80077. Prijs: €.39,95.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.