Damiaatjes Piet en Hein en de kruistochten

Haarlem

Elke avond van negen tot half tien klinken de Damiaatjes. Over die in 1564 aan de Haarlemse bisschop geschonken klokjes, Piet en Hein, ontstond al snel de legende dat zij waren buitgemaakt bij de verovering van Damiate.

De in de Nijlmonding gelegen stad Dimyat werd in 1219 door kruisvaarders ingenomen. Graaf Willem I van Holland trad daarbij op als opperbevelhebber van een vloot met een honderdtal Hollandse schepen.

Onder zijn gevolg hebben zich ongetwijfeld Haarlemmers bevonden. Volgens de legende was hun rol zelfs doorslaggevend. Door zagen onder de boeg van hun schepen te bevestigen, vernielden Haarlemmers een over de Nijl gespannen ketting, waarna Damiate kon worden ingenomen, zo wil het verhaal.

In het enthousiasme over deze heldendaad werd het stadswapen, een rood schild met vier sterren, door de Patriarch van Jeruzalem en Keizer Frederik II opgeleukt met een zwaard, een kruis en de wapenspreuk Vicit Vim Virtus – deugd heeft het geweld overwonnen. Feitelijk werd dit wapen pas eeuwen later voor het eerst gebruikt. Thans staat achter het wapen een kale boom, een verwijzing naar de Hout, met in zijn takken twee klokjes, de Damiaatjes.

Oorsprong

Veelal wordt de Damiate-legende toegeschreven aan de Haarlemse karmeliet Johannes van Leiden, die deze in 1466-67 vastlegde. Inmiddels zijn oudere versies gevonden. Niettemin is duidelijk dat de Haarlemse heldenrol pas eeuwen na dato werd opgetekend. Ooggetuigen schrijven inderdaad over een ketting, maar in plaats van die stuk te varen, werd de toren veroverd waaraan deze was bevestigd. Van Haarlemmers wordt niet gerept.

Toch kreeg volgens de Leidse historicus Van Anrooij, een zeventiende-eeuwse bezoeker van de Grote Kerk al de modelscheepjes met zagen te zien die daar nog steeds hangen. Het zouden miniaturen zijn van de schepen die bij Damiate waren ingezet. Feitelijk zijn het scheepstypen die toen nog niet bestonden. Ondanks de twijfels die dit alles oproept, is op Wikipedia nog steeds de Damiate-legende te vinden.

In de zestiende en zeventiende eeuw vierde Haarlem de verovering van Damiate elk jaar met een kinderoptocht. Bovendien schonk het stadsbestuur al in de vroege zestiende eeuw gebrandschilderde Damiate-ramen met afbeeldingen van Haarlems heldendaden aan de kerken van Edam, Purmerend, Enkhuizen en Monnickendam.

Nieuwe bloei

In de late zestiende eeuw kwam de legende tot nieuwe bloei. Niet alleen kreeg ook Gouda toen een Damiate-raam, daarnaast werden in het Haarlemse stadhuis Damiate-tapijten opgehangen en werden er schilderijen vervaardigd met de Damiate-legende en de Wapenvermeerdering. Meer dan ooit maakte Haarlem sier met zijn middeleeuwse heldendaden.

In 1573 had de stad zich aan de Spanjaarden moeten overgeven. Vanaf de late zestiende eeuw werd geprobeerd die schande achter oude glorie te verbergen. In het religieus verdeelde Haarlem kwam het daarbij goed uit dat de middeleeuwse helden bij Damiate geen katholieken of gereformeerden waren, maar christenen die een gemeenschappelijke vijand bestreden.

Hoewel Wikipedia over de Damiaatjes beweert dat zij luiden ter herinnering aan de verovering van Damiate, hebben die klokjes daar niets mee te maken. Zij luidden om te waarschuwen dat de stadspoorten gingen sluiten.

Uit de Tijd is een historische rubriek van de Haarlemmer Hein Klemann, hoogleraar economische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit.

Meer nieuws uit Haarlem

Keuze van de redactie