Opeens begint iemand te rennen

Dimitri Walbeek

Vaak als ik door de Kruisstraat loop, geniet ik van hetzelfde tafereel. Terwijl toeristen en ander publiek van en naar de Grote Markt sjokken, stuift er opeens iemand uit een winkel.

Alsof er een leger beveiligers achter de vluchter aanzit, zet deze het op een sprinten richting de Kruisbrug. Ah, een winkeldief op heterdaad betrapt, denk je automatisch.

Maar dan volgen de atypische kanten aan de roof. Niemand op straat sprint achter de dader aan. De renner heeft ook helemaal geen gestolen spullen onder zijn arm en niemand van het winkelpersoneel lijkt onder de indruk.

Het gaat ook nooit om mensen die je associeert met winkeldieven, maar eerder iemand die mijn buurman of -vrouw zou kunnen zijn. Net als ik denk: nu gaat hij op volle snelheid de hoek om van de Nieuwe Gracht, houdt de loper in.

Hij stopt abrupt alsof hij realiseert dat hij helemaal niet hoeft te vluchten en draait zich om. Vele ogen volgen hem terwijl hij rechtsomkeert maakt en terugdribbelt naar de winkel. Meestal kijkt de man dan bedenkelijk naar de grond, alsof hij zich schaamt voor zijn daden.

Onder het dagelijkse kloffie blinken altijd twee hagelnieuwe sportschoenen. Een enkele keer maakt de opvallende figuur nog enkele sprongen op de plaats en daarna verdwijnt hij weer de Runners World in. ,,Ik neem ze’’, hoor ik hem zeggen tegen de sportschoenverkoper.

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.