Zelfmoordgolf uit angst voor de Duitsers

Lucas Ligtenberg bij zijn boekpresentatie van ’Mij krijgen ze niet levend’.

Louis Velleman op zijn trouwdag.© bob velleman

Trouwfoto van Louis Velleman.© bob velleman

Bominslag in de Camphuysstraat in 1940

1 / 4
Evan Moring
Haarlem

Bijna 400 mensen besloten dat het beter was om zelfmoord te plegen, dan in handen van de Duitsers te vallen. Of zoals Lucas Ligtenberg in zijn nieuw verschenen boek ‘Mij krijgen ze niet levend’ met een citaat van Abel Herzberg zegt: ,,De mensen die niet mee wilden gaan in de nieuwe (Duitse) tijd, en liever de oude, die was gestorven, volgden.’’

Redacteur Dries Ekker zit op 9 mei 1940 om een uur of half twaalf op de redactie van het Algemeen Handelsblad in het centrum van Amsterdam. De krant van 10 mei is al in de maak. Medewerkers van de binnenlandredactie krijgen in toenemende mate verontrustende informatie binnen van de correspondenten in de grensstreek. Het zou gaan om het geronk van motoren en andere, moeilijker te identificeren, geluiden. Honden slaan aan en het vee is onrustig, zo is de melding. Zou het nu dan toch gaan gebeuren? Het antwoord laat niet lang op zich wachten, want als Ekker die nacht zijn fiets wil parkeren bij zijn huis, hoort hij hoe vliegtuigen overvliegen met explosies uit de richting van Schiphol tot gevolg. De Duitsers hebben Nederland aangevallen.

Mij krijgen ze niet levend

Het boek ‘Mij krijgen ze niet levend’ vertelt de verhalen van de 388 personen en gezinnen die in die bewuste mei maand zelfmoord plegen. Zoals de Haarlemse David Barend en Andries Stodel, die op Garenkokerskade nummer 90 zelfmoord plegen door de gaskraan open te draaien.

Of Jozefina Komet, deze geboren Poolse pleegt op 14 mei 1940 zelfmoord in de Vredenrijkstraat in Haarlem. Zij is oorspronkelijk op doorreis naar Amerika. Maar ondanks een vervalst Nederland paspoort met een visumstempel voor Amerika lukt het haar niet om op tijd te vluchten. Zij is begraven op de Joodse begraafplaats in Haarlem.

Ligtenberg is op het idee voor zijn boek gekomen toen hij een boek over de Zeemanshoop (een vluchtschip) aan het lezen was. ,,In het boek las ik over een passagier van wie de ouders zelfmoord hebben gepleegd. Ik moest denken aan de zelfmoordgolf in mei 1940 en besloot mij er verder in te verdiepen. De zelfmoordverhalen van de toentertijd beroemde schrijver/journalist Menno ter Braak en de Amsterdamse wethouder Emanuel Boekman zijn alom bekend, maar de verhalen van honderden anderen zijn dat niet, dat heb ik geprobeerd te veranderen.’’

Overheid

Volgens Ligtenberg is er nog veel onduidelijkheid over waarom de Nederlandse overheid ervoor zorgde dat veel mensen niet konden vluchten. ,,Veel Amsterdammers probeerden via Haarlem naar IJmuiden te gaan, om daar de boot te pakken naar Engeland. De overheid besloot om de mensen tegen te houden om zo de orde te bewaren. Veel mensen die werden tegengehouden keerden terug naar huis, waar ze een eind aan hun leven maakten. Vluchten was echt afhankelijk van geluk, status en geld. Zo peddelde een student uit Leiden via Katwijk naar Engeland in zijn kano. Omdat hij niet kon vluchten. Saillant detail is dat de Nederlandse overheid al die mensen tegenhield, maar ondertussen wel 1.200 Duitse krijgsgevangenen over liet varen naar Engeland, onbegrijpelijk.’’

Pech of Geluk

Dat pech of geluk een grote rol speelt in de verhalen blijkt wel uit het verhaal van de Haarlemse Louis Velleman, journalist en schrijver voor Het Volk. Hij heeft een plekje weten te bemachtigen op een schip, maar blijkt aan de verkeerde kant van de kade te staan en ziet de boot vertrekken. Toch heeft hij de oorlog wel overleefd en is in 2000 op 81-jarige leeftijd overleden.

Iets dat niet gezegd kan worden van Amsterdammer Wilhelm Schulz, hij maakt door middel van verdrinking een einde aan zijn leven door in het water van de Erasmusgracht te springen. Volgens het politierapport ‘in overspannen toestand’ omdat hij nog geen bericht heeft gekregen van zijn zoon Jan, die bij de Grebbelinie aan het vechten is. Twee dagen na zijn overlijden komt zijn zoon thuis.

Niet iedereen die zelfmoord pleegt is Joods. De Bloemendalere Wilhelmus Hendriks bijvoorbeeld, die het op zondag 15 mei niet meer ziet zitten. Als zijn vrouw die ochtend de heilige mis in de kerk bezoekt, hangt hij zichzelf op in een bos in Bloemendaal.

Het heeft Ligtenberg vier jaar gekost om het boek te schrijven. ,,Ik heb het in mijn vrije tijd naast mijn werk bij het NRC en de Hogeschool Utrecht gedaan. Om aan de verhalen te komen maak ik gebruik van internet, stadsarchieven en boeken. Daarnaast leerde ik verschillende nabestaanden van families kennen. Zo kwam ik een man op het spoor die volgens de archieven een zelfmoordpoging gedaan zou hebben met zijn vader, maar daar helemaal niks vanaf wist. Toen ik hem het verhaal voorhield viel bij hem het kwartje op zijn plek. Sommige stadsarchieven hebben al hun informatie uit die tijd verwijderd, dat maakt het soms erg moeilijk.’’

De zus van

Corry Hermans, de zus van de auteur W.F. Hermans pleegt ook zelfmoord in mei. Zij had volgens Ligtenberg een verhouding met haar neef. ,,De neef, die hoofdinspecteur bij de politie was, raakte compleet in paniek toen Nederland capituleerde. Zo stond hij al op het dak van het politiebureau, klaar om ervan af te springen. Toen het vervolgens op 14 mei niet gelukt was om te vluchten via IJmuiden rijdt hij met Corry naar een stil punt in Amsterdam-Zuid. Onduidelijk is wat er gebeurd is, maar vermoedelijk schoot hij eerst haar dood, om daarna de hand aan zichzelf te slaan. Naderhand zijn er brieven over hun verhouding gevonden. Maar een oude buurman wist eerder al eens te vertellen dat de hele buurt ervan wist.’’

Loe de Jong, journalist voor ’De Groene Amsterdammer’ en de latere geschiedschrijver van de Tweede Wereldoorlog, staat in die tijd voor het duivelse dilemma wie achter te laten. Samen met buren en familieleden wil hij via IJmuiden naar Engeland vluchten maar de elf personen passen nooit in de twee auto’s. Opa en oma blijven achter en De Jong en zijn vrouw rijden naar IJmuiden waar zij zich door de politiecontrole heen bluffen en op de Friso naar Engeland varen. De rest van de familie en de buren hebben minder geluk en moeten terug. De buren van De Jong zijn zo aangeslagen dat ze de gaskraam opendraaien waardoor alle vier de gezinsleden omkomen.

De keuze om het boek, dat leest als een documentaire op 10 mei te presenteren is een logische volgens Ligtenberg. ,,Het was toen precies 77 jaar geleden dat de correspondenten melding maakten van blaffende honden en onrustig vee en redacteur Dries Ekker op zijn fiets naar Schiphol racete om verslag te doen van de eerste explosies. Het is de dag dat de oorlog officieel begon.’’

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.