De tuin als  lusthof

Marja van Spaandonk

De tuin gaat zijn eigen gang. Planten zijn eigenzinnig, vertonen imperfecties en gaan hun eigen gang. Je kunt gefrustreerd raken wanneer je hosta’s keer op keer door slakken worden aangevreten.

Verstandiger is het om niet te streven naar perfectie, zegt Corlijn de Groot. ’Kijk liever welke planten het goed bij je doen. En wees daar dan tevreden mee. Anders raak je gefrustreerd. In de tuin probeer je iets te creëren waar je eigenlijk maar beperkt controle over hebt.’ Samen met Gerda Bosman schreef De Groot het prachtig vormgegeven boek ’De tuin als lusthof en slagveld’.

Bosman en De Groot, wetenschapsjournalisten en groen-adepten, richtten in maart 2010 De Groene Vinger op, een website over tuinieren en wetenschap. Tot vorig jaar schreven ze beurtelings een column in De Volkskrant, met prikkelende koppen zoals ’Kan een plant klaarkomen?’ en ’Waar bewaart een worm zijn herinneringen?’. De columns zijn opgenomen in het boek.

De samenstellers bestookten uiteenlopende onderzoekers met Willem Wever-achtige vragen. Zijn lieveheersbeestjes lief? Kun je tuinieren op de maan? Zijn planten intelligent? Ze lijken in elk geval wel op mensen, zo blijkt. Ze vechten, vragen om aandacht, kunnen arrogant zijn en nogal opdringerig met het verspreiden van hun zaad. Ze zijn stoer of zachtaardig, gaan af op hun zintuigen, hebben een zekere mate van intelligentie, kunnen asociaal zijn, egoïstisch én slim.

Natuur is oorlog

Eigenlijk is de tuin een stukje natuur waar het barst van de seks, drugs en rock and roll. Het stukje groen mag er lieflijk uitzien, er mag gezellig van alles in rond vliegen en kruipen – in werkelijkheid is wat je ziet het resultaat van een krachtmeting van jewelste. Natuur is oorlog. Tussen planten, bomen en struiken onderling, en tussen groen en hun belagers: insecten, dieren en schimmels. De inzet van deze survival of the fittest is licht, water en aandacht van bestuivers.

De Groot houdt van ’Darwinistisch tuinieren’ en kijkt in haar Amersfoortse achtertuin graag hoe het ’proces van natuurlijke selectie’ zich voltrekt. Zonder onkruidverdelgers en ander gif. Ze dacht dat je daarmee juist onbedoeld overlevers zou kweken – planten die de dans ontspringen en juist extra licht, voedsel en water hebben als hun buren worden vergiftigd. ’Het grappige was dat dit door de wetenschap werd bevestigd.’ Bosman bestiert in Leiden een volkstuin van bijna 300 m2 en stuurt hier en daar wat bij. ’Je zet toch een soort tredmolentje in werking.

Planten vragen wat aandacht en die koester je dan.’ Zij keek vooral op van het veelzijdige seksleven van schimmels. ’En we blijken genetisch meer verwant met een schimmel zoals de champignon dan met een paprika. Dat relativeert enorm’, zegt ze. Hun tuinen zijn nog even wild en ontembaar als voordat ze aan hun boek begonnen. ’Maar nu snappen we tenminste waarom we de strijd verliezen.’

De Groot kijkt door het boek nu ook anders naar tuinen. ’Ik deel mensen qua persoonlijkheid in naar het type tuin dat ze hebben.’

Tuinieren is goedkoper dan therapie, vindt Bosman. ’Je maakt je hoofd leeg en je kunt er je frustraties in kwijt. Al komen die weer terug als je lang niet in je volkstuin bent geweest.’ Tuinieren is goed tegen de stress, maar anders wordt het wanneer je onwaarschijnlijke woekeraars zoals Japanse duizendknoop in je tuin hebt. In Engeland kost de bestrijding ervan jaarlijks 150 miljoen pond; ook in Nederland rukt het ’martelonkruid’ op. Het kan twintig centimeter per dag groeien en knalt dwars door asfalt heen. Alleen het stelselmatig laten afgrazen door kuddes varkens of schapen biedt soelaas.

’Open brief’

Anders: verhuizen en niets tegen de nieuwe bewoners zeggen. Of eten; de schrijvers geven een beproefd recept voor frambozen-duizendknoop crumble. Hilarisch is de ’open brief’ van een Japanse duizendknoop, die eindigt met: ’Stel je voor dat onze zaden gegeten worden door vogels die onze kinderen uitpoepen in van die prachtige, onkruidvrije tuinen waar we tuiniers tot waanzin kunnen drijven. Hayai e! Tot snel!’.

Door De tuin als lusthof en slagveld kijk je met een andere blik naar je tuin en die van de buren: kijk, huiver, bewonder of verkneukel je. Mensen kunnen van planten houden, maar houden zij eigenlijk ook van ons? Ze kunnen ons ’belonen’ met bloemen en mooi blad, maar verder trekken zij geheel hun eigen spoor. Dat is misschien even slikken.

De tuin als lusthof en slagveld, Gerda Bosman, Corlijn de Groot. Uitgeverij Scriptum. ISBN 978 90 5594 962 5. Prijs €24,95.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.