Montezuma’s den

Peter Lodewijks

In al die jaren dat ik over planten schrijf, schreef ik misschien tien keer over coniferen. Misschien moet je ouder zijn om coniferen op waarde te schatten.

Mijn belangstelling voor planten begon in ieder geval met rotsplanten. Met Sempervivum, huislook. Als kind al was ik gefascineerd door de vorm van een plantenrozet dat met wiskundige precisie lijkt te zijn ontworpen. Daarna volgden waterplanten, waarschijnlijk omdat ik als jongeling het liefst met schepnet langs sloten en plassen zwierf, op jacht naar waterschorpioenen en salamanders. Later richtte ik mijn vizier op varens; nog altijd vind ik de tijd waarin het blad van varens zich ontrolt, de mooiste tijd van het jaar. Ook klimplanten fascineren, om de slimme manier waarop ze door naar het licht te klimmen hun eigen niche in de plantenwereld hebben veroverd. Pas op tamelijk late leeftijd is mijn liefde voor bomen ontloken. Misschien is dat bij iedereen wel zo. Misschien moet je eerst een bepaalde nederigheid hebben, voordat je kunt genieten van dingen die groter zijn en langer leven dan jij zelf. Kijk naar een bijeenkomst van dendrologen, boomkundigen: de gemiddelde leeftijd ligt een stuk hoger dan van rotsplantenliefhebbers. Is interesse in bomen het einde van een evolutie?

Toen ik eenmaal hevige belangstelling voor bomen had, ging het vooral om loofbomen, spectaculair bloeiende magnolia’s, tulpenbomen, grillig gevormde, eeuwenoude eiken en kastanjes. Pas later zag ik de schoonheid van de conifeer, de kegeldrager. Nu is het zover. Ik leidde een paar tuinenreizen naar het zuidwesten van Ierland, waar ik in het verre verleden een paar jaar woonde en werkte. De westkust is bekend om boomvarens - die er zo hoog worden, dat je er met gemak onderdoor kunt lopen - en om exotische bomen en struiken uit Chili, Nieuw-Zeeland en Tasmania. Prachtig. Maar een conifeer maakte de meeste indruk: Pinus montezumae, naar Montezuma, koning van de Azteken. Het is de koning der dennen: een statige pijnboom, met lange, zilvergrijze naalden die blikkeren in het geringste briesje. Ik heb geen ruimte voor naaldbomen, anders zou ik er direct een planten. Pinus montezumae heeft de naam niet helemaal winterhard te zijn, maar ik zag wel eens een mooi exemplaar in een voortuin in Amstelveen.

Als we olijfbomen in onze tuinen planten dan zouden we het toch zeker moeten aandurven met Pinus montezumae. Vaak denken we dat bomen niet winterhard zijn, omdat we nooit iets proberen.

In de vorige eeuw dachten we dat een Camellia in een serre hoorde, nu staat hij in voortuinen. De den waarvan we de pijnboompitten eten, Pinus pinea, is volkomen winterhard, toch kom je deze nooit tegen in Nederlandse tuinen.

Ik zou zeggen: zoek het avontuur en plant Pinus montezumae. Zeker als je op arme zandgrond zit, waar weinig anders wil groeien.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.