Wachten

Marja van Spaandonk

Wachtkamer waar ik moet zijn zit bomvol. Is er warm. Iedereen kijkt chagrijnig. Wring mij langs wachtenden.

’Wachttijd kan oplopen tot langer dan half uur’, zegt dame achter balie waar ik mij meld. Kijk eens om mij heen. Wil ik hier wachten? Nee, dat wil ik niet. Is hier nou niet bepaald opwekkende omgeving. Man met oor in dik verband moppert tegen vrouw met afgeplakt linkeroog. Puber met puistjeshoofd hangt tegen muur en ergert zijn ouders. Twee zussen met dezelfde krulletjes doen wedstrijdje kauwgom kauwen. Drie oudere heren verschansen zich achter deur. Die naar binnen open gaat. Waardoor ze elke keer wanneer volgende patiënt binnenkomt geïrriteerd opkijken. Ik neem dezelfde deur weer naar buiten. Op zoek naar gezelliger plek (voor zover aanwezig in ziekenhuis).

Met dubbele espresso installeer ik mij in hal. Altijd enerverend. Mensen komen, mensen gaan, lijkt het echte leven wel. Meeste mensen die hier zitten, wachten op vervoer.

’Is hier de zus van mevrouw Vergouw’, roept sportieve dame met gezonde buitenkleur en verwaaid kapsel. Ze kijkt vorsend rond. Niemand reageert. Dus zal zus van mevrouw Vergouw hier niet tussen zitten. Of ze moet zich verschuilen achter plastic geranium.

Tafeltje naast mij zit jonge vrouw met tablet voor haar neus en oortjes in. Grote bril op haar neus. Ze kijkt een filmpje. Of een serie. Of ze doet maar wat. Erg boeiend kan het niet zijn, want iedere keer dat ik opzij kijk, doet zij dat ook. En dan allebei wegkijken. En dan voorzichtig weer kijken.

Drie jolige verpleegsters stappen door drukke gang. En hebben lol. Zij wel. Vrouw onderuitgezakt in rolstoel schuin tegenover mij is het lachen vergaan. Heb met haar te doen. Maar ze is niet alleen. Naast haar zit kale man die ook al heel lang niet meer gelachen heeft. Schept toch een band. Tussen die twee dan hè, ik zou er niet tussen willen komen.

Ha, gelukkig. Er wordt gelachen. Meisje in knalroze fluwelen broek en zwart bomberjack huppelt langs. Aan haar ene hand haar moeder, andere houdt ze in grotesk gebaar omhoog. ’Raar zonder gips. Arm wil steeds omhoog.’ Haar moeder lacht hartelijk. Samen gaan ze naar ziekenhuiswinkel. Knuffeltje uitkiezen. Roze natuurlijk.

Verpleegster ondersteunt dame in bruine gewatteerde jas, plant haar op stoel en verdwijnt. Al na twee minuten houdt dame in bruin passerend blauw uniform met oranje sjaal aan. ’Bent u van patiëntenvervoer?’ Nee, dat is blauw uniform met oranje sjaal niet. ’Die lopen in wit uniform.’ Lekker dan, iedereen loopt hier verder in wit uniform.

Terwijl ik nog eens rondkijk, zie ik collega gehaast binnen komen. Hé? Wat doet die hier? Hij is ook verrast om mij te zien. Ik steek hand met litteken met dansende draadjes omhoog. En wat is zijn excuus? Geen tijd om te vertellen, want haast. Zie hem bij inschrijfbalie. Hij komt hier dus niet op bezoek. Dat doet volgende lading winterjassen die door draaideur komt wel. Bezoekuur. Een na ander vraagt waar welke afdeling is. Volg blauwe lijn, rode lijn, zwarte lijn, gele lijn. Taxi komt over zeven minuten, hoort vrouw in rolstoel. Vrouw in bruine gewatteerde jas vraagt of passerend wit uniform van patiëntenvervoer is. Dat is-ie niet. Toch is hij in het wit.

Dubbele espresso is op, denk dat ik eens ga.

Meer nieuws uit HD

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.