Ode aan verhalenvertellers

Hanneke van den Berg

Wes Anderson (’Moonrise kingdom’) zal waarschijnlijk nooit een normaal realistisch drama maken. Als zijn blik ergens op valt, wordt dat aangeraakt door een wonderlijk soort betovering. Het Anderson-universum is doordrenkt van weemoedig verlangen naar een verloren onschuld.

De film ’The Grand Budapest Hotel’ speelt zich af in een stijlvol Europa dat nooit echt bestaan heeft, maar dat we desondanks ogenblikkelijk herkennen.

We bevinden ons in de jaren dertig in het fictieve staatje Zubrowka, waar nog naar hartenlust gejodeld wordt en een deftig hotel het middelpunt van de wereld is.

Een wereld die wankelt, want dit poppenhuislandje dreigt onder de voet gelopen te worden door oorlogszuchtige buren die sterk aan de toenmalige nazi’s doen denken. Dat is de werkelijkheid die op de deur bonst, de duistere kant die maakt dat we toch niet ongestoord bij deze fantasie kunnen wegdromen.

Wes Anderson filmt haar als een ouderwets gedistingeerde komedie met moderne vaart en satirische trekken.

Het is een stripverhaal vol complotten, ontsnappingen, hilarische terzijdes en bijzondere taartjes van de plaatselijke bakker.

De droge humor heeft vaak een zwart randje; Anderson mag dan weigeren om volwassen te worden, aan romantisering doet hij niet.

Een hoofdrol is weggelegd voor Ralph Fiennes als Gustave, de legendarische conciërge van het Grand Budapest Hotel die een speciaal talent voor het bevredigen van rijke oude dames heeft.

Eén van hen, met flair gespeeld door Tilda Swinton, schenkt hem een kostbaar schilderij, tot ongenoegen van haar zoon.

Dat is het begin van turbulente verwikkelingen met ingrijpende gevolgen voor de inmiddels van moord beschuldigde Gustave. Gelukkig staat de nieuwe liftboy (Tony Revolori) aan zijn kant.

Anderson liet zich onder meer inspireren door het werk van de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig (1881-1942). Maar met evenveel recht kun je stellen dat hij zich ontpopt als een volgeling van de eerste filmtovenaar Georges Méliès. Terwijl de glorieuze interieurs soms aan het werk van Stanley Kubrick doen denken.

Daarmee zijn de toespelingen en citaten nog niet uitgeput. Want ’The Grand Budapest Hotel’ is niet alleen een sprookje met serieuze historische kanten, maar ook een ode aan verhalenvertellers en een demonstratie van het plezier dat filmmaken heet.

Soms lijkt het zelfs wat veel van het goede. Dan dreigt de vorm de inhoud in een hoek te drukken en gaan de ideeën met de maker op de loop. Maar een feest voor het oog blijft het ondanks alles wél.

Dat er van het werk van Anderson een bijzondere aantrekkingskracht uitgaat, blijkt ook uit het feit dat hij opnieuw een illuster gezelschap acteurs bij elkaar wist te krijgen. Dan zie je zomaar Willem Dafoe, Owen Wilson of Bill Murray in een prachtig bijrolletje opduiken. Tijdens de persconferentie op het festival van Berlijn, war ’The Grand Budapest Hotel’ de openingsfilm was, verklapte Murray waarom iedereen met Anderson op filmavontuur wil gaan. „Omdat hij ons lange werkdagen voor een karig loon belooft.”

The Grand Budapest Hotel

Regie: Wes Anderson

Met: Ralph Fiennes, Tilda Swinton, Bill Murray

Vier sterren

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.