Klaar voor ultra-hd?

Ultra-hd is vier keer scherper. Foto LG

Ultra-hd is vier keer scherper. Foto LG

Ultra-hd is vier keer scherper. Foto LG

1 / 3
Peter Lodewijks

Ultra-hd’s met vier keer scherper beeld dan gewone hd-tv’s worden langzaamaan betaalbaar. Maar de hogere prijs zijn ze op dit moment nog niet waard.

Grote sportevenementen zorgen altijd voor een impuls in de tv-verkopen. Dat zagen we deze zomer ook weer met het WK voetbal, Wimbledon en de Tour de France. Fabrikanten en winkels stunten dan met aanbiedingen en proberen consumenten lekker te maken voor het nieuwste op tv-gebied. Na 3D en smart-tv is dat nieuwe nu ’ultra-hd’, ook wel 4k genoemd. Maar ultra-hd-tv’s zijn nog wel een stuk duurder dan normale hd-tv’s. Het pluspunt van ultra-hd is scherper beeld: de tv heeft vier keer meer beeldpunten. Daardoor zie je geen afzonderlijke pixels meer en zie je meer details. Maar hoe goed je dat verschil ziet, hangt af van meerdere factoren. Zo speelt de combinatie van de schermgrootte en de afstand tot de tv een rol. Heb je een groot scherm en zit je een paar meter van de tv af, dan is het huidige full-hd meestal al genoeg. Bij kleine ultra-hd-tv’s is het verschil vergeleken met ’full-hd’ dan voor veel mensen gewoon niet goed waarneembaar, behalve voor personen met zeer scherp zicht.

Ideale kijkafstand

Bij grote formaten schermen heeft de hogere resolutie wel zin. Zo is de ideale kijkafstand bij een 84 inch formaat beeldbuis ongeveer anderhalve meter. Maar de meeste tv’s staan tussen 2 en 3 meter van de bank. De gemiddelde huiskamer lijkt nog niet ingericht op ultra-hd. En dat soort grote modellen is ook weer duurder. Dat heeft grote fabrikanten als Samsung, LG, Philips en Panasonic er niet van weerhouden om de afgelopen maanden ook in Nederland meerdere ultra-hd-tv’s op de markt te brengen.

Een probleem bij de invoering van ultra-hd is dat de tv-zenders er nog lang niet klaar voor zijn. Nederlandse zenders bieden nog niet eens altijd uitzendingen in full-hd, dat in 2006 werd gestart, laat staan dat ze nu al kunnen investeren in 4K. Hetzelfde geldt voor 3D, wat geen succes is geworden. Tijdens het WK Voetbal werden maar een paar wedstrijden in de hogere resolutie uitgezonden. Vier jaar geleden waren het nog 3D-uitzendingen waarmee werd geëxperimenteerd, terwijl inmiddels op geen zender 3D is te zien.

Toch zal ultra-hd niet eenzelfde lot ondergaan als 3D, dat vanwege de benodigde brilletjes een grotere drempel kent. Ook vergt 3D meer investeringen van de tv-wereld. Camera-aparatuur die in ultra-hd filmt is al vrij normaal. Sterker nog: de consument kan zelf ook al in ultra-hd filmen, met de laatste smartphones.

Eerst naar internet

Opvallend aan de uitrol van ultra-hd is ook dat de fysieke media achterlopen. Was full-hd eerst beschikbaar op Bluray-discs, voor ultra-hd moet de consument nu eerst naar internet. Youtube ondersteunt de hogere resolutie al en ook videodienst Netflix is onlangs gestart met het streamen van zijn eerste series in ultra-hd-kwaliteit.

Nu al een ultra-hd-tv kopen is toch niet helemaal nutteloos. De nieuwe tv’s kunnen namelijk ook full-hd-beelden automatisch opwaarderen naar de hogere 4k-resolutie. Doordat de tv’s sterkere chips hebben ingebouwd, zijn de resultaten van dat opwaarderen steeds beter. En zelfgemaakte filmpjes en foto’s zijn nu eenmaal ook in ’ultra-hd’ te tonen. Maar zolang nog onvoldoende films en series, en later live programma’s en evenementen, in ultra-hd worden gestreamd of uitgezonden, zijn de nieuwe tv’s alleen aan de man te brengen als de prijzen tot onder de 1000 euro dalen. Met zo’n ultra-hd-tv zit je wel goed voor de toekomst, maar voor de meeste consumenten zal de hogere prijs momenteel nog te veel van het goede zijn.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.