Freier en chutzpah

Ad Heesbeen

Het is vrijdagavond, vlak voor zonsondergang, en een diepe stilte daalt neer over de straten van West-Jeruzalem. Straks treedt sjabbat, de joodse rustdag, in. De trams en bussen rijden hun laatste dienst. Religieuze en seculiere joden verdringen zich voor de groentestalletjes op de centrale Mahane Yehuda markt. Dit is het moment waarop de minder bedeelden hun weekendinkopen doen, want vlak voor de sjabbat intreedt, kelderen de prijzen van groenten en fruit.

Iedereen schreeuwt en dringt voor. Het tafereel is een onbedoelde theatervoorstelling van de lokale omgangsvormen, in het bijzonder de befaamde en beruchte Israëlische chutzpah. Chutzpah (vrij vertaald: stoutmoedigheid) is een essentiële en gewaardeerde eigenschap in het Israëlische maatschappelijke verkeer. Aarzelt iemand in de rij bij de kassa, dan dring jij, met je chutzpah, gewoon even voor. Kijkt niemand raar van op. Als je, door stomheid geslagen, niets van dit voordringen zegt, ben je een freier.

Een vriend legde me uit wat dat woord freier betekent, toen ik me in zijn gezelschap ergens de kaas van het brood liet eten. „Stel je voor dat je op straat loopt en iemand komt je tegemoet. Het trottoir is erg smal. Een van jullie moet zijn koers verleggen om de ander doorgang verlenen. Degene die in zo’n situatie als eerste opzij stapt, is de freier. Dat is degene die je niet wil zijn.”

En dus botst iedereen maar tegen elkaar op, vastberaden om geen zwakte te tonen. Chutzpah zie je overal: in het verkeer, in de politiek en vooral tijdens de dienstplicht in het Israëlische leger.

Toen ik hier net woonde, wond ik me vaak vreselijk op over dit onbehouwen gedrag. Ik was niet ad rem genoeg en trok altijd aan het kortste eind. Maar vanaf de dag dat ik zwoer nooit meer mijn mond te houden, belandde ik bij het minste of geringste in verhitte ruzies op straat of in een winkeltje. Ik sloeg een veel te agressieve toon aan, terwijl Israëli’s de situatie gewoon weglachten. Want zo is het ook wel weer: als je tegengas geeft, kijkt niemand raar op. Je laat zien dat je geen freier bent. Inmiddels ken ik de leuke kanten van de chutzpah: een serveerster in een café die haar telefoonnummer op de rekening schrijft. ‘Bel je me zo?’, stond er, boven de vermelding ‘service not included’.

Volgens vrienden neem ik de chutzpah tegenwoordig zelfs mee naar Nederland. Ik dring voor in de supermarkt, onderhandel over alle prijzen en vraag doodleuk aan kennissen wat ze precies verdienen. ,,Je lijkt wel een wild dier”, lachte een vriend na een dagje Amsterdam. Ik dacht ineens terug aan mijn aankomst op Schiphol. Een man, overduidelijk een freier, stond vreselijk te treuzelen bij een controle. ,,Doet u maar rustig aan, mijnheer”, zei de Nederlandse douanier geduldig tegen de man. Ik kon hem wel zoenen.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.