Houten klaas

’Je hebt één Haarlemmerhout, maar honderdduizend houten Haarlemmers’, luidt het gezegde. Oftewel: met inwoners van de Spaarnestad valt nauwelijks een feestje te vieren, wij zijn stug.

Misschien klopt het wel, ik ken veel stijve Muggen. Toen ik als kind las over de ’houten Haarlemmers’, zag ik ze al staan: duizenden houten klazen als planken in de Hout. Wie zou het gezegde hebben bedacht? Collega’s op de krant opperden Godfried Bomans en Haarlem-hater Harry Mulisch. Maar eens vragen bij Historische Vereniging Haerlem. Daar blijken ze zo sympathiek om over het onderwerp te discussiëren.

In Haarlems Dagblad van 3 maart 1930 duikt het gezegde op. In een recensie van een toneelavond brengt de voorzitter van het ’Tooneelverbond’ het ter sprake. ,,Dit gevleugelde woord is - als wij den heer Jan van Eden mogen geloven - van een onbekende, pas geïmporteerde Haarlemmer’’, valt te lezen.

Maar de kans is groot dat de combinatie ’houten Haarlemmers’ al ouder is, blijkt uit de woorden van secretaris Hans van Felius van de Historische Werkgroep Haarlem, onderdeel van Vereniging Haerlem. ,,Het schijnt dat Nicolaas Beets al refereerde aan de houterigheid van de Haarlemmers en mogelijk werd dezelfde link al in de zeventiende eeuw gelegd.’’

Wessel Mekking

Meer nieuws uit Haarlemmermeer

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.