Parttime is (g)een probleem

Illustratie: Mark Reijntjens

Ed Brouwer

We staan er wereldwijd om bekend: nergens wordt zo veel parttime gewerkt als in Nederland. Liefst 76,9 procent van de vrouwen met een baan werkt parttime.

Ter vergelijking: het gemiddelde in geïndustrialiseerde landen is 25 procent. We zijn er apetrots op, maar in het buitenland vinden ze het hoge aantal parttime werkende vrouwen maar vreemd. De Belgische adjunct-secretaris-generaal Yves Leterme van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) wond er onlangs geen doekjes om. In een interview met het AD zei hij dat het grote aantal Nederlandse vrouwen met een parttime baan zorgt voor een lage arbeidsproductiviteit en minder economische groei. Dit vindt hij een zwakte van onze economie. Hij twijfelt zelfs of het echt een vrijwillige keuze is van de Nederlandse vrouwen om parttime te werken.

In Nederland denken we heel anders over parttime werken. Slechts 3,3 procent van de Nederlandse parttimers wil namelijk méér werken. Dit in tegenstelling tot de gehele EU, waar gemiddeld 20,5 procent van de parttimers meer uren wil maken.

Vrouwen werken parttime omdat ze het zich (financieel) kunnen veroorloven, meer tijd willen met de kinderen en minder gestrest willen raken van de combinatie werk, huishouden en eventueel opvoeding. Nederlandse vrouwen behoren niet voor niets tot de meest geëmancipeerde en gelukkige vrouwen ter wereld.

Geaccepteerd

Niet alleen de Nederlandse vrouwen, ook nagenoeg alle Nederlandse werkgevers staan erg positief tegenover parttime werkende vrouwen: 93 procent heeft er geen enkele moeite mee. Werkgevers vinden het geaccepteerd dat vrouwen met kinderen parttime willen werken. Sterker nog: ze gaan er zelfs vanuit dat een vrouw parttime gaat werken nadat ze een kind heeft gekregen. Het komt dan ook maar zelden voor dat een werkgever een officieel verzoek tot parttime werken weigert.

Daarnaast hebben werkgevers te maken met wetgeving. Een werkgever (met meer dan tien werknemers) moet namelijk zwaarwegende belangen kunnen aantonen als hij een officieel verzoek tot parttime werken weigert. Aangezien zowel werkgever als werknemer doorgaans niet zitten te wachten op een rechtszaak, wordt in zo’n geval ook wel onderling besproken dat de functie niet geschikt is voor een parttimer.

Zwanger

Zo ook bij Marloes (32). Ze werkte als salesmanager bij een groot internationaal bedrijf. „Vanaf het begin wist ik dat mijn leidinggevende niet openstond voor een parttimer in deze baan. Mijn voorgangster was opgestapt nadat ze zwanger was geworden en graag parttime wilde werken. Ik had veel klantencontact en moest iedere paar weken op zakenreis. Dus ik kon me goed voorstellen dat het niet mogelijk was deze functie parttime uit te voeren.”

Toen werd Marloes zelf zwanger en ze wilde haar kind niet vijf dagen per week naar de kinderopvang brengen. „Het was even puzzelen, maar mijn man kon wel minder gaan werken. En ik mocht van mijn werkgever meer en structureler thuiswerken. Zo is dat ruim een jaar goed gegaan. Maar tijdens zakenreizen miste ik mijn kind. En overdag thuiswerken, werd lastiger omdat ons kind steeds meer aandacht opeiste. Uiteindelijk heb ik gekozen voor een andere parttime baan.”

Contract

Heeft ze haar vroegere werkgever ooit iets kwalijk genomen? „Nee, hij was hier altijd duidelijk over. En in overleg kon ik thuiswerken op dagen en tijden die mij goed uitkwamen. Dus hij dacht wel met me mee.”

Marloes werd met zachte hand duidelijk gemaakt dat parttime werken niet tot de mogelijkheden behoort. In de Verenigde Staten is het gebruikelijk afspraken in contracten vast te leggen.

Soms zelfs tegen Nederlandse wetgeving in, weet Annemiek (38). Ze werkte ooit als fulltime ICT- consultant bij een Nederlandse vestiging van een grote Amerikaanse softwareleverancier.

Promotie

„Op een gegeven moment kon ik promotie krijgen en investeerde mijn werkgever tienduizenden euro’s aan opleiding in mij”, vertelt ze. „Ik heb toen een contract getekend waarmee ik mezelf voor tenminste drie jaar aan het bedrijf verbond. Er zat een onderhandse clausule bij, waarin ik moest verklaren dat ik niet zwanger zou worden of parttime zou gaan werken in de komende drie jaar. Ook hier gaf ik akkoord op. Ten eerste had ik geen plannen zwanger te worden of minder te gaan werken. Ten tweede wist ik dat dit contract niet rechtsgeldig was. Ik nam mijn werkgever niks kwalijk, maar moest wel een beetje lachen om de vreemde clausule.”

Aangezien nog steeds zeven procent van de werkgevers niet staat te springen om parttimers, gebeurt het waarschijnlijk vaker dat onder de tafel wordt afgesproken dat parttime werken niet tot de mogelijkheden behoort. Maar in Nederland wordt parttime werken steeds meer de standaard; ook voor mannen. Dus als een werkgever goed, flexibel en loyaal personeel aan zich wil binden, zal hij wel mee moéten gaan in de tendens van parttime werken.

reageren? bijlageredactie@hdcmedia.nl

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.