Haarlemmermeer: een blik in de verre toekomst

Fokke Zaagsma

We schrijven december 2352. In het archief van het vroegere 'Haarlems Dagblad' valt ons oog op een artikel, gedateerd 12 september 2009: 'Polder zal op den duur weer een meer worden'.

Het artikel luidt:

,,Hoe lang het nog zal gaan duren, weet waterschapsbestuurder Aad Straathof niet. Maar uiteindelijk zal de polder weer onderlopen, zei de hoogheemraad van Rijnland deze week op de Dag van de Duurzaamheid. En vóór dat moment zal de verzilting een steeds groter en onbeheersbaar probleem worden.

Het verhaal is simpel: de polder ligt nu al zo’n zes meter beneden NAP en net als in alle polders klinkt ook hier de grond in, zodat de bodem elk jaar weer een stukje lager komt te liggen. Daarbij komt dat de zeespiegel gaat stijgen, waardoor de opwaartse druk van het grondwater - de (zoute) kwel - sterk toeneemt.

 In Nieuw-Vennep zijn daar al veel problemen mee geweest, vooral doordat er door heien voor de voortschrijdende bebouwing steeds meer gaten kwamen in de kleilaag die de bodem van de Haarlemmermeerse badkuip vormt.

De verzilting is nu al zo groot dat van het zoete water dat Rijnland inlaat bij Gouda meer dan tweederde naar Haarlemmermeer gaat. Daarmee gebruikt de polder meer dan vijf keer zoveel zoet water als de andere gebieden waar Rijnland zoet water naar toe pompt.

De aanleg van twee grote opvangbassins in de polder is dan ook niet meer dan uitstel van executie. Want uiteindelijk, zegt Straathof, eindigt de polder weer zoals hij ruim anderhalve eeuw geleden was: als de onafzienbare watervlakte 'het Haarlemmermeer'.''

Er is sinds de dag dat dit geschreven werd enorm veel veranderd.

Uit de geschiedenis weten we dat na de Belgische Revolutie in 1830 België zich afscheidde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, en dat koning Willem I na die blamage Nederland goed op de kaart wilde zetten met de droogmaking van het Haarlemmermeer. Waar in de geschiedenis echter nauwelijks over wordt gerept is dat de Belgische koning Leopold II rond 1854 het plan had om Nederland te veroveren en bij België in te lijven.

Maar wat toen op niets uitliep lukte 4 eeuwen later wel: in 2254 werd het door interne strubbelingen volledig lamgelegde Nederland vrijwel geheel door België ingelijfd. Alleen het voormalige Friesland - nu de zelfstandige staat Frisia - bleef buiten bereik, dankzij het hardnekkige, vanuit het - in schaatserskringen nog altijd zeer bekende - dorpje Bartlehiem georganiseerde verzet van de Friezen.

Zware stormen

Ruim 80 jaar later, in 2332, werd Straathofs verwachting bewaarheid: de inmiddels geheel ontruimde Haarlemmermeer - de functie van de oude luchthaven Schiphol was al overgenomen door een nieuwe luchthaven bij Waterloo - werd weer aan het water prijsgegeven. En bij het nog steeds bestaande, hoewel deels in verval geraakte, historische stoomgemaal De Cruquius stond, net als in 1849, het water buiten het gemaal weer even hoog als op de stortvloer. Maar niet voor lang...

Van de opwarming van de aarde, waar men in de 21e eeuw zó bang voor was dat het een ware hype was geworden, is nu niets meer te merken. Integendeel: alles wijst erop dat we aan het begin van een nieuwe "kleine ijstijd" zitten.

Dat zo’n verandering niet zonder gevolgen blijft is te merken aan de frequente, uitzonderlijk zware stormen die het land de laatste jaren teisteren en die zich - o ironie van het lot - in het bijzonder op de watervlakte van het "nieuwe" Haarlemmermeer laten voelen.

Hopeloos

In 2346 bereiken koning Alexander Leopold I in zijn zomerresidentie in Baarle alarmerende berichten over de toestand van het Haarlemmermeer: de strijd tegen de hand over hand toenemende landafslag moet als een verloren zaak worden beschouwd, en de mede door annexaties bijna aan elkaar gegroeide steden Amsterdam en Haarlem worden ernstig bedreigd.

Bij het eeuwenoude dorpje Spaarndam is de situatie zelfs al ronduit hopeloos: het grootste deel ervan is al in de golven verdwenen. En net als in de 19e eeuw gaan er weer stemmen op om het Haarlemmermeer toch maar weer droog te maken.

Gelukkig is er ook op technisch gebied veel veranderd. Windturbines behoren tot het verleden, omdat ze te kwetsbaar bleken en de verhouding kosten/baten te ongunstig was. Zonne-energie is door hoogwaardige opslagmethoden een stabiele stroomvoorziening geworden, maar de betekenis ervan is beperkt gebleven.

Noodsituatie

Kernenergie heeft daarentegen een grote vlucht genomen, zowel door de ontwikkeling van nieuwe materialen als van nieuwe verwerkingsmethodes voor het radioactieve afval. En in dit verband belangrijk: er zijn nu materialen en technieken om de bodem van het Haarlemmermeer, als dat eenmaal weer droog is, volledig waterdicht te maken, zodat de plaag uit het verleden - zoute kwel niet meer kan optreden.

De koning reageerde direct op de ontstane noodsituatie en raadpleegde een groot aantal deskundigen. Unaniem kwamen ze tot de conclusie dat het Haarlemmermeer weer moest worden drooggemaakt. Binnen enkele weken na dit advies had de koning al een "Commissie voor de droogmaking van het Haarlemmermeer" geïnstalleerd en waren de voor de droogmaking benodigde middelen beschikbaar gesteld.

Stoomgemaal

De commissie ging voortvarend te werk en binnen twee maanden lag er een uitgewerkt plan op tafel: het Haarlemmermeer zou, net als destijds, worden drooggemalen door drie gemalen: een nieuw gemaal op de plaats van de af te breken Leeghwater; een ’upgrade’ van de Lynden, en als derde... de oude Cruquius. Willem Leopold I was namelijk niet alleen een koning met een bijzondere interesse voor techniek, maar ook voor historie.

Op zijn uitdrukkelijke aanwijzing besloot de commissie dan ook om de Cruquius weer als stoomgemaal dienst te laten doen, zij het vanwege de relatief geringe capaciteit niet als hoofdgemaal, maar als hulp- en reservegemaal. Hiertoe werd de gelukkig nog steeds bewaard gebleven stoommachine uit 1849 compleet gerestaureerd (de in de jaren 1990 geïnstalleerde apparatuur voor hydraulisch "museaal" bewegen van de machine was al in 2052 veel te duur in onderhoud gebleken en daarom verwijderd).

Levenseindecentrum

Voor de stoomvoorziening moest echter een concessie worden gedaan: omdat kolen niet meer bestaan moest men wel afzien van kolengestookte stoomketels; in plaats daarvan werd in het voormalige ketelhuis een moderne kleine kernreactor geïnstalleerd. Doordat dit type reactor geen straling afgeeft en ook de machinekamer veilig genoeg werd geacht voor toelating van publiek, kon de Cruquius ook nog als museum gehandhaafd blijven!

Vermelding verdient nog dat de reactor, na het weer droogvallen van het Haarlemmermeer en het "in reserve gaan" van de Cruquius, wordt gebruikt voor de verwarming van het levenseindecentrum "Waterslot" dat op de plaats van het mislukte en reeds lang gesloten "Nationaal Poldermuseum" is verrezen.

Kanaal verbreed

Het weer droogmaken van het Haarlemmermeer ging met de 24e-eeuwse middelen vele malen sneller dan in de 19e eeuw: nam het toen ruim drie jaar in beslag, nu was er al in 9 maanden nieuw land geschapen en was het Haarlemmermeer alweer de Haarlemmermeer geworden.

Een essentiële rol hierbij speelde het Kanaal om de West, een kanaal dat ooit, na ruim een eeuw discussies, uiteindelijk toch tot stand was gekomen.

Voor de afvoer van de gigantische hoeveelheden water die de moderne gemalen zouden uitslaan was dit kanaal zelfs verbreed. Tegenwoordig vormt dit kanaal overigens ook de grens tussen de buitenwijken "Polanen" van Amsterdam en "Houtrijk" van Haarlem.

De uitbreidingen van beide steden hebben het voormalige dorpje Halfweg, ooit wereldberoemd om zijn eeuwenoude historische sluisjes en stoomgemaal, volledig opgeslokt.

Begin juli 2352 was het doel bereikt, en op 21 juli 2352 - niet geheel toevallig de Belgische Nationale Feestdag - gebruikte de koning in een toespraak via alle media dezelfde woorden die 500 jaar eerder de voltooiing van dit grootse werk aankondigden: "Het Haarlemmermeer is droog!". En daarmee was na precies 5 eeuwen de cirkel rond...

Meer nieuws uit HD

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.