'De blauwe nacht': een fascinerend boek

Nanska van de Laar

Siebelink begon zijn literaire loopbaan in 1977 met het vertalen van ‘A rebours’ (1884) van J.K. Huysmans. Deze roman, over een edelman die zich ver van de wereld in een kluizenaarswoning onderdompelt in luxe en schoonheid, speelt een belangrijke rol in Siebelinks zojuist verschenen roman ‘De blauwe nacht’.

Niet alleen wil personage Simon Aardewijn promoveren op het werk van Huysmans en zijn tijdgenoten, maar ook hìj streeft naar een leven buiten de werkelijkheid, in louter schoonheid. Hoewel het verhaal hier en daar zwakke punten vertoont, doen zijn vloeiende pen en zijn talent om dingen in woorden tastbaar te maken dat snel vergeten.

Siebelinks zet in ‘De blauwe nacht’ twee werelden tegenover elkaar: het steile calvinisme vol schuldbesef en angst enerzijds, de wulpse, op genieten gerichte decadentie anderzijds. Die twee komen samen in Aardewijn. Calvinist tot op het bot is hij tegelijkertijd een liefhebber van vrouwen. Hij aanbidt zijn vrouw Martha, heeft weinig vaderlijke gevoelens voor zijn dochter, heeft een minnares en begint iets met de vrouw van zijn promotor.

Siebelink situeert zijn verhaal in het Parijs van 1961 toen de terroristische OAS (tegen onafhankelijkheid van Algerije) de stad teisterde met aanslagen. Het is die mengeling van geweld en zachtheid, liefde en onontkoombaar lot, die dit boek fascinerend maakt.

Fictie

Jan Siebelink: De blauwe nacht.

Uitg. De Bezige Bij, 19,90 euro

Vier sterren

Meer nieuws uit frontpage

Net binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.