Springzaad

Peter Lodewijks

Ik had vrienden die de hele tuin vol hadden met manshoge springbalsemienen.

Een groenig licht viel naar binnen door de tuindeuren en vooral bij tegenlicht leken de bijna doorzichtige stengels wel van glas. Onkruid groeide er amper, dat werd door de reuzenbalsemienen verdrongen.

De decoratieve reuzenbalsemien wordt door natuurbeheerders zelf als lastig onkruid gezien. De plant bedreigt de biodiversiteit en er wordt druk gestudeerd op manieren om de exoot uit de Himalaya te bestrijden.

Dat de plant brandnetels verdringt, is voor tuiniers aardig, maar er zijn nogal wat vlinders die de brandnetel nodig hebben voor voortplanting. En er zijn geen rupsen die op de reuzenbalsemien leven.

De reuzenbalsemien, Impatiens glandulifera, werd meer dan anderhalve eeuw geleden door de Engelsen in Europa ingevoerd. Ze hadden de plant beter in de Himalaya kunnen laten.

Onlangs berekenden ze in Engeland dat het meer dan 250 miljoen pond kost om de plant in het hele land weer uit te roeien. Kennelijk denken ze dat dat kan lukken, maar eilandbewoners hebben wel vaker onrealistische ideeën.

De reuzenbalsemien verspreidde zich wereldwijd, vooral in streken met een gematigd klimaat. Maar ook plantenliefhebbers leren zelden van fouten en intussen rukt een tweede springzaad op vanuit de Himalaya.

In tuinen kom je steeds vaker Impatiens balfourii tegen, met vrolijke wit-met-lila bloemen. Zaad van deze plant wordt door vakantiegangers vaak meegenomen uit Frankrijk. Daar bloeit de plant uitbundig in karakteristieke, oude dorpjes.

Impatiens balfourii is kleiner en sierlijker dan de reuzenbalsemien, maar woekert net zo hard. Ook dit springzaad is nooit meer uit te roeien, al denken de Britten er wellicht anders over.Ik zag in Ierland een opvallend springzaad, met grote witte bloemen met een karmijnrode vlek, die sterk geurden naar goedkope zeep. Het bleek om Impatiens tinctoria te gaan, een knolvormende soort uit Kenia. Van planten uit Afrika verwacht je niet dat ze in Europa winterhard zijn, maar in Ierland had dit springzaad al een paar winters overleefd. De plant bevriest, maar de knol - die zo groot kan worden als een voetbal - blijft in leven.

De gulle bezitster van de tuin waarin ik deze voor mij onbekende soort zag, bood me wat zaden van de plant aan en die liggen hier nu in een papieren zakdoekje naast de laptop waarop ik dit schrijf. Ik aarzel nog. Ik zou deze Keniaan graag in mijn tuin willen hebben, al was het maar als kuipplant. Maar aan de andere kant wil ik niet de geschiedenis ingaan als de man die de nachtmerrie van Impatiens tinctoria veroorzaakte. ’Maar’, zo fluistert de duivel, ’een plant uit tropisch Afrika, die kan hier toch onmogelijk winterhard zijn?’

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.