Gouden Groene Bocht

Hans Visser
Amsterdam

De Amsterdamse grachten zijn vier eeuwen oud. Toch heeft dit werelderfgoed volop de trekken van de negentiende eeuw. Daarom staan zondag vijftien panden met het karakter van die tijd open voor bezoekers tijdens de derde Open Monumentendag Amsterdam.

Bijvoorbeeld de Mozes en Aäronkerk en het gebouw van het NIOD, het instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidenstudies. Ook het veel minder bekende maar zeker zo ’spannende’ gebouw De Groene Bocht houdt open huis. Dit pand, op adres Keizersgracht 452, is met zijn negentiende-eeuwse sfeer toch ook een afspiegeling van hoe de stad zich de afgelopen vier eeuwen ontwikkelde.

Liefdevol streelt Coert Krabbe, op de moderne kantoorzolder waar moderne computers zachtjes zoemen, de zware balken die het dak dragen. ,,Zeventiende eeuw’’, zegt de architectuurhistoricus. ,,Lange tijd werd gedacht dat dit monumentale pand stamde uit de negentiende eeuw, maar dankzij deze balken weten we nu beter. Die huizen werden destijds gebouwd voor kooplieden die daar ook hun handelswaar opsloegen. Dat vroeg om een degelijk casco. Slopen was daarom zonde, dus werd er in de achttiende en negentiende eeuw verbouwd. Op die manier kregen veel oude grachtenhuizen een ’nieuwer’ uiterlijk.’’

Paleis

Paleis De Groene Bocht dankt zijn ’gezicht’ aan de van oorsprong Duitse bankier Fuld. Toen Amsterdam in de tweede helft van de negentiende eeuw een economische impuls kreeg, was hij één van de eerste nieuwe bankiers die zich aan de grachten vestigde.’’ De stad groeit dan uit en op aanwijzingen van de huisarts en projectontwikkelaar Sarphati begint de architect Cornelis Outshoorn te bouwen aan een grotere en gezonder opgezette stad. De expansie van de stad is begonnen. Buiten het dan nog stinkende centrum verrijzen naar zijn ontwerp onder meer het nieuwe Amstel Hotel en het Paleis voor Volksvlijt. Eén van de commissarissen van het paleis was Fuld. In 1860 liet hij zijn huis door diezelfde Outshoorn verbouwen.

In die tijd krijgt de gevel zijn terracottaversieringen. Krabbe wijst in de hal op een reliëf in het plafond: de god Apollo op zijn zegekar. Ook andere ruimten hebben nog mooi stucwerk, zoals de kamer links van de entree. Anders dan in veel andere panden waar de rijk geornamenteerde plafonds zijn verdwenen omdat restaureren te duur werd.

Geraffineerd

Na de hal volgt het monumentale trappenhuis, typisch voor die tijd. Dankzij spiegels en een geraffineerd spel met de lichtinval lijkt de ruimte groter dan die is. ,,Een aanpak die zijn weerga niet kent. De trapleuning suggereert virtuoos smeedwerk, maar het is gietijzer. Rond 1900 zou zulk fabriekswerk al niet meer mogen. Dat geldt ook voor de fabrieksmatige terracottaversieringen aan de voorgevel.’’

Fuld woonde boven en hield beneden zijn kantoor. Gelijkertijd met de verbouwing liet Fuld in de tuin een kantoorvleugel bouwen, ook naar ontwerp van Outshoorn.

Oud-Hollands

Rond 1900 begint de architect Eduard Cuypers een volgende verbouwing. Van hem is onder meer de zware donkere houten lambrisering in de imponerende vergaderzaal. De stad verloor juist in die jaren door nieuwbouw, verkeersdoorbraken en dempingen voor en deel zijn zeventiende-eeuwse karakter, maar hij liet zich inspireren door de oud-Hollandse vertrekken uit de Gouden Eeuw..

De zaal is ideaal voor de vergaderingen, ontvangsten en presentaties van de vele kleine bedrijfjes op het terrein van duurzaam ondernemen. Zij delen nu De Groene Bocht, een pand dat blijkbaar al eeuwen geleden duurzaam is gebouwd. Vandaar de naam.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.