Haarlemmer naar Hongaarse kampen

Anouk Kragtwijk
Haarlem

Aan Joël Bolks werd vorige week gevraagd of hij een Syrisch-Nederlandse rechtenstudent wilde helpen bij het vinden van zijn gevluchte familie in Hongarije. Hij twijfelde geen moment en reed met de jongen naar het Oost-Europese land en ging op zoek bij de vluchtelingenkampen. ,,Wat ik zag was mensonterend.’’

Joël Bolks is een stoere vent met een klein hartje. Breed geschouderd, peuk in zijn mond, kaalgeschoren hoofd en een hond aan zijn zijde zo groot als een kalf. Maar als hij over de vluchtelingencrisis praat stromen de woorden ’verschrikkelijk’ en ’medemenselijkheid’ ’uit zijn mond.

Hij is anderhalve week terug uit Hongarije. ,,Vrijdag werd ik gebeld door een oude schoolvriend of ik deze student kon helpen. Hij had kort daarvoor contact gehad met zijn familie en gehoord dat zijn oom een blindedarmontsteking heeft. Hij wilde hem ophalen maar was bang om alleen te reizen door zijn Syrische uiterlijk.’’

God

Als de vraag een jaar geleden was gekomen had Bolks getwijfeld of hij in de auto zou stappen. Maar de afgelopen maanden is er iets gebeurd.

,,God heeft mijn hart aangeraakt.’’ De Haarlemmer was altijd wel geïnteresseerd in de geschiedenis van religies en is christelijk opgevoed, maar als twintiger en dertiger sloeg de twijfel toe. ,,Ik hield van vrouwen, keek porno, dat soort dingen. Maar twee maanden geleden is er een turbo op mijn hart gezet. Ik kan niet goed beschrijven wat er precies is gebeurd maar vanaf dat moment leef ik volgens de bijbel. En daarin is een van de belangrijkste regels: heb uw naasten lief.’’

Met die regel in zijn achterhoofd, vertrok hij samen met de student in een auto naar Hongarije. ,,Het werd ons lastig gemaakt, de Hongaarse autoriteiten nemen bij vluchtelingen hun simkaart af zodat ze geen mensensmokkelaars kunnen bellen. Wij konden ze niet meer bereiken.’’ Ze zochten bij vluchtelingenkamp Röszke, waar Joël schrok van de situatie. ,,De vluchtelingen waren buiten als beesten bij elkaar gedreven en stonden te wachten om naar binnen te mogen.’’

De arts van het centrum vertelde Joel dat er meer Syrische mannen met een blindedarmontsteking in het kamp hadden gezeten. ,,Maar die waren allemaal na de behandeling doorgestuurd naar station Boedapest.’’

Boedapest

Joël gaat op het puntje van zijn stoel zitten. Zijn hond die bij zijn voeten ligt komt ook omhoog. ,,Hongarije wil die vluchtelingen niet opnemen. In de hoofdstad Boedapest worden ze in treinen gestopt om de grens over te gaan.’’

In Boedapest zag hij wat dat afstandelijke beleid doet. ,,Er was daar helemaal geen hulp. Niet van het Rode Kruis, niet van de overheid. Ik zag kinderen die weken hadden gelopen en geen zolen meer onder hun schoenen hadden. Het is koud in Boedapest en mensen hebben dekens en medische zorg nodig. Alleen een huisarts uit Hongarije hielp vrijwillig. Het was verschrikkelijk.’’

De twee zochten daar naar de familie. Tevergeefs. Ze besloten terug te gaan naar Nederland, waar ze een telefoontje kregen. De familie is in Duitsland aangekomen en de man ligt daar in het ziekenhuis. ,,Maar ik wil nu alsnog terug naar Hongarije om mensen te helpen. Sommigen hebben vier weken gelopen door bergen in barre omstandigheden om hun land te ontvluchten.’’ Volgende week komen zijn ouders terug van vakantie. Zij kunnen op zijn hond passen ,,Wie weet hoe lang ik blijf, want ik ben toch werkloos. Zolang ze mij daar nodig hebben.’’

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.