Pré Wonen doet 100 jaar aan volkshuisvesting

Tuinwijk Zuid, ook in bezit van Pré Wonen.© Foto hdcmedia

De Patrimoniumbuurt vormt een van de paradepaardjes in het woningbezit van corporatie Pré Wonen.© Foto’s United Photos/Paul Vreeker

1 / 2
Henk Geist
Velserbroek

Het waren een bakker, een behanger en een slager die besloten tot de oprichting van de woningbouwvereniging Vooruitgang. ,,Deze drie mannen signaleerden dat er woningen nodig waren’’, zegt Anke Huntjens, bestuurder van Pré Wonen, ,,en ze hadden blijkbaar de financiële ruimte om iets te doen. Met hun erkende stichting konden ze hun droom waarmaken: een bijdrage leveren aan het bestrijden van de woningnood die toen heerste. Die maatschappelijke bijdrage is wat ons bindt, in die zin is er in honderd jaar niets veranderd.’’

Van die honderd jaar heeft Huntjens er 99 niet meegemaakt. Ze is nu ruim een jaar in dienst als directeur. ,,Ik heb me die honderd jaar nog niet eigen gemaakt’’, bekent Huntjens. Daarom laat ze zich bijstaan door Sandra Roozen, sinds een kwart eeuw verbonden aan de corporatie, nu als business partner Strategie. Veertien voorgangers heeft Pré Wonen gehad, zo hebben ze kunnen achterhalen, van zowel socialistische, sociaal-democratische als protestants christelijke origine. Roozen: ,,Als laatste kwam Woningstichting Binnenhof er in 2003 bij, een kleine corporatie uit Heemstede. Begin vorige eeuw waren er nog heel veel heel kleine corporaties.’’ Wat er met de eerste woningen van Vooruitgang is gebeurd, is niet bekend. Het oudste bekende bezit vormt de monumentale Patrimoniumbuurt uit 1921.

Middenmaat

Huntjens: ,,Fusies ontstonden vanuit de gedachte dat het slimmer is om een grotere voorraad woningen te beheren. Dat geeft meer financiële armslag, er ontstaat meer deskundigheid. Je kunt dan beter voor je bewoners doen wat je moet doen. We hebben heel bewust een sterkere speler in dit gebied willen worden. Met 15.000 verhuureenheden hebben we nu een keurige middenmaat. Groter worden is nooit een doel op zich, groot, groter, grootst hoeft voor ons niet. Wij hebben steeds naar samenwerking in deze regio gezocht.’’ Een fusie in de toekomst sluit ze niet op voorhand uit. ,,Alleen als het ooit nodig mocht zijn, met als enige reden om de huurders beter te bedienen. Die samenwerking moet een toegevoegde waarde hebben. Dat kan ook zonder fusie. Als het om samenwerking gaat valt er nog wel wat te winnen, zowel met andere corporaties op het vlak van bijvoorbeeld onderhoud of automatisering, als met andere partners in bijvoorbeeld de zorg- en welzijnssector. Maar dat gebeurt nu eigenlijk ook al, we kijken hoe we onze krachten kunnen bundelen.’’

Dat wordt deels ingegeven door de veranderingen die minister Stef Blok in de volkshuisvesting heeft doorgevoerd, als reactie op de misstanden bij sommige woningbouwverenigingen. Corporaties moeten nu de verhuurdersheffing aan het Rijk betalen, hetgeen ten koste gaat van hun investeringskracht. Daarnaast mogen ze zich alleen nog richten op de sociale huursector, de middeldure en vrije sector huur moeten aan de markt worden overgelaten. Roozen: ,,We zijn terug bij onze kern, goede huisvesting verzorgen voor de doelgroep. Onze voorgangers ging het om betere leefomstandigheden voor de arbeiders, het is ooit vanuit hygiënisch oogpunt begonnen. Dat hebben we nu al lang achter ons gelaten. Als corporatie zorgen we nu voor goede huizen met een sociale huur, voor de leefbaarheid van buurten en voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen.’’

Vangnet

Huntjens: ,,Met onze nieuwe strategische koers willen we daar nog iets aan toevoegen. Onder dit kabinet is er namelijk sprake van een verharding, een verzakelijking. De overheid trekt zich terug, je ziet overal bezuinigingen, waardoor er een tweedeling ontstaat. Er is een groep die zichzelf prima kan redden, maar er is ook een groep die dat niet kan en het gevoel krijgt er alleen voor te staan. Er ontstaat een gat in het sociale vangnet. Wij willen daarom iets extra’s gaan doen voor mensen die niet goed in staat zijn om voor zichzelf te zorgen. Wij kunnen het niet voor hen oplossen, maar wel de regie pakken. Het is niet zo dat wij een woning leveren en dat de bewoners het daarna maar moeten uitzoeken met elkaar. Wij maken een duidelijke keuze voor wat we nu de DAEB noemen, de vroegere sociale huursector. De dure huur (niet-DAEB) moet renderen en staat ten dienste van de sociale huur. Dat kan op termijn betekenen dat we woningen met hogere huren gaan verkopen. Dat geld kunnen we dan gebruiken om de nieuwbouw te plegen die nodig is voor onze doelgroep.’’

Differentiatie

Met die verkoop heeft Pré Wonen echter geen haast. Roozen: ,,We houden duurdere woningen ook in de verhuur. Want die hebben we nodig voor de doorstroming van huurders vanuit een goedkope woning. En die inkomsten hebben we ook maximaal nodig voor onze volkshuisvestingsopgave. We houden ze in de verhuur zolang het goed voor ons is. Maar we mogen van Blok geen nieuwe dure huurwoningen meer toevoegen aan onze voorraad. Daarvoor moeten we samenwerking zoeken met een ontwikkelaar of belegger. Want differentiatie van buurten blijft nodig, dat is evident.’’ Zoals bij het project aan de Aziëweg in Schalkwijk, waar de bouw van twee woontorens is overgenomen door marktpartijen. Daardoor kunnen er toch duurdere woningen bijkomen in een wijk met een te eenzijdige, goedkope woningvoorraad.

Door de maatregelen van Blok gaat ook de leefbaarheid van sommige buurten achteruit, vreest Huntjens. ,,Initiatieven om de leefbaarheid in buurten te verbeteren werden gefinancierd door corporaties. Dat gebeurt nu niet meer, waardoor we buurten weer achteruit zien gaan. We moeten kijken hoe we dat door samenwerking weer kunnen oppakken, dat vereist van ons en ook van anderen een andere manier van werken. Onze benadering wordt anders, we kijken meer vanuit de behoefte en vraag van de klant. Die andere invalshoek vraagt van ons na honderd jaar weer een ommezwaai.’’

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.