Arnold Bezuyen, Fidelio’s vriendelijke heldentenor

Arnold Bezuyen.© Foto Jochen Quast

Hans Visser

Arnold denkt even na over de vraag die hij zichzelf heeft gesteld: „Hoe lang is het geleden dat ik voor het laatst in Nederland een operarol zong? Vijftien jaar? Ik zong toen in ’Der Rosenkavalier’ van Strauss, bij De Nationale Opera. Hoe dan ook, het is heerlijk om weer in Nederland te kunnen zingen.”

Bij het Orkest van de Achttiende Eeuw zingt hij vanaf zaterdag in Beethovens enige opera ’Fidelio’ de rol van de gevangene Florestan. In een diepe onderaardse kelder wordt hij vastgehouden door een politieke tegenstander, maar er komt redding: zijn als man verklede geliefde Leonore.

„Het verhaal is zeker geen grote literatuur, maar muzikaal tilt Beethoven dat gegeven toch op. Je hoort dat er in zijn tijd een omslag gaande is van de klassieke Haydn en Mozart naar de romantische Schubert.”

’Salomé’

Is zijn afwezigheid in Nederland niet wat vreemd voor een zanger die in ’s werelds grootste operahuizen optreedt?

„Ik had hier en daar wel eens een concert, maar opera? Het kwam er niet van. Enerzijds liet mijn agenda dat niet toe. Anderzijds kreeg ik nogal eens rollen aangeboden waar mijn stem nog niet aan toe was.”

„Te vaak zie ik jonge zangers rollen accepteren waar hun stembanden nog niet klaar voor zijn. Ze bloeien dan te vroeg en als hun stem op is, trekken ze bij de theaters gewoon een blik nieuwe zangers open. Dit voorjaar zing ik in Catania op Sicilië voor het eerst de rol van Herodes in ’Salomé’ van Strauss. Die rol is mij vijftien jaar terug al aangeboden. Ik zei toen ’nee’.”

Dochtertje

Jonge collega’s vragen Bezuyen vaak hoe hij zulke keuzes aanpakt. „Het gaat om discipline, kritisch zijn op jezelf en respect voor de muziek. Ik begin nu ook steeds meer les te geven en daar heb ik erg veel plezier is. De passie voor het zingen is er nog steeds, maar ik ben wel wat terughoudender in het aannemen van rollen, opdat ik vaker thuis kan zijn. Ik heb een dochtertje van tweeënhalf en ik wil haar graag zien opgroeien en haar wat van mijn levenservaring meegeven.”

Dat is beslist veel en verrassend. Arnold Bezuyen werd geboren in 1965 te Den Helder. Hij werkte als schoenverkoper in Alkmaar toen hij de tip kreeg auditie te doen voor het koor van de Hoofdstadoperette. Hij zong immers zo aardig bij amateurgezelschappen. Na het voorzingen kwam de vraag of hij wellicht solist wilde worden. Het begin van een mooie carrière, want na dat Amsterdamse gezelschap was hij verbonden aan onder meer de opera van Bremen en de Wiener Staatsoper. Als freelancer zong hij jarenlang op het festival van Bayreuth. Inmiddels geeft hij steeds vaker recitals met liederen van onder anderen Schumann, Brahms, Berg en Wolf. „Ik zong laatst in Villa Wahnfried, het huis van Richard Wagner in Bayreuth. Mijn begeleider speelde toen op de vleugel van Franz Liszt, de schoonvader van Wagner. Hoe dat klonk? Hij was goed gestemd, maar daar zat het ’m niet in. Je had daar vooral een gevoel van authenticiteit. Er was plaats voor 99 bezoekers, maar er zaten er 140. Ze hebben mij daar teruggevraagd.”

Brüggen

Over authentiek gesproken: het Orkest van de Achttiende eeuw dat ’Fidelio’ uitvoert in de piste van Carré, ontleent zijn roem aan de manier waarop wijlen Frans Brüggen met deze musici jarenlang probeerde het werk van oude componisten zo authentiek mogelijk uit te voeren. „De violisten gebruiken darmsnaren. Toen ik werd gevraagd, moest ik er rekening mee houden dat de orkestklank iets anders zou zijn.”

De rol van Florestan zong hij eerder bij De Nederlandse Reisopera onder leiding van Jaap van Zweden. Nu is Jonathan Darlington de dirigent. „Ik kende hem nog niet, maar mijn vrouw speelt altviool in het orkest van de Staatoper in Hannover. Daar dirigeerde hij een reeks concerten en dat beviel zo goed dat ze hem graag daar als chef-dirigent zouden willen hebben. Mijn vrouw was zelfs ’begeistert’ en dat wil wat zeggen.”

Hoe authentiek is deze nieuwe productie? „Beethoven schreef de eerste versie in 1805, de tweede in 1806 en nog een derde in 1815. Die laatste brengen wij, de interessantste en veel beter te zingen. Eigenlijk heeft Beethoven niet de affiniteit met zangers, zoals Mozart. Misschien had dat te maken met zijn gehoorprobleem, of wellicht had hij het te druk met andere instrumentale opdrachten. Toch is mijn rol toch heel zangvriendelijk geschreven, Voor een heldentenor heeft hij alles in zich.”

Hans Visser

Opera

’Fidelio’. Muziek: L. van Beethoven. Libretto: J. Sonnlethner. Door: Orkest van de Achttiende Eeuw. o.l.v. Jonathan Darlington. Regie (semi-concertant): Jeroen Lopes Cardozo. Met o.a. David Wilson-Johnson, Arnold Bezuyen, Kartrin Kapplusch, Michael Tews, Laetitia Gerards, Rotterdams Symphony Chorus. Te zien: Rotterdam, De Doelen, 27 jan.; Utrecht, Tivoli Vredenburg, 28 jan.; Amsterdam, Carré, 31 januari, 1 februari. www.carre.nl

Meer nieuws uit HD

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.