Doodsangst maakt eenzaam

Foto Dpd

Foto Dpd

1 / 2
Marja van Spaandonk

De kwaliteit van leven en de waardigheid van de kankerpatiënt worden aangetast doordat die maar al te vaak in zijn eentje doodsangst moet doorstaan. Het overgrote deel van de zorgverleners en familieleden negeert deze angst namelijk. Hierdoor ontstaan schrijnende situaties en moet in sommige gevallen zelfs de hulp worden ingeroepen van een psychiater.

Dit zijn de bevindingen van Goedele van Edom, als pastor beschikbaar voor de kankerpatiënten van het middelgrote (500 bedden) van het Imeldaziekenhuis in Bonheiden, zo’n 30 kilometer ten zuiden van Antwerpen. Hoewel kanker niet langer een (direct) levensbedreigende ziekte is, wordt die diagnose volgens haar nog vaak ervaren als een doodvonnis. „Als je hier in de wachtkamer gaat zitten, voel je de angst gewoonweg uit de grond komen”, aldus Van Edom.

Gedurende de dertien jaar die zij kankerpatiënten bijstaat, heeft de ziekenhuispastor de veronachtzaming van doodsangst door zorgverleners en familie als ‘uiterst schrijnend’ ervaren. Van Edom: „Het is bijna niet om aan te zien hoeveel pijn het een patiënt doet als blijkt dat die zijn vrees niet kan delen en dat die angst over het algemeen zo weinig wordt gezien.”

De pastor kent de gevolgen: „Bij mensen die al zo kwetsbaar zijn, hakt dat er enorm in. Ze gaan zich dan beschermen om niet nog meer gekwetst te worden. Ze houden hun angst voortaan voor zich en raken in een isolement. Zo kan het gebeuren dat zij, lang voordat zij overlijden, een sociale dood sterven.”

Bespreekbaar

Doordrongen van de noodzaak de diepe angst van kankerpatiënten te signaleren en te doorgronden, schreef de 37-jarige pastor het boek Bang voor kanker; hoe kun je helpen. Dat is gebaseerd op haar proefschrift, waarop zij een halfjaar geleden aan de KU Leuven tot doctor in de Godgeleerdheid promoveerde. „Ik wil dat zorgverleners en familieleden de angst van de patiënt bespreekbaar kunnen houden als die zijn zielenroerselen wil uiten.”

Nu gaat vrijwel iedereen doodsangst uit de weg. Familieleden van kankerpatiënten vormen hierop geen uitzondering. Het komt volgens haar vaak voor dat die op het moment dat hun dierbare over zijn angst wil praten, over het weer beginnen. Of dat de angst wordt afgedaan als een vorm van ongepast negatief denken.

Erger vindt Van Edom het dat ook artsen en verpleegkundigen bange patiënten negeren. In plaats van hen een hand te geven en aan te kijken, posteren die zich nogal eens aan het voeteneinde van het bed en kijken op een scherm. „Zo schep je bepaald geen ruimte om de vrees voor de dood aan bod te laten komen. En dat terwijl de patiënt vaak op een signaal van zorgverleners wacht om daarover te beginnen.”

Onvermogen van zorgverleners om te gaan met eigen sterfelijkheid is daar in de ogen van de pastor debet aan. Zij pleit dan ook voor meer aandacht voor dit aspect tijdens opleidingen in de gezondheidszorg. De waardigheid en kwaliteit van leven van kankerpatiënten zijn volgens Van Edom anders in het geding. „Als een arts aan doodsangst voorbijgaat, zie je dat iemand zich in de regel afsluit. Wij noemen dat hier subcomateus; mensen trekken zich terug en gaan als het ware als een gewond dier in het bos liggen.”

Vele angsten

In haar boek introduceert ze tabellen om de angst te ontleden. „We kunnen die nooit wegnemen, maar om de benauwdheid hanteerbaar te maken is het van belang te weten wat de onderliggende vrees is. Die kan zeker tot in vijftig categorieën worden opgesplitst, omdat niet alleen personen en ziekteverloop verschillen maar ook belevenissen.” Ze somt er een paar op: „De een is bang voor pijn, de ander raakt panisch bij het idee alleen te zullen sterven, weer een ander vreest onvolledig geïnformeerd te zijn over de gezondheidstoestand. Ook angst voor incontinentie, voor verlies van verstand en om de zin van het leven kwijt te raken, komen voor.

Ze waarschuwt dat opgekropte angst erop een destructieve manier uitkomt. „Mensen kunnen agressief gedrag vertonen of krijgen lichamelijke klachten. Er zijn ook mensen die totaal verkrampen. Verlamd van angst kunnen zij niet meer normaal functioneren, gedragen zich alsof zij in een neerstortend vliegtuig zitten. Bij zulke paniekstoornissen moet er een psychiater aan te pas komen.”

Dat is ook het geval als de doodsangst trauma’s oproept. „Als er bijvoorbeeld sprake is van seksueel misbuik in het verleden kan in bepaalde gevallen een psychotherapeut of psychiater nodig zijn.” Dat hun angst niet aan bod komt, kan overigens ook aan de patiënt zelf liggen. Van Edom: „Om niet al te kwetsbaar te zijn, verbergen ze, net als iedereen, soms wie ze werkelijk zijn. Ze zetten bijvoorbeeld het masker van de vriendelijke patiënt op, waarachter ze voor de omgeving of voor zichzelf hun diepste vrees verstoppen.”

Goedele van Edom - Bang voor kanker; hoe kun je helpen, uitgeverij LannooCampus, 24,99 euro.

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.