Vonk sloeg over bij pijprookwedstrijd vrouwen

Het echtpaar Kniep-Van der Laarse met dé pijp en bloemen van de burgemeester.© foto United Photos/ Remco van der Kruis

Paul van der Kooij
Hoofddorp

Een simpele pijp van aardewerk. Al zestig jaar ligt die naast de echtelijke stonde van Hendrik Joris Kniep (91) en zijn Dorothea Maria (83). Want, zo hoort de burgemeester die hen deze maandag feliciteert met het diamanten huwelijk, met die pijp begon het.

Toen zij hem zo lang mogelijk brandend moest houden tijdens een pijprookwedstrijd voor vrouwen, zat hij haar vlak tegenover haar. En waar anderen al snel een biertje gingen halen, zat hij haar gefascineerd aan te kijken in de bloemenveiling van Aalsmeer.

Het was niet omdat ze zo’n ervaren pijproker was. Integendeel. Tot de feestweek rond het bloemencorso had ze nog geen sigaret aangeraakt. Maar ach, een vriendin en de zus die bevriend was met zijn broer deden ook mee. En als twintiger hield zij van ’gekkigheid’.

Hij was al wat ouder en had en had ook al wat meer meegemaakt. Zo had hij zijn dienstplicht in Indonesië vervuld in de naoorlogse jaren dat Nederland de kolonie niet wilde laten gaan. Gevochten heeft hij daar niet. Als ordonnans moest hij vooral zorgen dat spullen werden opgehaald of weggestuurd. ,,Ik ben nog nooit zo rijk geweest’’, grapt hij wel eens, ,,want ik had vier auto’s, drie motoren en twee motoren onder mijn hoede.’’

Wel zag hij hoe er steeds minder te halen en te brengen was. En dat hakt erin bij iemand voor wie het glas toch al half leeg is. Zij kijkt anders tegen dingen aan. Voor haar is het glas juist half vol. Het kan dan ook donderen tussen de twee, maar doorzieken laten ze dingen niet. ,,Want’’, zo leggen ze uit, ,,we gaan nooit zonder zoen naar bed.’’ En zo’n zoen werkt niet wanneer je ruzie hebt. Goedmaken dus eerst.

Hun eerste plek was een stukje dijkhuis: een half kamertje met een tot keuken gepromoveerde bijkeuken en een gedeelde wc. De jaren ’50 waren nu eenmaal de tijd van de woningnood. En al te veel hadden ze niet te besteden omdat zij werd ontslagen zodra ze ging trouwen. En dat deed pijn. Ook omdat ze het ’ongelofelijk’ naar haar zin had in de kantine van het toenmalige Schiphol, waar piloten voor de vlucht gewoon nog even wat drop kwamen kopen.

Maar goed, doordat hij extra uren kon maken op de kwekerij konden ze in 1961 voor 75 gulden per maand een splinternieuw huisje huren aan de al even nieuwe Beemsterstraat. Ze wonen er nog steeds, met veel plezier. Al zijn ook hier de tijden veranderd. Waar eerst de lagere school van hun twee dochters was, kwam later de Anbo waarvoor hij jarenlang het busje reed. Naast twee dochters hebben ze ook twee kleinzoons en een achterkleinkind.

Meer nieuws uit HD

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.