60 seconden-column: In de ogen van de mondhygiëniste

Milo Lambers

Het is altijd lente in de ogen van de tandartsassistente. Helaas geldt dat niet voor die van mijn mondhygiëniste. In haar ogen zie ik een Siberische winter zonder eind.

Het zal vast een aardige vrouw zijn hoor maar als ik in de stoel lig heb ik moeite om dat in gedachten te houden. ’Je gebit bestaat uit 80 procent uit plak. Gebruik de rager van 3 millimeter voor je kies rechtsonder, 5 mm voor die er achter, een tandenstoker voor linksonder en flosdraad voor de voorste tanden.’ Als ze vervolgens haar martelwerktuig in mijn tandvlees boort zweer ik dat ik de rest van mijn leven dagelijks vier minuten per dag te poetsen en elke kies tot het uiterst schoonmaak.

Maar ja, dan begint het gewone leven weer. Het leven waarin vriendin, maten, sport en muziek een stuk leuker zijn dan jezelf pijnigen met een stokje tussen je tanden. Ik heb ook geen last van mijn tandvlees, het doet geen pijn. Daardoor zwakt de ambitie tot dagelijks stoken snel af. ’Wat wil je nou eigenlijk?’, vroeg de mondhygiëniste met de ijzige blik. ’Dat u uit mijn leven verdwijnt’, dacht ik maar zei ik niet. Een gedachte waar ik pas later de ironie van inzie. Want hoe beter ik mijn gebit schoonhoud des te minder ik in de Siberische ogen hoef te kijken. En hoe minder geld ik kwijt ben natuurlijk. Tja, wat wil ik nou eigenlijk?

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.