Ik denk dat ik mijn allereerste migraine-aura heb | column

Er wordt weleens gezegd dat de beste dokter weet hoe het is om patiënt te zijn, maar toch zal een neuroloog niet graag op het spreekuur van een collega verschijnen.

Hoewel ik een aantal relatief onschuldige, maar desalniettemin vervelende neurologische aandoeningen kan bedenken (carpaletunnelsyndroom, benigne paroxysmale positieveranderingsduizeligheid), is het grootste deel van mijn vakgebied pijnlijk, levensveranderend, invaliderend, dodelijk of een combinatie van al deze eigenschappen. Zelf heb ik nog nooit als patiënt tegenover een neuroloog gezeten en ik hoop dat voorlopig zo te houden.

Als ik merk dat ik een wazige vlek zie terwijl ik een verslag in het patiëntendossier typ, ben ik in eerste instantie geneigd het beeldscherm van de computer de schuld te geven. Iedereen die in de gezondheidszorg werkt, zal de impuls om alle ICT in het ziekenhuis te wantrouwen meteen herkennen. Maar als ik opkijk van het scherm, blijft de wazige vlek bestaan. De angst slaat meteen toe. Heb ik een dubbelzijdige neuritis optica bij een beginnende MS? Een probleem in mijn hersenstam?

Ik krijg visioenen van MRI-scans en deprimerende ziekenhuiswachtkamers. De vlek breidt zich langzaam uit. In een poging om de rust te bewaren, probeer ik mijn eigen beste patiënt te zijn door goed te observeren. En na een paar minuten wordt het duidelijk. De wazige vlek krijgt de vorm van een halve maan, die bestaat uit zilveren kartelranden. Tussen de karteltjes flikkeren de kleuren van de regenboog. Het figuur vult langzaam mijn hele linkergezichtsveld. „Ik denk…”, zeg ik langzaam tegen de drie collega’s in de kamer. „…dat ik mijn allereerste migraine-aura heb.”

De aura die ik zie, lijkt exact op de plaatjes die ik soms aan patiënten toon. Ik aanschouw het met fascinatie. Het is zowel heel herkenbaar als enorm bevreemdend om die flikkerende halve maan in beeld te hebben. Het heeft ook iets moois. Werken lukt even niet, omdat mijn zicht teveel wordt beperkt. Ik draai mijn stoel weg van de computer. De aura houdt zich netjes aan de regels: na een minuut of vijftien van langzame uitbreiding, vervaagt hij in korte tijd tot niets.

Nadat de aura is verdwenen, maakt een nieuwe angst zich van mij meester. Krijg ik nu de migraine-hoofdpijn? Ik heb nog nooit migraine gehad, maar als je de patiënten hoort, is dat erg onprettig. Ik voel een licht bonken aan de rechterkant van mijn hoofd en neem twee paracetamol. De neurologie is mild voor me. Een paar uur lang heb ik een soort beginnersversie van migraine, die goed te verdragen is als ik stil blijf zitten. Toevallig draait een collega van mij zo’n honderd meter verderop de hoofdpijnpoli. Ik stuur voor de grap een appje of ze nog plek voor me heeft. Uren later, als ik alweer ben genezen, krijg ik het antwoord dat ze helemaal vol zit, maar dat ik morgen – op het spreekuur voor de herseninfarcten – van harte welkom ben.

Ik besluit mijn eerste bezoek aan de poli neurologie toch nog even uit te stellen.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.