Gifkikker is van zichzelf niet giftig

In de oerwouden van Midden- en Latijns-Amerika komen veel kleine giftige kikkersoorten voor. Het gif zit in een slijmlaagje op de kikkerhuid. Vaak is die huid opvallend fel gekleurd - geel, blauw, oranje, rood, roze en zelfs zilver- en goudkleurig. Daarmee laten ze aan roofvogels bij voorbaat weten: als je mij eet, komt het je duur te staan.

De kikkers gebruiken de felle kleuren ook om met elkaar te communiceren. Hoe feller de kleur, hoe beter: mannetjes houden er rivalen mee op afstand en trekken er vrouwtjes mee aan.

De kikkers zijn niet giftig van zichzelf. Ze moeten het gif op de een of ander manier binnenkrijgen. Sommige planten in het oerwoud bevatten van nature alkaloïden, gifstoffen die wij ook wel kennen omdat ze rauwe aardappelen oneetbaar maken.

Ook nicotine, cocaïne en morfine zijn alkaloïden. Door alkaloïden te maken, proberen planten zich tegen vraat te beschermen, maar er zijn genoeg bladetende insecten die in de loop van de evolutie een zekere tolerantie tegen het gif hebben opgebouwd. Door die insecten te eten, krijgen ze het gif binnen.

Tropische boskikkers zijn om hun kleuren populair bij hobbydierhouders. Veel soorten zijn in dierenwinkels te koop. Het is niet moeilijk om ze in terraria te houden; ze houden zich graag op in een bed van dode bladeren. Vooral de mannetjes maken een hard, hoog, fluitend geluid dat associaties met het oerwoud opwekt. Zolang de hobbyhouders ze geen giftige insecten of meelwormen geven, is er niets aan de hand.

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.