Vroeger was Wouly de Bie bang voor water. Toen werd hij waterpolokeeper en haalde hij de Olympische Spelen. Nu werkt hij in Qatar bij zwemevenementen

Wouly de Bie op het strand van Qatar met in zee een waterpoloveld.
© Eigen foto
Doha

Dat Wouly de Bie ooit bang was voor water kan je je niet voorstellen. De Beverwijker schitterde als waterpolokeeper op de Olympische Spelen van 1980 in Moskou en in 1984 tijdens de Spelen in Los Angeles.

Tegenwoordig woont de 63-jarige De Bie al ruim twaalf jaar in Qatar waar hij bondscoach is en bij grote internationale zwemtoernooien ’venue-manager’. „Nee, ik doe niets met het wereldkampioenschap voetbal in 2022”, zegt De Bie lachend.

„Door de jaren heen organiseerde ik meer dan twintig evenementen. Worldcups openwater, zwemwedstrijden of een wereldkampioenschap korte baan zijn daar slechts enkele voorbeelden van. Op dit moment ben ik druk bezig met congres van de wereldzwembond FINA dat donderdag begint.”

Badjuf

De eerste vriendschappen doet De Bie op bij het Beverwijkse KZC. „Bij ons thuis hadden we het altijd over het Spatbordenfonds. In het kikkerbadje haalde ik op 7-jarige leeftijd pas mijn zwemdiploma. Mevrouw Pleging, een vriendin van mijn moeder, haalde haar over om mij op wedstrijdzwemmen en waterpolo te doen. Ze was badjuf en had kennelijk kijk op eventuele talenten. Twee jaar later vroeg Piet Mooij mij of ik op waterpolo wilde.”

Zijn ’switch’ van speler naar keeper kan je op z’n minst bijzonder noemen. „Normaal lag Anton van der Mast op doel. Na een ongelukje op de fiets had hij zijn vinger gebroken en kon hij niet spelen natuurlijk. Ik kreeg een stoomcursus ’keepen’ van Anton Arentshorst en lag de volgende wedstrijd onder de lat.”

Uitstrekken

Zelfs als jonge zwemmer die inmiddels lid is bij de Kennemer Zwemclub, blijft contact met water lastig voor De Bie. „Onze zwemtrainer was George Sieverding en ik haatte elke druppel in mijn gezicht. Schoolslag zwom ik altijd met mijn hoofd hoog boven het water. Hij bleef maar hameren dat ik vooral onder water moest uitstrekken.”

Hoe anders is het een paar jaar later. Vader Karel de Bie is iedere zaterdag een heuse taxichauffeur om zijn zoon overal naar toe te brengen. „Ik stapte vaak in zwembroek in de auto en reed van Beverwijk naar Zaandam om daarna nog even in Wormerveer langs te gaan. Tot slot speelde ik de vierde wedstrijd in het Sportfondsenbad. Hij bracht me altijd overal naar toe. Soms was het echt scheuren. Helaas overleed hij in 1986. Net nadat ik zelf gestopt was met spelen op topniveau.”

De Robben

Dat topniveau speelt De Bie bij HZC De Robben in Hilversum. In die tijd kampioen van Nederland waar Evert Kroon de vaste waarde was op doel. „Hij had een sportwinkel in Hoofddorp en gaf aan dat hij ging stoppen met spelen. Om kans te maken op het Nederlands team moest je wel bij een club uit de top 5 in de hoofdklasse gaan spelen. Helaas miste ik de selectie van 1976 omdat ik met 18 jaar te jong was. Twee weken van tevoren kreeg ik te horen dat ik niet mee mocht.”

Een jaar later maakt De Bie wel deel uit van de nationale selectie. „In 1977 werden we eerste in Tiblisi. Nu de hoofdstad van Georgië, maar toen deel uitmakend van de Sovjet Unie. Ik ging in 1980 naar de Olympische Spelen in Moskou waar we zesde werden. In de jaren die volgden wisselde ik de plek op doel af met Ruud Misdorp. Ook tijdens de Olympische Spelen in Los Angeles waar we weer zesde werden. Ik vooral bij de teams die snelle ballen schoten. Ruud bij de meer statische teams. Het begrip eerste of tweede keeper vind ik altijd relatief. Het is vaak afhankelijk van de vorm, maar dat maakte voor mij toen niet veel uit. Ik stopte wel als actief waterpoloër na dit toernooi. Het was mooi geweest.”

Een telefoontje van Erik Noordergraaf om tot Seoel door te gaan onder leiding van bondscoach George Geurtsen, legde De Bie naast zich neer. „Ik had altijd zoveel gegeven. Trainen tot aan overgeven toe. Altijd mezelf willen verbeteren. Altijd maximaal gegaan. Als anderen dat niet deden, had ik er de balen van. Ik heb denk ik in die tijd teveel gevraagd van mijn lichaam. Je zou het een fysieke burn-out kunnen noemen. Het was mooi geweest en anders had ik hier nu niet gezeten.”

(tekst loopt door onder de foto)

Wouly de Bie in actie als keeper.
© Eigen foto

Het leven na de waterpolocarrière van Wouly de Bie is misschien wel net zo interessant als daarvoor. „Vanaf mijn vijftiende wilde ik de wereld ontdekken.”

De waterpolocarrière biedt De Bie alvast een mogelijkheid wat van die wereld te zien. „Tot in 1986 oud-bondscoach Dennis Pocsik mij belde of ik een clubteam ik Koeweit wilde trainen. Ik werkte toetertijd als marechaussee en woonde in Hoofddorp, maar ik ben gegaan.”

Burgeroorlog

Met het nationaal jeugdteam van de oliestaat is hij in 1990 in Joegoslavië als daar de burgeroorlog uit breekt. In augustus van dat jaar staat De Bie foto’s te maken op het dakterras van de oorlog in Koeweit. „Ik denk dat ze me gezien hebben, want niet veel later valt er een granaat op die plek. Ik had dood geweest.”

Frankrijk volgt. Coach in Straatsburg en Montpellier. Daarna Nieuw-Zeeland tussen 1998 en 2002. „Ik deed daar te veel als coach van vier nationale teams. De 5-0 winst van het vrouwen juniorenteam op Italië was en is nog steeds super.”

Een klein uitstapje naar Canada was niet succesvol en Venezuela volgde tussen 2002 en 2009. Zijn rust vond hij in Qatar. De Bie is nu getrouwd met zijn vijfde vrouw. „Ze komt uit de Filipijnen en ik had haar eigenlijk vijftig jaar eerder tegen moeten komen”, grapt hij.

Van drie vrouwen heeft hij vijf kinderen. Mikhail, kortweg Mika, van 21 jaar en is Venezolaans. Net als Athina van 16 jaar. Angelico van 5 jaar heeft Filipijns-Frans bloed. Michael (30) en Marion (29) zijn Frans. Net als De Bie zelf die sinds 1991 geen eens een Nederlands paspoort meer heeft.

Meer nieuws uit Sport Regionaal