Judoka Frank de Wit raakt gewend aan de coronabubbels: ’Het wordt allemaal na een tijdje een soort van normaal’

Frank de Wit.
© Archieffoto

Verschillende regionale sporters hopen deze zomer in Tokio hun opwachting op de Olympische Spelen te maken. De krant volgt om beurten badmintonster Selena Piek (29), baanwielrenner Matthijs Büchli (28), judoka Frank de Wit (25) en hockeyer Jorrit Croon (22) tijdens hun voorbereiding. Vandaag een update van Kenjamu judoka De Wit.

Sinds we te maken hebben met corona heb ik aan vier toernooien meegedaan en ik kan niet anders zeggen dan dat mijn gevoel daarover heel positief is. Vorig jaar verloor ik twee keer de partij om brons en op het Grand Slam onlangs in Tel Aviv werd ik derde.

Op dat toernooi was het resultaat voor mij minder belangrijk dan op de masters in Doha, die in januari werd gehouden. Daar deden de beste 32 judoka’s van de wereld aan mee en werd ik tweede. Dat is een hartstikke mooi resultaat. De toon is zo aan het begin van het jaar wel gezet.

Na een periode waarin er vrijwel niks gebeurde, reis ik het laatste half jaar weer veel. Momenteel ben ik op een trainingsstage op Mallorca en hierna reis ik door naar Georgië, waar ik verder ga trainen. Hier wil ik de basis leggen voor de rest van het jaar. Het eerste doel daarbij is het EK in april. Daarna is er ruim een maand voor de Olympische Spelen ook nog het WK. Een mooi oplopend rijtje inderdaad. Ik doe het op dit moment overigens nog een beetje rustig aan. In Tel Aviv heb ik een ribblessure opgelopen, dus ik wil eerst even kijken hoe het voelt.

Het reizen in coronatijd is wel vreemd, al moet ik zeggen dat veel dingen ook weer snel wennen. Je zit bij toernooien telkens in een bubbel en je weet inmiddels dat je soms periodes de hele dag op je kamer moet blijven. Ook het testen is niet bijzonder meer.

Dat heb ik inmiddels al meer dan honderd keer meegemaakt en dan doet het echt geen pijn meer. Het wordt allemaal na een tijdje een soort van normaal. Hier op Mallorca zitten we overigens niet in een bubbel, maar heel veel maak dat niet uit, want er is hier verder ook helemaal niets te beleven.

Na Georgië keer ik weer terug naar Nederland en ga ik trainen op Papendal. De buitenlandse reizen zijn veel lastiger te organiseren dan voorheen het geval was en bovendien zijn er op Papendal heel veel sneltesten, wat als voordeel heeft dat het makkelijker is om judoka’s uit andere landen te laten meetrainen, zodat je in ieder geval goede sparring hebt. Dat is allemaal erg goed geregeld en dus heel fijn.

Meer nieuws uit Sport Regionaal

Meest gelezen