Nederlands waterpoloteam houdt het hoofd koel en plaatst zich voor Tokio. Speelster Ilse Koolhaas: ’Het OKT was geen last op onze schouders, met druk omgaan hoort erbij’

De Nederlandse waterpolosters vieren hun ’ticket voor Tokio’.
© Foto ANP
Triëst

Na afwezigheid in 2012 en 2016, mag de olympisch kampioen van 2008 deze zomer weer een gooi doen naar goud op de Spelen. Het Nederlands waterpoloteam dwong op het OKT in Italië kwalificatie af.

Toen Oranje in Peking goud won, onder leiding van bondscoach Robin van Galen, was Ilse Koolhaas net elf jaar. Ze speelde in de jeugd van De Robben in Hilversum. Later vertrok ze naar ZVL in Leiden waar ze in vijf jaar tijd twee landstitels en vier bekers veroverde. De nu 23-jarige Koolhaas vervolgde daarna haar carrière in bij Vouliagmeni (Griekenland) en Orizzonte Catania (Italië). Afgelopen seizoen keerde ze net als veel andere internationals een jaar terug naar de Nederlandse eredivisie (bij De Zaan in Zaandam) en inmiddels is ze terug bij Vouliagmeni.

De terugkeer naar de Griekse vereniging noemde ze afgelopen zomer ’thuiskomen’, maar hoe welkom zal ze er straks zijn? Het waren zaterdag immers de Griekse vrouwen die met 7-4 verslagen werden in de halve finale van het olympisch kwalificatietoernooi. Die prestatie volstond voor plaatsing voor Tokio, de finale tegen Hongarije (11-13 verlies) was zondagavond in het Italiaanse Triëst alleen nog voor de eer.

Midachter Koolhaas mag zich met haar teamgenoten nu dus verder gaan voorbereiden op de Olympische Spelen.

Jij kent de Griekse vrouwen natuurlijk goed. Had je verwacht dat jullie deze wedstrijd zouden winnen?

„We hebben ons tactisch en fysiek goed voorbereid op dit toernooi. Maar de verschillen tussen de toplanden zijn heel klein. We hebben met vier landen om twee tickets voor de Spelen gestreden. Italië, Hongarije, Griekenland en wij ontlopen elkaar nauwelijks qua niveau, dat wisten we van tevoren. Alles zou aankomen op de halve finale, de tegenstander zou Griekenland of Hongarije worden en dan was het erop of eronder. Gelukkig speelden we goed en viel het onze kant op.”

Valt er nu een last van je schouders?

„Ik zag de olympische kwalificatie niet als een last. Ik merkte in het team dat we vooral erg veel zin hadden om deze wedstrijden te spelen. Dit toernooi was al een jaar uitgesteld, dus we hebben er lang naar toegeleefd. Het is fijn om eindelijk weer internationale wedstrijden te spelen, die er echt toedoen. Dat we het doel hebben bereikt geeft natuurlijk een euforisch gevoel, een grote droom gaat uitkomen.’’

Heb je het idee dat jullie nu beter met de druk omgaan dan voorheen?

„Ik was er de vorige twee keren dat het Nederlands team zich probeerde te kwalificeren voor de Spelen nog niet bij. Dus daar kan ik niet over oordelen. De helft van ons huidige team was daar niet bij. Met druk omgaan hoort bij het spelen van dit soort wedstrijden. Als we daar niet mee om kunnen gaan, hadden we nu ook niet gewonnen. Halverwege de wedstrijd stonden we tegen Griekenland nog 3-4 achter en uiteindelijk hebben we met 7-4 gewonnen. Onze tweede helft was ijzersterk.”

Een droom gaat nu uitkomen, zei je net. Maar maak je je nog druk over de vraagtekens rond het doorgaan van de Olympische Spelen?

„Nee, niet echt. De Spelen gaan door, totdat er wat anders wordt gecommuniceerd. En van het NOC NSF, het IOC en de Japanse regering horen wij nog steeds dat het doorgaat. We doen nu gewoon ons ding. Natuurlijk hopen ook wij dat het coronavirus onder controle komt. Niet alleen voor onszelf, voor iedereen. Maar we zijn nu vooral heel blij dat we ons gekwalificeerd hebben voor Tokio en daar willen we ook graag goed spelen.”

Meer nieuws uit Sport

Meest gelezen