Ik was 33 en net vader toen ik in een klas met jonge meiden belandde. Na diverse loopbaanwendingen trad ik dan eindelijk in de voetsporen van mijn ouders. Ik ging de verpleging in.
En dus zat ik daar op een goede dag met ketende kids om me heen. Op de Brink, de opleidingsschool voor A-verpleegkunde die bij het voormalige Zeewegziekenhuis in IJmuiden was gevestigd. Allemaal gesloopt inmiddels. Net als het ziekenhuis waar ik het beroepsdeel volgde: het Haarlemse Spaarneziekenhuis.
Als vrijwel enige man werd ik door de meiden natuurlijk op handen gedragen. En meermalen mochten zij bij adviezen terugvallen op mijn voortschrijdende inzichten. Het was echt een geweldige periode.
Toen ik voor dit verhaal meeliep met brandwondverpleegkundige Heleen Westra, kwam ook de herinnering aan het ziekenhuis weer terug. Ik heb er uiteindelijk niet zo lang gewerkt, een jaar of zes, maar die periode was vol met bijzondere gebeurtenissen.
Zo herinner ik me die kleine oude, al lang bedlegerige dame wier bed ik moest verschonen. De dochters stonden er bij. Ik tilde het uitgemergelde lichaam met beide armen makkelijk op. En toen gingen die kraaloogjes open. Wiegend liep ik een beetje rond door de kamer. Terwijl de dochters gierend van het lachen toekeken. Dat zijn van die momenten dat je denkt: Dit is werk dat er echt toe doet. En wat mooi als je dat mag doen.
,
jacob van der meulen


