Geschiedenis Haarlems Dagblad

Nieuwsgierigheid. Wie kent die gezonde hang naar kennis en informatie niet? Het is tenslotte een menselijke karaktertrek die zo oud is als de wereld zelf. Waren in lang vervlogen tijden ondermeer stadsomroepers de brengers van het nieuws, later werd die rol overgenomen door de kranten, radio, televisie en tegenwoordig ook tal van andere nieuwe media. Maar, hoe snel de moderne communicatiemiddelen ook zijn en hoe vlug ze zich ook ontwikkelen, de krant heeft in het jaar 2002 nog steeds veel betekenis in de samenleving. Niet alleen in Nederland, maar over de gehele wereld kijken nieuwsgierige mensen dagelijks uit naar hun krant. Voor hen nog altijd de meest overzichtelijke vorm van nieuwsvoorziening.

Haarlems Dagblad Oprechte Haerlemse Courant maakt al zeer veel jaren, om precies te zijn sinds 1656, deel uit van die traditie. Het is niet alleen de oudste krant van Nederland maar ook van de hele wereld. Een titel om trots op te zijn.

Natuurlijk, ook vóór de eerste uitgave die toen overigens nog onder de naam 'Weeckelycke Courante van Europa' verscheen, waren er al kranten en tijdschriften. Maar er is er niet één die nu nog bestaat. Het oudste tijdschrift is het Zweedse blad 'Postoch Inrikes Tidningar' (1644). 

De allereerste krant verscheen, voor zover valt na te gaan, in 1597. Dat was een Zwitsers maandblad 'Annus Christi 1597' van de Augsburger ondernemer Samuel Dilbaum, die zijn twaalf pagina's tellende krant vulde met allerhande nieuws uit het buitenland. Het is echter, om onopgehelderde redenen, bij dit ene nummer gebleven.

Oprechte Haarlemse Courant

1656 was het jaar waarin de Haarlemse drukker Abraham Casteleyn (foto) een circulaire het licht deed zien waarin hij aankondigde een krant te zullen laten verschijnen. Hij voegde de daad bij het woord door zoals eerder genoemd de 'Weeckelycke Courante van Europa' uit te geven. 'Gedruckt tot Haerlem, van Abraham Casteleyn, ten huyse van syn vader Vincent Casteleyn op de Markt in de Druckery. Den 8 january 1656'. 

In 1659 verschijnt het blad onder de naam 'Haerlemse Dingsdaeghse Courant'; in 1660 komt er een zaterdageditie bij. Al gauw ondervond courantenman Casteleyn dat men zijn krant nadrukte, waardoor hij zich gedwongen voelde het woord 'Oprechte' in de titel op te nemen en het stadswapen er boven te plaatsen ten teken dat zijn krant de enige echte krant van Haarlem was.

Het stadsbestuur verleende hem in 1664 een vergunning hiervoor. Dit privilege, waarmee Casteleyn en zijn opvolgers in feite een monopoliepositie verwierven, is duur betaald. Het bleek echter geen overbodige maatregel, want in de loop der tijden zijn heel wat kapers op de kust geweest. 

De krant liep goed en de behoefte aan nieuws nam duidelijk toe. In juni 1667 werd daarom een donderdagse editie aan de krant toegevoegd onder de naam 'ExTra ordinaire Haarlemsche Donderdagsche Courant'. De krant verscheen zelfs enige tijd in Engeland als 'The Daily Courant' , waaraan door de Engelse machthebbers 'op straffe van onthoofding' in 1669 een einde is gemaakt. De krant bereikte in deze jaren een hoog niveau. Dat blijkt ondermeer uit een mededeling van de Gedeputeerden-te-Velde, die in de oorlog van 1672 de Staten Generaal op de hoogte moesten houden van het verloop der vijandelijkheden. 

Zij besloten unaniem om geen gedetailleerde rapporten over de krijgsverrichtingen te verzenden daar 'sulek nieuws toch den volgenden dag in de Oprechte Haerlemse te leesen valle'. Na de dood van Abraham Casteleyn in 1681 is de krant voortgezet door zijn weduwe Margaretha van Bancken. Bij dezelfde uitgever Anne Maria Colterman, een schoondochter van Abraham Casteleyn. 

Op 9 juli 1737 werd de Oprechte Haerlemse Courant voor de eerste maal uitgegeven door Isaac en Johannes Enschede; in een oplage van 2400 exemplaren. De inkomsten bedroegen zo'n 10 mille per jaar. Na aftrek van onkosten hielden zij 3000 gulden over. Hiervan moest echter 2500 gulden (voor die tijd een aanzienlijk bedrag) worden afgedragen aan de Haarlemse armenhuizen. 

Dit bedrag werd in 1776 zelfs verdubbeld, tot de Bataafse Republiek hieraan een einde maakte. Er waren dan ook jaren dat men forse verliezen leed. Op het laatste moment sprong het stadsbestuur bij om zegelrechten en andere verplichtingen te verlagen zodat de krant kon blijven voortbestaan.

Eerste advertenties

 Het behoeft nauwelijks betoog dat de krant van vandaag zonder adverteerders niet rendabel is. Vroegere uitgevers moeten ook naar middelen hebben gezocht om hun financiële positie te versterken. In de krant van 1 oktober 1749 vinden we de eerste advertentie en wel als een kantregel op de tweede bladzijde. Deze vorm van adverteren heeft men tot 1829 volgehouden toen men de kantregels heeft vervangen door een derde kolom, naast de twee reeds bestaande kolommen. 

Vanaf het begin in 1656 tot 1702 bestond de krant steeds uit een vel A4 met twee kolommen op elke bladzijde. In 1702 werd het formaat iets vergroot en in 1782 werd het halve vel nu en dan vervangen door een heel vel folio hetgeen pas later regelmaat is geworden. Weliswaar nog steeds een klein blaadje vergeleken met de kranten van nu. Maar krantenredacties moesten het dan ook zonder de hedendaagse communicatiemiddelen stellen. Daardoor kwamen er toen veel minder berichten binnen. 

In de tijd van de Bataafse Republiek verscheen de krant onder de naam 'Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap-Haarlemse Courant', terwijl er ook een Franse uitgave moest verschijnen onder de naam 'Gazette de Harlem'. Het stadswapen en het woord 'Oprechte' verdween uit de kop van de krant. Een toestand die voortduurde tot 16 november 1813, toen Johannes Enschede (foto) een historische daad verrichtte.

Nauwelijks was in Haarlem een noodregering gevormd, of hij bracht zijn krant in de oude vorm en onder de vroegere naam op straat, terwijl de stad nog volledig onder controle stond van het Franse garnizoen. Deze daad, die de vermetele Enschede zijn leven gekost kon hebben, veroorzaakte overal in het land stormen van vreugde en bijval. In Zutphen en omgeving werd de plotselinge herverschijning van de 'Oprechte' beschouwd als het bewijs dat de Haarlemse opstand gelukt was, zodat de bevelhebbers van de verbonden legers overhaast besloten de IJssel over te steken!

Regognitie

Zoals al eerder vermeld, moesten de courantiers het exclusieve gebruik van het stadswapen duur betalen. Vanaf 1 januari 1799 moest de krant voor die recognitie (erkenning) 2000 gulden neerleggen. Vanaf 1814 betaalde de krant echter 1500 gulden per jaar, waar tegenover stond dat zij de mededelingen van het stadsbestuur kosteloos in haar kolommen moest opnemen. 

Hoewel de courantiers de recognitie voortdurend betwistten, zou het toch tot 1850 duren voordat er een punt achter deze jarenlang durende strijd werd gezet. De gemeente kwam met het standpunt dat de krant haar eigendom was. Na eindeloze nota's over en weer en disputen waaraan de meest prominente advocaten deelnamen, moest de gemeente uiteindelijk zwichten. De krant betaalde voortaan nog slechts 300 gulden per jaar. 

Een jaar later werd de juistheid van de overwinning op het stadsbestuur bevestigd, toen een exemplaar van Casteleyn's circulaire uit 1656 werd ontdekt. Daaruit bleek dat van enig oorspronkelijk eigendomsrecht van de stad Haarlem op de Oprechte Haerlemse Courant geen sprake is geweest.

Voormalig pand Waarderpolder.

In 1866 verkreeg de krant haar uiteindelijke formaat, nadat respectievelijk in 1829, 1841, 1847 en 1848 de krant stukje bij beetje vergroot werd. In 1847 verscheen zij voor het eerst dagelijks (6x per week). Over het jaar 1866 vertelt secretaris Hoola van Nooten, van het Departement Edam, tijdens een lezing enige jaren later het volgende: "In oktober 1866 bekwam de Courant een grooteren omvang. 

De geest des tijds vorderde dit, en de geachte uitgevers doen wel, dat zij in overeenstemming met dien geest handelen en hunne courant thans zoo hebben ingericht, dat zij voor ieder belangrijk genoemd mag worden. Terwijl tal van dagen weekbladen ons land doorkruisen, blijft de Haarlemsche de meest geachte en geliefde, en terwijl zelfs met belangstelling in andere landen gelezen en naar andere werelddeelen verzonden wordt, verbeidt men hare komst in vele woningen telkendage met ongeduld". 

De Oprechte Haerlemse Courant had een naam hoog te houden. Als enige krant publiceerde zij 's avonds de voornaamste berichten uit de Staatscourant en gaf zij een volledig verslag van de parlementszittingen. Onder de regelmatige lezers behoorden koningin Wilhelmina, koningin-moeder Emma en talloze ministers en kamerleden.

Haarlem's Dagblad

Op 11 juli 1883 verschijnt naast de Oprechte Haerlemse Courant een tweede krant in de stad: Haarlem's Dagblad. In een oplage van tienduizend exemplaren wordt zij huis-aan-huis bezorgd. Voor veertig cent per maand mag men zich abonnee noemen. 

De drukker/uitgever Jan Michiel Bomans (de grootvader van Godfried Bomans) ontvouwde in zijn voorbericht de leuze 'liefde leeren, leven leeren' en wel 'door dagelijks den lezers door voorbeelden uit het werkdadige leven aan te toonen dat liefdeloosbeid, haat, toorn, drift en verkeerde hartstochten bronnen zijn van jammer en ellende; door hen bekend te maken met datgene wat den strijd om het bestaan vergemakkelijkt, het leven veraangenaamt'. 

Duizend zaken zijn voor overigens flink ontwikkelde mensen gesloten boeken. Dit is te wijten aan te dure kranten, te veel onbegrijpelijke woorden en uitdrukkingen en niet zelden worden de mensen in hun overtuigingen aangevallen of gekrenkt. Een blad van kleine omvang, dat dagelijks uitkomt, de voornaamste gebeurtenissen zo spoedig mogelijk mededeelt en bovendien het goedkoopste dagblad van Nederland zal zijn, verdient daarom voor duizenden de voorkeur boven de bestaande grote bladen. 

Het Haarlem's Dagblad wil dus duidelijk een groter publiek bereiken dan de deftige en voorname Oprechte Haerlemse Courant. De tegelijk idealistische en zakelijke doelstelling is steeds het richtsnoer van latere directies en hoofdredacties gebleven: informatie zonder te kwetsen, objectief, snel en juist, begrijpelijk en bereikbaar voor iedereen zonder daarbij de normen van goede smaak uit het oog te verliezen. 

Hoewel de beginjaren moeilijk waren, is het de leiding van de krant gelukt Haarlem's Dagblad in de loop van de twintigste eeuw tot de belangrijkste krant van Haarlem te maken. Bedroeg het aantal abonnees in 1915 10.860, in 1925 was dit aantal opgeklommen tot 17.500 en met een kleine inzinking in de dertiger jaren telde de krant in 1940 19.313 abonnees.

IJmuider Courant

IJmuider Courant Na een 17-tal jaren als nieuwsblad (twee maal per week) te zijn verschenen bij de NV Uitgeversmaatschappij IJmuiden, raakt de IJmuider Courant eind jaren '20 in de problemen. Een van de oorzaken daarvan was de concurrentiestrijd tussen Haarlem's Dagblad en de Oprechte Haarlemsche Courant die zich inmiddels ook tot de IJmuidense regio had uitgebreid. 

Onderhandelingen met Haarlem's Dagblad leidden uiteindelijk tot een overname. In 1932 wisselt de verliesgevende IJmuider Courant voor een bedrag van 19.250 gulden van eigenaar. De krant verschijnt vervolgens als kopblad van Haarlem's Dagblad. In 1942 vonden de Duitse bezetters het niet meer nodig dat de Oprechte Haarlemsche Courant en het Haarlem's Dagblad afzonderlijk verschenen en men gelastte een fusie. Op 2 mei verschenen beide kranten voor het laatst afzonderlijk. Inmiddels is de IJmuider Courant een zelfstandige titel, los van het Haarlems Dagblad.

De 'verkeerde' krant verscheen onder de titel 'Haarlemsche Courant, Nieuwsblad voor Nederland'. Eenmaal werd in 1944 een illegale uitgave van de zogeheten Haarlemsche Courant verspreid; deze krant telde een viertal pagina's. Op 25 juni 1945, ruim anderhalve maand na de bevrijding, verscheen Haarlem's Dagblad opnieuw en vanaf 13 september 1948 stond de naam Oprechte Haarlemsche Courant onder de kop Haarlem's Dagblad ten teken dat beide kranten door een vrijwillige fusie voorgoed verenigd waren.

Haarlems Dagblad na de Tweede Wereldoorlog

Na de bevrijding werd Haarlems Dagblad uitgegeven door de Stichting Voorlichting in Haarlem. Op 19 mei 1949 verscheen de krant voor het eerst als uitgave van de vennootschap Grafische Bedrijven Damiate. Later werd deze naam gewijzigd in Damiate Pers B.V., wat tegenwoordig Dagbladuitgeverij Damiate B.V. heet. 

De krant kende een sterke groei: het aantal abonnees steeg van zo'n 30.000 in 1945 tot 40.000 in 1953, 50.000 in 1962, 60.000 in 1967 en tot 70.000 in 1974, waarna een daling inzette. Het aantal pagina's kende een nog sterkere groei naarmate de wereldvoorraad aan krantenpapier weer ruimer werd en er meer en grotere adverteerders aangeboden werden. Op 4 oktober 1965 werd de krant aangesloten op het telefotonet, wat betekende dat men in de kortst mogelijke tijd over foto's van actuele gebeurtenissen kon beschikken.

Fusies

In de zestiger jaren begon de schaalvergroting in de Nederlandse dagbladwereld: vele kleine bladen staakten hun uitgave of werden door grotere bedrijven opgekocht. Om de verschijning van Haarlems Dagblad als zelfstandig regionaal en plaatselijk blad te garanderen, bleek het ook hier nodig te zijn de technische en financiële grondslag te vergroten door samenwerking met andere dagbladen.

Een en ander resulteerde eerst in een fusie op 1 januari 1969 met A. Stuurman N.V. te Zaandam, uitgever van de bladen 'De Typhoon', 'Nieuwe Noordhollandse Courant' en 'De Noord-Amsterdammer'. Alle door Damiate en Stuurman uitgegeven bladen bleven echter hun journalistieke onafhankelijkheid behouden. Op 1 januari 1980 werd het Leidsch Dagblad in Damiate Pers B.V. opgenomen. 

Ook deze laatste krant heeft zijn journalistieke onafhankelijkheid behouden. De fusiedrift hield echter niet op. Zeker niet toen als gevolg van de voortschrijdende ontwikkeling in de grafische branche steeds hogere eisen aan het product 'dagblad' gesteld werden. 'Meer kleur in de krant', dat was eind jaren '80 het devies. Dagbladuitgeverij Damiate beschikte echter nog over hoogdrukpersen. En waarop de kleurwens slechts zeer moeizaam verwezenlijkt kon worden. Om de zeer hoge investeringen (destijds zo'n 50 miljoen gulden) te voorkomen, zocht het bedrijf daarom aansluiting bij de Verenigde Noordhollandse Dagbladen (VND) in Alkmaar.

Het zou leiden tot een fusie die op 20 december 1991 haar beslag kreeg. Damiate en VND gingen samen op in de Hollandse Dagblad Combinatie B.V. (HDC). Nadat op 16 april 1991 de drukpers van Leidsch Dagblad buiten gebruik werd gesteld, gebeurde datzelfde op 12 oktober 1993 met de Haarlemse pers. 

Sindsdien worden beide uitgaven in Alkmaar gedrukt. Inmiddels was de Hollandse Dagblad Combinatie in april 1993 in haar geheel overgenomen door N.V. Holdingmaatschappij De Telegraaf. En ook nu behielden de HDC-dagbladen hun redactionele onafhankelijkheid. Begin 1997 werd onder dezelfde voorwaarden nog een regionale dagbladuitgeverij aan de HDC toegevoegd. In dat jaar nam Telegraaf Holding De Gooi- en Eemlander/Dagblad van Almere over.

Redactieraad

In de 60'er jaren ontstond in het maatschappelijk leven een steeds sterkere drang tot democratisering. Bij het Haarlems Dagblad mondde dit in 1974 uit in de oprichting van een redactieraad die de samenwerking, inspraak, informatie en advisering van de gehele redactie ten aanzien van het redactionele beleid regelde. 'Als men op redactioneel gebied een gezamenlijk beleid voert en onderhoudt, moet men precies weten waaraan men zich te houden heeft', zo werd geredeneerd. 

Een omschrijving van de 'signatuur' van de krant wordt dan noodzakelijk. De redactieraad ontwierp zo'n signatuur, waarin de identiteit, de kleur, de ethische regels en de journalistieke opvattingen nader worden omschreven. Het eerste statuut werd als 'grondwet' aanvaard en op 25 maart 1975 bekrachtigd.

Voormalig pand Grote Houtstraat.

Technische ontwikkelingen

De omschakeling op fotografisch zetten brengt een ware aardverschuiving in het bedrijf teweeg. De vervanging van de loden letters door computers in luchtzuivere ruimten, betekende dat het aloude beroep van de zetter kwam te vervallen. Voor deze mensen moest een andere oplossing worden gevonden. Zij dienden zich om te scholen of op oudere leeftijd af te vloeien. Die omschakeling heeft dan ook een aantal jaren geduurd.

Op 16 mei 1977 werd de laatste krantenpagina in lood opgemaakt. Toch zouden de ontwikkelingen ook hier niet stoppen. Computers deden meer en meer hun intrede in de maatschappij. En dus ook bij de kranten. Waar als eerste de typemachine werd vervangen door de tekstverwerker, werd reeds korte tijd later ook de opmaak volledig geautomatiseerd. 

Tegenwoordig zijn het de beeldschermvormgevers die de krant haar uiterlijk geven. Een druk op de knop is voldoende om complete pagina's door te seinen naar de drukkerij.

Huisvesting

Abraham Casteleyn vervaardigde zijn eerste krant in een pand aan de Grote Markt hoek Grote Houtstraat. Daar is in de gevel nog steeds een gedenksteen te vinden. In 1662 verhuisde hij naar de overkant. In 1744 betrok men een pand aan de Grote Houtstraat hoek Spekstraat. Het technische bedrijf verhuisde in 1761 naar een nieuw pand aan de Damstraat/Klokhuisplein, waar de firma Enschede gevestigd was.

Haarlems Dagblad verhuisde ook meerdere malen: men startte in de Kleine Houtstraat 9; enkele jaren later werd de krant gedrukt op no. 14; in 1901 verhuisde men naar de Kampersingel 70 en het Zuider Buiten Spaarne. In 1903 betrokken de redactie en administratie het pand aan de Grote Houtstraat 53; in 1917 verhuisde de krant naar no. 93. De drukkerij bleef gevestigd aan het Spaarne tot men op 18 januari 1956 de nieuwe vestiging aan het Grooten Klein Heiligland introk.

Ruimte en parkeerproblemen waren er de oorzaak van dat men een tiental jaren later opnieuw de hoofden bij elkaar stak om toekomstige uitbreidingsmogelijkheden aan een nader onderzoek te onderwerpen. In 1970 besluit de directie, als uitvloeisel van de in 1969 met de vennootschap Stuurman aangegane fusie, haar technische bedrijf uit te breiden; in april 1972 wordt hiertoe in de Waarderpolder aan de Oudeweg een terrein aangekocht. In eerste instantie wordt een drukhal gebouwd; op 18 september 1973 rolt de eerste krant van de pers. 

Op 4 september 1974 wordt de eerste paal voor de tweede fase van de nieuwbouw aan de Oudeweg geheid; een complex van zeshoeken waarin redactie, administratie en zetterij worden ondergebracht. Op 7 februari 1976 trekt men in de nieuwe behuizing. 

Op 12 juni volgde de officiële opening van het Damiatecomplex. In 1982 werd een nieuw kantoor t.b.v. de holding in gebruik genomen.

Damiate

In 1219 werd de Egyptische stad Damiate (tegenwoordig Dumyat) door Hollandse en Friese kruisvaarders bezet . Alles was begonnen toen magister Olivier in 1217 op bevel van de paus de kruisprediking in het aartsbisdom Keulen had ondernomen. Het overgrote deel van de Nederlanden behoorde tot dit bisdom. Na omzwervingen langs Spanje en Portugal en streken aan de Middellandse Zee kwam de vloot in 1218 in Damiate aan. 

De Saracenen en andere heidenen werden vermoord of als slaven verkocht. Nog geen twee jaar later was de stad weer in Mohammedaanse handen. Alle offers waren vergeefs gebracht. Van de buit schijnen de Friezen en Hollanders vrijwel niets te hebben gekregen. Maar de roem dat zij de dapperste strijders zijn geweest is hun nimmer betwist.

Dit was voor een Haarlemse koperslager in de zestiende eeuw aanleiding om bij zijn schenking van een aantal klokken aan de Bavokerk, ter ere van één van zijn voorouders die bij het beleg van Damiate was gesneuveld, de naam Damiateklokjes of Damiaatjes te geven. Ook de naam van onze dagbladuitgeverij herinnert aan dit historisch gebeuren. United Photos

Zoek een serieuze relatie in jouw omgeving