Een strijdbaar beeld is de Zonnevechter. Een brok gebundelde energie, het schild paraat om de weerspiegeling van de zon in het water te pareren. Een schijngevecht, of beter gezegd een omgekeerd schaduwgevecht. Jammer dat de Zonnevechter zo'n klein voetenbad kreeg. Veel weerkaatsend zonlicht valt er niet te bevechten, des te meer Haarlemmers.
Toen het beeld dat Arthur Spronken in 1967 maakte op 18 december 1992 op de Grote Markt landde, kwam daarmee een eind aan een 25 jaar lange juridische strijd tussen de Limburgse kunstenaar en het gemeentebestuur over de locatie. Spronken en zijn Zonnevechter wonnen. In januari kreeg het zijn definitieve plaats met fontein.
De weerstand bleef. Tegenstanders noemden het een 'ontsierend gedrocht', een plaats in het hart van de stad niet waard. De metaalklomp diende verbannen te worden naar het Houtplein, het Frans Halsplein, winkelcentrum Schalwijk.
De laatste jaren lijkt de strijd te luwen. Zou iedereen inmiddels overtuigd zijn van de kwaliteit van Spronkens sculpturen? Japanse bezoekers zetten elkaar op de foto bij het beeld, Haarlemmers genieten er deze dagen onbezorgd van een patatje of oliebol. Kinderen zijn niet weg te slaan bij deze 'ruwe bolster blanke pit.'
Toch rommelt het nog wel eens. Beeldhouwer Jan Jacob Mulder zei vorig jaar in de discussie rond 'Het been' van Henk Visch dat hij het Ripperdaterrein wel wat vindt voor de Zonnevechter. ,,Dat grasveld, die enorme maat, vraagt om extase.''
Het is de vraag of het beeld de stoelendans die de gemeente met haar 'buitenbeelden' voor ogen staat ontspringt.
Je gunt het de Zonnevechter om eindelijk het gevecht te leveren waartoe het uitgerust is, en een plek in het hart van de Haarlemmers.
wilma klaver
