Malle Babbe, zot en heks van Haarlem. Vrouw-in-de-war zou je vandaag de dag zeggen. Een paradijsvogel. Ze staat er wat verloren bij, daar in de Barteljorisstraat. Hoeveel mensen zullen haar niet voorbij gelopen zijn, zonder haar ooit te maar te hebben zien staan? Dat is een al te droevig lot, zelfs voor een zot.
Het is niet de eerste keer dat Malle Babbe werd misplaatst. In 1970 zorgde Lennaert Nijgh voor een verwarring die tot op de dag van vandaag duurt. De Haarlemse tekstdichter haalde twee schilderijen van Frans Hals door elkaar. Het wulpse 'Zigeunermeisje' en de verlopen, verstandelijk gehandicapte alcoholiste Malle Babbe. Dat 'lekker stuk, malle meid' in het lied, dat hij schreef voor Adèle Bloemendaal en tot hit werd gezongen door Rob de Nijs, gaat, voor alle duidelijkheid, over dat wulpse zigeunermeisje.
Beeldend kunstenaar Kees Verkade bleef een paar jaar later dicht bij het schilderij van Frans Hals. Hij maakte zijn beeld in opdracht van de exclusieve damesmodezaak Dutchy die net in de straat was neergestreken. Als cadeautje aan de stad en als eerbetoon aan Hals.
Met zo'n cadeau mag je na al die jaren nog steeds blij zijn als stad. De vraag is wel of het beeldje destijds nou zo'n gelukkige plek heeft gekregen.
Dutchy zit er niet meer, de modezaak ging failliet. Op haar plek zit al jaren schoenenzaak Ab Donkers. Welnu, dan mag je misschien inmiddels wel een keer zeggen: alsnog bedankt voor het cadeau, maar we gaan het een ander plaatsje geven.
Waar? In de historische binnenstad, dat wel. In de buurt van een café misschien. De bierpul die ze vast houdt, moet toch een keer gevuld. Of zou dat te veel promotie zijn voor het buiten drinken?
En misschien kan er ook eens gekeken worden naar een iets stijlvollere zuil. Wat deze is echt te, eh, zot voor woorden.
Richard Stekelenburg
