Dirk Scheringa deed met de bouw van zijn kantoorpanden in Wognum en het museum in Opmeer forse misinvesteringen. Dat zegt de West-Friese vastgoedbelegger Jo Roelof Zeeman. Hij schat dat de panden bij verkoop nog maar de helft waard zijn. Dat komt vooral door de lokatiekeuzes van Scheringa.
,,Ik ben een vastgoedman en kijk naar investeringen. Toen hij die prachtige kantoren ging bouwen, vond ik Wognum niet de geschikte plaats. Bij zo’n pand moet je ook bedenken wie er in moet als de huidige eigenaar of huurder er uit gaat.’’
Jo Roelof Zeeman kan geen bedrijf verzinnen dat met zeshonderd man personeel in de DSB-panden in Wognum gaat zitten. ,,Met een bank moet je kiezen voor de regio Amsterdam, Schiphol of Utrecht. De grond is er wel duurder, maar het eindproduct is meer waard.’’
Ook de miljoeneninvesteringen in Dirks hobbies voetbalclub AZ en het Scheringa Museum in Opmeer (10.000 vierkante meter groter dan het Van Goghmuseum) zijn de vastgoedtycoon een doorn in het oog. ,,Een museum als hobby, oké. Maar je moet dan geen investering van 30 miljoen doen in Opmeer. De restwaarde van het gebouw is nog niet de helft. Welk publiek komt in grote aantallen naar Opmeer om dat rendabel te maken? Bij het Van Goghmuseum staat altijd een rij. Het is dus puur de plek waar je een museum moet bouwen en dat is dus niet in Opmeer. Misschien moeten ze er bij een faillissement maar een gemeentehuis van maken voor de hele regio. Wat moet je anders met zo’n gebouw?’’
Zaterdag Plus: De geknakte trots van Wognum


